verslag Grow22

"Alternatieven voor veen beschikbaar, maar niets kan veen volledig vervangen"

De tuinbouwsector is voortdurend bezig om zichzelf te verbeteren. Met het oog op duurzaamheid spelen circulaire materialen daarbij een grote rol. Grow 22, een evenement gehost door Kekkilä-BVB, onderzocht de manieren om een hogere mate van circulariteit te bereiken in grondstoffen die in de sector worden gebruikt, met de nadruk op substraten ter vervanging van veen.

Het panel werd gepresenteerd door Marck Hagen, directeur Innovaties bij Kekkilä-BVB, en bestond uit Chris Blok (projectmanager Glastuinbouw bij Wageningen University & Research) en Adriaan Lieftinck (medeoprichter en CEO van MEZT, een spin-off van de Universiteit Delft). Zowel Chris als Adriaan hebben veel onderzoek gedaan om de cyclus in de land- en tuinbouwsector te voltooien.

Alternatieven voor veen
Wanneer wordt gevraagd naar de grootste uitdagingen op het gebied van veen, antwoordt Chris: "Het is een beetje een tweeledige uitdaging. Enerzijds moeten we de hoeveelheid veen verminderen om op goede voet te blijven met de maatschappij en de autoriteiten. Aan de andere kant is er de ontwikkeling van alternatieven die het niveau van de huidige veenproducten moeten halen."

Hij wijst erop dat er nogal wat alternatieven voorhanden zijn, maar geen van alle kan veen op zichzelf vervangen. "Het moet dus een mengsel zijn wat de dezelfde kwaliteiten heeft als veen. Dat is de uitdaging voor de komende jaren."

Volatiele markt
Dat is het aanbodgedeelte, maar er zijn ook verwachtingen te managen. "Op zich zouden de volumes op de markt voldoende kunnen zijn om het gat te dichten," meent Chris. "Maar er gebeuren ook een aantal andere dingen in de maatschappij. Zo leidt energiegebruik tot het gebruik van houtproducten. Met als gevolg dat de vraag naar houtproducten verschilt van toen we met deze prognoses begonnen."

Hetzelfde geldt voor compost en organisch afvalmateriaal, dat vroeger volop op de markt was. "Maar nu worden er steeds meer toepassingen voor deze materialen gevonden, zoals het produceren van meststoffen. De markt beweegt dus in een snel tempo en de prijzen veranderen." Hierdoor veranderen ook de beschikbare hoeveelheden.

Dus hoe kan de groeiende media-industrie concurreren met de energiemarkt? Chris gelooft dat het nog steeds mogelijk is. "De hoeveelheid geld die de energiemarkt kan uitgeven aan grondstoffen is beperkt, mits de gasprijzen weer op een normaal niveau komen." Als we naar de langere termijn kijken, zegt hij dat de autoriteiten eraan herinnerd moeten worden dat het belangrijk is dat organisch materiaal terugkomt in de land- en tuinbouwgrond. "Als je het verbrandt, verlies je de organische stof voor akkerbouwgrond. Dat levert grote problemen op."

Technologische innovaties
Adriaan en zijn bedrijf kunnen ook een rol spelen op het gebied van de vermindering van het gebruik van fossiele grondstoffen. Volgens hem is technologische innovatie belangrijk om dit doel te bereiken. "Als je naar de geschiedenis kijkt, zijn de meeste uitdagingen opgelost door technische innovatie. Dat geeft ons enige hoop. Toen we een paar jaar geleden werden geconfronteerd met de stikstofcrisis in Nederland, dachten we dat het misschien mogelijk was om die op te lossen zonder gebruik te maken van de oplossing die politici aandroegen: Boeren uitkopen en de hoeveelheid vee in Nederland met 50 procent verminderen omdat we de stikstofuitstoot met 50 procent moeten verminderen."

Bij MEZT dachten ze: wat als het mogelijk is om met technologie de uitstoot met 50 procent te verminderen, zonder de helft van de sector te hoeven elimineren? "Onze oplossing biedt de mogelijkheid om de mineralen die al op boerderijen aanwezig zijn te hergebruiken, een beetje te bewerken en opnieuw te gebruiken als meststof. Als we op die weg doorgaan, verminderen we de behoefte aan fossiele meststoffen aanzienlijk. Dat is de route naar duurzame landbouw in de toekomst."

Meststoffen in de glastuinbouw
De hamvraag is of we die organische componenten kunnen hergebruiken en gebruiken in meststoffen voor de kas. Chris is optimistisch. "Het voordeel van glastuinbouw is dat de bemestingskosten slechts 0,5 tot misschien 1 procent van de totale omzet van een teler zijn. In de akkerbouw gaat 30 tot 35 procent van het inkomen van een boer op aan meststoffen. Dus een kleine prijsstijging maakt het voor akkerbouwers echt moeilijk om aan die meststoffen te komen, maar in de glastuinbouw is dat geen groot probleem, als het maar de juiste kwaliteit levert."

Micromarkt voor mineralen
Wanneer kunnen we deze voorspellingen in de praktijk verwachten? Nu al ziet Adriaan bedrijven geïnteresseerd om mineralenconcentraten te kopen van boeren die ze uit mest halen. "Wij voorzien een markt op microniveau waar iedere boer die een overschot of tekort heeft aan welk mineraal dan ook, dat kan verhandelen op een markt die in de nabije toekomst zal ontstaan. En dat zijn niet alleen boeren, het kunnen ook glastuinders of andere partijen zijn."

Het leven na substraat
De aanvoer van mineralen ziet er al goed uit, maar wat gebeurt er met substraten nadat ze zijn gebruikt? Chris en zijn team doen ook daar onderzoek naar. De resultaten hebben aangetoond dat meststoffen die voor paddenstoelen worden gebruikt, kunnen worden hergebruikt om paddenstoelen een boost te geven tegen schimmelziekten. "Er zijn dus mogelijkheden, maar het zal nog wel even duren voordat het ontwikkeld is tot een goed product."

"Het zal goed van pas komen dat de MEZT-technologie selectief ammonium, kalium en fosfaat kan extraheren," legt Adriaan uit. "We kunnen ze opnieuw combineren in de exacte, juiste verhoudingen, rekening houdend met het gewas, de bodem en het seizoen." Dat kan niet alleen nuttig zijn voor meststoffen op basis van mest, maar ook in de glastuinbouw bij het samenstellen van basisproducten.

Toekomstvisie
Chris denkt dat de nieuwe technologie in de toekomst zal leiden tot een veel preciezer gebruik van de juiste microben in biostimulanten. Adriaan gaat nog een stap verder: "Je moet niet alleen microben inbrengen, je moet ook de voedingsstoffen aan die microbe geven. Op deze manier heb je in de toekomst daadwerkelijk de juiste kolonies. En ik verwacht ook dat dierlijke meststoffen daar een groot effect op kunnen hebben." Hoewel dit nog een theorie is, biedt het een boeiend toekomstperspectief.

"Om dit te laten werken, moet de regelgeving dringend worden aangepast," zegt Adriaan. "Het is heel beperkt om te denken dat alles wat uit een koe komt, enkel mest is. Zelfs als je de ongewenste stoffen eruit haalt, is het volgens de regels nog steeds mest. We moeten er dus voor zorgen dat onze regelgeving gelijk loopt met de technische mogelijkheden. We moeten allemaal bijdragen aan het overtuigen van de regelgevers."

Voor meer informatie: 
Kekkilä BVB
info@kekkila-bvb.com
www.kekkila-bvb.com


Publicatiedatum:
© /



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven