WUR onderzoekt invloed van CO2-dosering op Macrolophus in tomaat
Vanaf week 5 werden herhaaldelijk grote aantallen volwassen roofwantsen losgelaten. Er werd gezorgd voor een overvloedig voedsel-aanbod: nimfen van wittevlieg en eitjes van meelmotten. Mogelijk remmende factoren werden achterwege gelaten: zwavelen, pesticiden gebruik, blad plukken, dieven. De populatie-ontwikkeling werd bemonsterd in week 11 tot en met 13 met vangplaten, Berlese-trechters en spoelen. Hoewel de omstandigheden voor de roofwantsen optimaal waren gemaakt, werden relatief weinig nakomelingen teruggevonden, ook in “onbehandeld”.
De cijfers suggereren een licht remmend effect van de CO2, maar de verschillen waren niet significant. Ook bij de extreem hoge doseringen plantten de roofwantsen zich voort. Zorgwekkend is de vaststelling dat ook zonder CO2–dosering de roofwantsen zich slecht vestigden en de populatie-trend in deze tijd van het jaar zelfs negatief was. Geconcludeerd wordt dat er een nog onbekende factor is die het “aanslaan” van Macrolophus caliginosus in de winter belemmert.
Bron: Wageningen UR Glastuinbouw