Uitspraak
De uitspraak van 25 juli naar aanleiding van vragen van het Franse Hooggerechtshof geeft de sector langverwachte duidelijkheid, maar niet de duidelijkheid waar was op gehoopt hadden. De rechters stellen dat planten die met de nieuwe mutatiemethoden aangepast zijn altijd als GGO (genetisch gemodificeerd organisme) gereguleerd moeten worden, ook wanneer die logischerwijs ook middels niet-gereguleerde (mutatie-) methoden zouden kunnen zijn ontstaan.
In de Europese GGO Richtlijn is een uitzondering opgenomen voor mutagenese, maar het hof stelt dat deze alleen kan worden aangewend voor traditionele mutatietechnieken (chemische behandeling en straling). Deze hebben immers een geschiedenis van veilig gebruik.
De nieuwe mutatietechnieken moeten worden gereguleerd als GGO zodat er een volwaardige risicobeoordeling dient plaats te vinden. Een dergelijke beoordeling kost in verband met een veelheid aan toetsingen op effecten op mens en milieu al gauw tussen de tien en honderd miljoen euro per aangepaste eigenschap. Dit is alleen een optie voor de allergrootste akkerbouwgewassen ter wereld maar is voor alle overige gewassen financieel gezien een onhaalbaar.
De rechters stellen dat risico's van de nieuwe mutatiemethoden vergelijkbaar zijn met die van de klassieke GGO's (transgenese). Niels Louwaars: "Wij zijn van mening dat je met gerichte mutaties minder schade aanbrengt aan het DNA dan met traditionele mutaties en dat daardoor de risico's vergelijkbaar of zelfs kleiner zijn. Als we moeten wachten op een geschiedenis van veilig gebruik dan zijn we misschien zo een halve eeuw verder."
Uitspraak remt innovatie
De Nederlandse veredelingsbedrijven leveren veel nieuwe rassen en gewassen in binnen- en buitenland. De voordelen van deze nieuwe rassen komen ten goede aan de hele keten. De consument, de handel, verwerking en teelt. Plantenveredeling levert duurzame oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen en die zijn hard nodig. Wat in het zaadje geprogrammeerd kan worden hoeft daarna niet meer gecorrigeerd met bijvoorbeeld chemische middelen, zegt Niels Louwaars, Directeur van brancheorganisatie Plantum. "Gewassen, die geselecteerd zijn op weerstand tegen droogte of een ziekte hebben minder irrigatie of gewasbescherming nodig. Een goed smakende tomaat die geselecteerd is op houdbaarheid beperkt voedselverspilling."
Concurrentie van buiten Europa
Europa is geen eiland en veel Nederlandse veredelingsbedrijven werken internationaal. Wat wordt hun positie nu de concurrenten buiten Europa wel met deze methoden aan de slag kunnen. Gaan zij een belangrijk deel van hun innovatieve investeringen in het buitenland doen? "Dat de grenzen dicht gaan kan op termijn ook effect hebben op de biodiversiteit. Veredelaars kunnen op termijn geen plantenrassen meer van buiten Europa gebruiken in hun (conventionele) veredeling omdat meestal niet bekend zal zijn of daar ooit zo'n gerichte mutatiemethode in gebruikt is (aan de plant is het niet te herkennen). Want, in dat geval moeten daarmee in Europa veredelde gewassen alsnog door de GGO-molen. Dat betekent een enorme additionele belemmering, juist ook voor de traditionele veredelaars en dus ook voor de boeren en tuinders, die nieuwe rassen met zoveel mogelijk diversiteit nodig hebben."
Plantum roept nu de regering op zich in Europa te blijven inzetten voor nieuwe veredelingstechnieken zoals Crispr-Cas9, mits geen soortgrenzen overschreden worden. Dit staat ook in het regeerakkoord.