Boeren en tuinders kunnen meer betekenen voor toekomstig waterbeheer

Boeren en tuinders kunnen meer betekenen voor het toekomstig waterbeheer, indien tegelijkertijd ruimte wordt geboden voor bedrijfsontwikkeling en vernieuwing. "We investeren al tientallen jaren in schoner water en milieu. Waterbeheer is een integraal onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering geworden. We vragen om stimulansen en stellen randvoorwaarden om onze prominente rol bij het veranderend waterbeheer ook waar te kunnen maken", zegt Henk Veldhuizen, voorzitter van de LTO-werkgroep Water.

Hij is trots op de LTO-visie ’Landbouw geeft om water’, die zijn organisatie heeft uitgebracht. Voor het beheer van voldoende zoet water van goede kwaliteit vervullen land- en tuinbouw een onmisbare rol. Agrarische ondernemers beheren met het landelijke gebied zo’n tweederde deel van de nationale oppervlakte en daarmee ook tienduizenden kilometers aan sloten, tochten en andere waterlopen.

"Agrarische bedrijvigheid en een zorgvuldig waterbeheer zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wij zullen ook in de toekomst onze verantwoordelijkheid nemen en inspelen op nieuwe vragen rond het waterbeheer, denk aan de discussie over het klimaat en veranderende maatschappelijke wensen", aldus Veldhuizen. "Wij gaan er voor om het water in Nederland nog schoner te maken en anderen moeten hun best doen om dat water in voldoende mate voor ons beschikbaar te hebben en te houden."

Medewerking

In Nederland wordt volop gediscussieerd over het waterbeheer. Rond 75 procent van de waterprojecten worden uitgevoerd in het buitengebied en hiervoor wordt doorgaans medewerking gevraagd van boeren en tuinders. En zijn tevens nieuwe plannen in voorbereiding (Nationaal Waterplan, Stroomgebiedbeheerplannen), terwijl water ook een belangrijke rol speelt in bijvoorbeeld streekplannen en uitwerkingen van Natura 2000. Het Nederlandse beleid moet bovendien passen in de Europese Kaderrichtlijn water.

Veldhuizen benadrukt dat boeren en tuinders op de eerste plaats voedsel en siergewassen produceren. Onze concurrentiepositie op de internationale markt is de andere kant van de medaille, die niet uit het oog mag worden verloren. Veranderingen in de primaire land- en tuinbouw gaan snel: technische vernieuwingen en aanpassingen in de bedrijfsvoering bieden steeds mogelijkheden voor productie en óók voor een verantwoord waterbeheer. Precisielandbouw, emissiebeperkende maatregelen, hergebruik van water, stuwtjes in de haarvaten van het watersysteem en innovatieve drainagetechnieken. Het is een greep uit de manieren waarop boeren en tuinders anno 2008 met water omgaan.

Maar het land mag niet te nat en niet te droog zijn. Ook is behoefte aan voldoende schoon water voor de gewassen en de drenking van vee. Land- en tuinbouw leveren hun bijdrage door steeds meer te doen om regenwater langer in het gebied vast te houden, waardoor verdroging wordt tegengegaan. Ook natuurgebieden hebben daar profijt van. Boeren werken voorts mee aan beekherstel en wateropvangprojecten, waar de waterschappen nauw bij betrokken zijn.

Klimaat

Vooral de agrarische sector ondervindt de gevolgen van het veranderende klimaat. Elders in de wereld zullen de gevolgen vaak groter zijn en kan de voedselvoorziening in gevaar komen. Nederland is van nature meer geschikt voor land- en tuinbouw en beschikt over de kennis en het kapitaal om beter in te kunnen spelen op klimaatverandering. Maar een veranderend klimaat vraagt ook in ons land om een verdere versterking van de land- en tuinbouw, o.m. in een goede watervoorziening en terugdringing van de verzilting, vindt LTO Nederland. Dit betekent blijven investeren in verbeteringen van productieomstandigheden.

 
Er moet worden ingezet op een betere zoetwatervoorziening van landbouwgebieden en in de landbouwgronden moet de waterhuishouding worden geoptimaliseerd. En als ergens landbouwwaarden worden aangetast, moet dat elders worden gecompenseerd. Investeringen houden tevens in dat een aantal negatieve ontwikkelingen omgebogen wordt. Voorbeelden zijn de onttrekkingen van goede landbouwgronden of het minder geschikt maken van landbouwgronden. Dit laatste is vooral het geval wanneer percelen worden vernat, beregening en drainage niet meer zijn toegestaan of gebieden actief worden verzilt.

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven