De zon kan in deze tijd van het jaar al vroeg in de ochtend krachtig door komen. Als het gewas al enkele uren voldoende op temperatuur is heeft het hier geen problemen mee. Streef daarom ruim voor zon op naar minimaal 17,5 à 18,0 graden ruimtetemperatuur. Koude koppen kunnen leiden tot een vlekkerige kleur en/of bladrandjes.
Voorkom vervolgens dat de temperatuur vroeg in de morgen snel oploopt. In het westen van het land kan dit gemakkelijker door middel van wat luchten dan in het zuiden en oosten waar het 's nachts en 's morgens vroeg vaak nog wat kouder is. Bij lage buitentemperaturen zal dit wat eerder moeten gebeuren door de buistemperatuur niet te hoog te laten worden tot enkele uren na zon op, in combinatie met heel weinig, of zelfs niet luchten. Geef de buis echter wél de ruimte om voldoende bij te springen als het tijdens/na het openen van het scherm toch te koud wordt op de kop van de plant. Echte lichtafbouw maximumbuis mag pas na 9.30 uur inkomen.
Als de plant vroeg genoeg op temperatuur is gekomen, al enkele uren op temperatuur is en zo voldoende geactiveerd is, kan worden gewerkt met een kleine ochtendverlaging tot 17,5 of 17 ºC op de stooklijn. Het gewas blijft hierdoor korter en trosstelen worden sterker. Stel deze verlaging niet in op de luchtlijn. Lage luchtingstemperaturen vroeg in de ochtend leiden gemakkelijk tot te koude koppen. Als de nachten zo koud zijn dat er nog geschermd kan worden is een ochtenddip/-verlaging ook niet nodig, deze wordt normaal bij het openen van het scherm automatisch al bereikt. Bij een zware gewasstand is een ochtenddip niet nodig. Het kan dan leiden tot een nog zwaarder gewas.
Om het gewas overdag actief te houden is het nodig om ook overdag wat meer te gaan luchten. Voorkom dat u zo veel lucht dat u kou binnen lucht. Voor voldoende grove vruchten blijft een voornachtverlaging nuttig. Het spreekt voor zich dat bij buitentemperaturen van 8 ºC en hoger er vlotter gelucht kan worden dan dat we gewend zijn de laatste weken.
Watergift en bemesting
Met het weer van de komende dagen is het zaak dat we voldoende water blijven of gaan geven. Zeker Cappricia RZ mag op het midden van de dag niet een tekort aan water hebben, en is het zaak om zeker 3 à 3.5 cc per Joule water aan te bieden. Niet later starten dan 09.00 uur en toch ook weer voorzichtig blijven met te lang doorgaan. Probeer op het midden van de dag een drainpercentage van ± 30% te realiseren door vroeg te starten met grote beurten, deze te verkleinen bij de 4e beurt en na 14.30 uur langere tussentijden in te stellen. Afhankelijk van de EC in de mat, de gift handhaven op 2.8 à 3, maar niet lager. We zien nogal eens een hoge mat-Ec maar probeer deze niet te snel en te geforceerd te laten dalen. de geleidelijke weg is vaak de beste.De plantbelasting loopt nog steeds op, en we moeten goed op de kaliumgift gaan letten. Een extra aanpassing van enkele millimolen is soms nodig. We zien dat onze rassen sterk met het licht reageren, en daar ook de vruchtzwelling flink aanzetten. Let vooral op, als U nog met een hoge Ec in de mat zit, (bv boven 6 mS) en gaat hergebruiken. probeer zeker niet meer dan 1,5 EC op de voorregeling te hebben, anders kan de extra kaligift weleens erg langzaam doorwerken. een gedeelte rood ijzer in de bemesting is ook in deze tijd van het jaar aan te bevelen, want sommige pH's zijn nog stevig hoog in het substraat.
Botrytis
Gelukkig zijn de meeste van onze rassen niet gevoelig voor Botrytis, maar in deze tijd van het jaar willen we zeker bij wat in-actief weer nog even de aandacht vestigen op het netjes werken. Blijf nauwkeurig bladsnijden, en let ook op eventuele plekjes tussen de knoop van het touw. Als U nu echt iets meer aantasting heeft, overweeg dan op een goede dag (zonder scherpe instraling) een preventieve bespuiting onderdoor te doen, maar dan moeten de vruchten bij voorkeur niet geraakt worden.Bron: Teelttip Trostomaat, Rijk Zwaan