Angelique Walsweer (QLP IJsselmuiden):

“Zo moeizaam als het vorig jaar ging met biologisch rupsenbeheer, zo goed gaat het nu”

Sinds begin 2020 richt QLP IJsselmuiden zich op de biologische rotatieteelt van paprika’s, tomaten en komkommers. Het eerste jaar was niet gemakkelijk. Door de late levering van een spuitrobot kon er niet tijdig worden ingegrepen tegen rupsen en werd het dweilen met de kraan open. Dit jaar liggen de kaarten anders. Na een vroege waarneming kwam gewasbeschermingsspecialiste Angelique Walsweer direct in actie met CoStar. Medio juni was het gewas nog steeds schoon.

Quality Life Produce IJsselmuiden is één van de drie gelijknamige, maar zelfstandig opererende biologische productielocaties van BioWorld / Best Fresh Group uit Poeldijk. Het voormalige zaadteeltbedrijf werd eind 2019 aangepast tot biologische teeltlocatie. Om de biologische bestrijding met groene, door SKAL toegestane middelen te kunnen ondersteunen, werd er ook geïnvesteerd in een autonome spuitrobot.


Angelique Walsweer en adviseur Jonathan Bleeker van Van Iperen inspecteren de biologische paprika’s. Na een bestrijdingscyclus met CoStar in maart was het gewas medio juni nog steeds brandschoon.

Diverse uilen en Turkse mot
“Een mooi en erg handig apparaat, maar hij kwam te laat om op tijd te kunnen starten met Bt’s tegen de rupsen in onze paprika’s”, vertelt Walsweer. “In de feromoonvallen en vanglampen voor monitoring zagen we al vroeg verschillende uilen, waaronder kool- en groente-uil, Turkse mot en nog wat andere motten. In het gewas zagen we clusters van rupsen verschijnen. In de tomatenkas zat wat Turkse mot, die werd meegepakt via de galmijtbestrijding met Biosulfur en Addit. In de paprika’s kregen we de rupsen echter niet onder controle. Met de ingezette Bt’s werd het vechten tegen de bierkaai.”

Al oudere rupsen aanwezig
Anderhalve week na de eerste waarneming van rupsen in het gewas kon de spuitrobot eindelijk worden ingewijd. Omdat er al veel grote, oudere rupsen aanwezig waren, waartegen Bt’s doorgaans minder effectief zijn dan tegen jonge rupsen, werd er niet gerekend op een volledig bestrijdingsresultaat. Het doel was om de cyclus te doorbreken en zo de ‘eigen kweek’ tot het aanbreken van de invliegperiode te beperken. Dat viel helaas tegen.

Beperkt effect
Walsweer: “We hebben blokbehandelingen toegepast van 3 x Turex, 3 x CoStar en 3 x Xentari met spuitintervallen van 7 dagen. Dat gebeurde altijd ’s avonds of onder donkere weersomstandigheden. Ondanks alle moeite zagen we onvoldoende effect. Uiteindelijk hebben we gedurende de hele teelt wat schade voor lief moeten nemen. Niet leuk, maar als je dat eenmaal accepteert slaap je wel een stuk rustiger.”

Dit jaar alleen paprika
Dit jaar teelt het biologische bedrijf uitsluitend paprika’s. Dat is bijzonder op een biologische kwekerij, die er normaliter een rotatieschema met meerdere gewassen op nahoudt. Het is dan ook geen vrije keuze, maar het gevolg dat de kas met jonge komkommers begin dit jaar is bezweken onder de sneeuwlast. Dat was dus opnieuw een zware tegenvaller voor het jonge bedrijf. Heeft het dit jaar ook opnieuw moeite om de rupsen in paprika onder controle te houden?

Rupsenvrij na één cyclus CoStar
“Nee, dat valt tot nu toe gelukkig heel erg mee”, zegt de gewasbeschermingsspecialiste van QLP. “We hebben de kassen na het beëindigen van die lastige eerste teelt uiteraard heel goed schoongemaakt, zodat we schoon konden starten. Kort na het planten, ik geloof in week 6, zagen we ergens een rupsje. Nog diezelfde dag heb ik de helft van de kas gespoten met CoStar. Dat is een van de betere producten waar ik ervaring mee heb en we hadden het gelukkig nog in de kast staan. Eén en twee weken later hebben we die behandeling herhaald in de hele kas. We hebben daarna geen rups meer gezien, dus ik ga er van uit dat het middel zijn werk goed heeft gedaan. Zo moeizaam als het vorig jaar ging, zo goed gaat het nu.”

Scouten en monitoren
Om die lijn te kunnen doortrekken staat het hele team van QLP op scherp. Er wordt dit jaar intensief gescout en gemonitord met behulp van vangplaten (trips, witte vlieg) tegen rupsen. Twee medewerkers zijn speciaal door Walsweer en Bleeker geïnstrueerd. “Als er iets wordt waargenomen hangt de medewerker een signaalclip aan het gewasdraad en geeft hij de desbetreffende rijnummers door aan mij en aan bedrijfsleider Jannick Brink. Omdat de middelenkeuze voor een biologisch bedrijf per definitie beperkt is, kun je niet vroeg genoeg signaleren. Voor rupsen geldt dat in bijzondere mate; Bt’s kunnen echt heel goed werken, maar je moet er wel op tijd bij zijn. Bovendien moet je deze correcties enkele keren herhalen om ook nieuw gevormd blad te beschermen ”

Aandachtspunten
Wanneer ingrijpen wenselijk is, komt het aan op vroegtijdig handelen en zorgvuldig werken. Jonathan Bleeker, Technisch Specialist bij Van Iperen: “Op de meeste middelen waarover telers nog kunnen beschikken, rusten meer beperkingen dan in het verleden. De juiste timing van ingrijpen wordt daardoor steeds belangrijker. Bt’s worden door rupsen opgenomen via vraat, dus in dit geval is een volledige gewasbedekking van groot belang. Hoe sneller de rups de benodigde hoeveelheid Bt’s heeft opgenomen, des te sneller stopt hij met vreten en gaat hij dood. Daarnaast is herhaling van de bespuiting belangrijk om ook jonge, nieuw gevormde bladeren een bescherming mee te geven”

Stel de spuitmachine dus goed af en gebruik voldoende water om het gewas op de gewenste hoogte goed met spuitvloeistof te bedekken, zonder dat het van de bladeren op de grond druipt, adviseert hij. "Hulpstoffen kunnen de bedekking of hechting verbeteren, maar zitten soms ook in de formulering. Lees de etiketten dus goed voordat je begint."

Toepassingsmoment
Bij moderne (groene) middelen kan het toepassingsmoment veel verschil maken. Sommige middelen dienen snel te drogen voor maximaal resultaat en pas je bij voorkeur toe rond het middaguur. Andere doen hun werk pas goed wanneer het gewas (lees: de getroffen schimmel of plaaginsect) langer vochtig blijft. Insecten-parasitaire aaltjes en schimmelpreparaten zoals BotaniGard, waarvan de sporen vocht nodig hebben om te kunnen kiemen, behoren tot die laatste groep. “Vroeger maakte het niet zoveel uit wanneer je ging spuiten, maar dat is nu anders”, vat de adviseur samen. “Je dient nu echt rekening te houden met de aard en werking van middelen. Daar dien je dus goed bekend mee te zijn. Wanneer je de werking begrijpt, kun je een middel juist inzetten en betere resultaten boeken.”

Voor meer informatie:
Jonathan Bleeker
Certis
info@certiseurope.nl
www.certiseurope.nl 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Twitter Rss

© GroentenNieuws.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven