Wintertips kassla Rijk Zwaan

Door een versnelde omschakeling van Burgia RZ naar Gardia RZ geraakte Gardia onverwacht uitverkocht. Burgia is echter nog steeds een zeer geschikt ras voor een zaai tot eind december. Telers die Burgia telen en dezelfde omvang wensen als Gardia kunnen het zoutcijfer iets verhogen en iets meer gieten tijdens de doorwortelperiode. Burgia wordt aanbevolen voor een oogst tot 15 april. Burgia is wel iets trager dan Gardia maar in het voorjaar is dit gewichtsverschil in enkele dagen weggewerkt.

Voor een oogst na 15 april zijn onze zomervariëteiten aangewezen. Alexandria RZ is iets royaler dan Flandria RZ en Zendria RZ. Bij lichtrijke omstandigheden en koude nachten in april/mei is dit mooi meegenomen. De keuze voor zomerrassen is ideaal bij wisselende weersomstandigheden. In deze periode groeit de sla erg snel en wordt er best voor zekerheid gekozen. Alexandria, Flandria en Zendria zijn oogstzeker omdat ze onder alle omstandigheden zeer sterk op rand zijn.

Bemesting

Na een winterteelt kan de voorraad meststoffen in de bodem nog aan de hoge kant zijn. Hou voor een voorjaarsteelt van Gardia een lager zout- en sulfaatcijfer aan. Een EC van 0,9 tot 1,25 (1600 tot 2000 mg/l zoutcijfer) is voldoende hoog met een sulfaatcijfer van 2 à 3 mmol. Door een nitraatcijfer van 4,5 à 5 mmol (245 à 275 eenheden) verkrijgt men genoeg omvang. Streef naar een kaliumniveau van ongeveer 3 mmol of ongeveer 600 mg/l grond afhankelijk van het zout- en magnesiumniveau.

Voor Burgia kan een lagere nitraatwaarde; 4 à 4,5 (220 à 245 kg N/ha) zodat hij compacter groeit. Analyseer ook de sporenelementen met een 1/2 wateranalyse van de bodem. Sporenelementen zijn erg belangrijk in een snelle teelt; in de eerste plaats borium, gevolgd door ijzer en mangaan. Een laag boriumgehalte kan de opname van tweewaardige elementen, zoals calcium, magnesium, mangaan en ijzer beperken. Tracht een waarde voor boor van 20 à 40 µmol, ijzer 2 à 5 µmol en mangaan 1,5 à 2 µmol te behalen.

Klimaat

In een koude, lichtrijke periode met nachtvorst geeft een verschil van meer dan 3 à 4°C tussen stook- en ventilatietemperatuur geen problemen, omdat dan de relatieve vochtigheid lager is. Bij zachte, donkere omstandigheden is het belangrijk een kleiner verschil tussen stook- en ventilatietemperatuur te realiseren. Beperk vooral dit verschil bij vochtig weer met buitentemperaturen ‘s nachts van 4 à 8 °C en overdag van 5 tot 12 ° C. Tijdens zachte, vochtige winterdagen kan men ook met de windzijde werken. Dit zal de plant activeren en zo is de overgang naar sterk verdampende omstandigheden minder groot. In scherpe, koude weersomstandigheden wordt het gebruik van de windzijde niet aangeraden.
Hou geen al te koud temperatuursregime aan om het risico op kringnecrose te beperken. Hoe trager de groei van de sla in vooral kille, natte omstandigheden, hoe sneller kringnecrose kan toeslaan. Zorg dan voor een nachttemperatuur van minimum 6 °C.

Watergift

Teel winterrassen als Hofnar RZ, Mariken RZ en Hertog RZ niet te droog naar het einde van de teelt. Dit geldt niet enkel voor kropslarassen maar ook voor alternatieve types. Vooral indien er veel geventileerd wordt, is een regelmatige watergift noodzakelijk. Indien de windzijde of zelfs de volledige serre constant gesloten blijft, waardoor er minder vochtafvoer is, kan men droger telen.
Als de kropsla of alternatieve sla een beetje glazigheid vertoont, ventileer de serre dan vroeg genoeg in de ochtend, eventueel ook met de windzijde. Laat de windzijde tegen de middag terug dicht gaan. Beperk op scherpe dagen de ventilatie in de namiddag, zelfs indien de sla glazigheid vertoont. Dit om de kans op rand te verminderen.

Bron: Teelttip kassla, Rijk Zwaan

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven