De discussie over een heffing op bestrijdingsmiddelen borrelt elke tien jaar weer eens op. De achterliggende gedachten is dan minder gebruik van (duurdere!) middelen en een afnemende belasting van het milieu. Niet doen, zegt LTO Nederland want ook hier: het middel is erger dan de kwaal. Wat dan wel? Samen met het bedrijfsleven investeren in alternatieve middelen en nieuwe technieken. En vooral: laat de markt een rol spelen want een beloning voor de producenten die hun producten duurzaam beschermen levert het beste resultaat. Voor iedereen.
Onlangs is door de Tweede Kamerleden Van Gerven (SP) en Ouwehand (PvdD) een motie ingediend om een heffing in te stellen naar Scandinavisch voorbeeld. De motie is aangehouden en de staatssecretaris van EZ heeft toegezegd om met een reactie te komen. 

Is het inderdaad zo dat duurdere bestrijdingsmiddelen minder worden gebruikt? Dat idee is niet gestoeld op onderzoek en de werkelijkheid op het agrarisch bedrijf. Middelen zijn relatief al duur en vormen een forse kostenpost voor ondernemers in de land- en tuinbouw. Ze laten het dus wel uit hun hoofd om meer middelen te gebruiken dan noodzakelijk is. 
Tegen die achtergrond verwordt een bestrijdingsmiddelenheffing al snel tot een ordinaire lastenverzwaring. Goed voor de schatkist, maar niet voor boeren en tuinders en ook niet voor een duurzame gewasbescherming. Sterker, dergelijke lastenverzwaringen laten op bedrijven per saldo juist minder ruimte om te investeren in middelen en technologie die wél bijdragen aan duurzaamheid.
Onze stellingname wordt onderbouwd met internationaal onderzoek. Tussen 2008 en 2011 hebben wetenschappers van tien Europese universiteiten ( EU-Teampest-project) gerekend aan de optimalisering van een bestrijdingsmiddelenheffing: van een generieke heffing op alle middelen tot een gedifferentieerde heffing, waarbij de meest toxische middelen meer werden belast dan minder toxische.
De conclusies van de wetenschappers waren helder. Alleen bij zeer hoge generieke heffingen (voor Nederland een tarief van +75%) zou het middelengebruik verminderen. Een dergelijk exorbitant hoge heffing kan voor bedrijven oplopen tot tienduizenden euro’s extra lasten per teeltseizoen en is daarmee volstrekt onacceptabel.

Wat betreft een gedifferentieerde heffing op basis van toxiciteit luidde de conclusie, dat geen verschuiving van het gebruik (van hoog naar laag-risicomiddelen) zou optreden. Dat laatste vonden de wetenschappers ook niet zo vreemd, omdat effectieve laag-risico middelen en andere alternatieven maar zeer beperkt - vaak zelfs niet- voor handen zijn.

De algehele conclusie van de wetenschappers was helder: investeren in meer R&D ten behoeve van laag-risico middelen en alternatieve technieken is de meest effectieve methode voor verdere verduurzaming van gewasbescherming en productie. Dat is ook precies wat we als bedrijfsleven doen in het Programma Plantgezondheid in het kader van de topsectoren Tuinbouw & Uitgangsmateriaal en Agro&Food. Het Ministerie van Economische Zaken is gevraagd hier aan bij te dragen en maakt binnenkort haar investering in dit programma bekend. 

Sjaak Langeslag en Jaap van Wenum,
werkgroep Gewasbescherming LTO Nederland