Zijn de schimmels van toen eigenlijk nog wel dezelfde als die van nu?

Tholen – Schimmels de kas in brengen. Het is niet direct iets waar telers om staan te springen, maar toch is het wel degelijk nuttig. En leerzaam. Daarom is het wel een van de dingen waar Jantineke-Hofland-Zijlstra telers mee wil helpen. De adviseur-onderzoekster is op 4 januari gestart met haar eigen bedrijf Weerbare Plant.

Haar bedrijfsnaam deed bij de twee ervaren ondernemers die haar begeleiden in het ondernemerschap wel even de wenkbrauwen fronsen. Want spreekt die naam eigenlijk wel aan? Jantineke dacht van wel en heeft afgelopen maanden ook gemerkt dat het zo is. “Er is veel behoefte aan een onafhankelijk sparringpartner op het gebied van schimmels plantenziekten. Die zijn er nog maar weinig in de glastuinbouw.”

Dat terwijl steeds vaker het belang van een weerbare plant wel wordt onderkend. “Van een stoffig imago is allang geen sprake meer. De belangstelling is enorm, juist nu telers ook met biostimulanten en meststoffen zijn gaan zien wat dat al voor de weerbaarheid van de plant kan doen.”

Ruime blik
Tot nu toe is de benadering van weerbaarheid volgens Jantineke wel vaak nogal reductionistisch geweest. Dat wil zeggen: vaak gefocust op één product, één gewasbeschermingsmiddel of één resistentie. “Ik denk dat we juist veel meer oog moeten hebben voor het hele systeem en het najagen van algehele plantweerbaarheid. Daarvoor moeten we met z’n allen de blik verruimen. Gelukkig is de sector daar al goed mee bezig.”

Nieuwe ideeën
Zelf gaat Jantineke zich, met de teler in gedachten, richten op zowel het geven van advies, het doen van onderzoek voor de teler én het geven van cursussen. Daarvan heeft ze er inmiddels al twee met, niet verrassend, als titel ‘Weerbare Plant’ gegeven. “De belangstelling voor deze cursussen is positief. Ook hier merk ik dat een onafhankelijke blik op de materie op prijs wordt gesteld. Daarbij put ik uit mijn inmiddels ruime ervaring in zowel de wetenschap als praktijkonderzoek. Nog steeds probeer ik up-to-date te blijven en juist ook uit internationale literatuur nieuwe ideeën op te doen om met telers te delen.”

Schimmels treden het meest op in de periodes maart-april en augustus-september. Dan neemt het licht toe en juist weer af en dat is een trigger voor schimmelproblemen in de kas. Hier op de foto: meeldauw in tomaat

Prioriteiten
Als ‘schimmelexpert’ – Jantineke kan er om lachen en neemt het als een compliment – schuift ze regelmatig aan bij telers die zich hebben verenigd rondom een schimmelprobleem. “Ik probeer hier dan vanuit mijn onafhankelijke positie en ervaring structuur te geven aan hun onderzoek, te kijken wat er al gedaan is door de telers samen met hun adviseurs én wat er misschien nog gedaan kan worden. Prioriteiten stellen is dan vaak een belangrijk punt. Schimmels wachten niet. Het is dus zaak goede, gedegen, maar ook snelle beslissingen te maken.”

Kennis genoeg?
Wat daarbij van belang is, is kennis van schimmels. Logisch. Maar is die kennis er eigenlijk wel genoeg in de sector? Jantineke vraag het zich gaandeweg het gesprek af. “Ik weet dat er bijvoorbeeld in België weleens uitvoerig is ingezoomd op isolaten van Botrytis. In dat onderzoek bleek dat er allerlei verschillende isolaten waren, waarbij soms zelfs de pathogeniteit (en daarmee schadelijkheid voor gewassen) gedurende het seizoen varieerde. Ook bleken de schimmels vaak op het eind van het groeiseizoen nog agressiever dan dezelfde soort aan het begin van het seizoen. Het maakt dat ook de aanpak van schimmels gedurende het teeltseizoen niet altijd hetzelfde kan of moet zijn.”


In de teelt hebben telers te maken met grofweg twee soorten schimmels: kasluchtschimmels waarvan de sporen zich voornamelijk verplaatsen via de kaslucht én soorten die zich snel via het water en gronddeeltjes kunnen verspreiden, substraatschimmels. Die laatste groep is het hardnekkigst, omdat hun rustsporen lange tijd, op afstervende plantenresten of substraatdeeltjes, kunnen overleven en bij gunstige condities weer gaan kiemen. Op de foto: Mycosphaerella in komkommer, een kasluchtschimmel

Het maakt dat het plakken van het label ‘Fusarium’ of ‘Pythium’ op een teeltprobleem alleen niet volstaat, volgens Jantineke. “Ik zie daarom kansen om, met het toenemende gebruik van moleculaire technieken, weer eens echt domweg schimmels uit kassen te gaan verzamelen en om de aanwezige diversiteit van schadelijke en niet-schadelijke soorten in kaart te brengen.”

Plantmateriaal testen
Nog een flink project waarin Jantineke toekomst ziet is het verzamelen van plantmateriaal uit zoveel mogelijk kassen om daarop een ziektetest te doen. “Dan ga je veel verschillen zien, waarvan ook telers veel kunnen leren.” Waarom het nog nooit gelukt is? “Omdat het niet vernieuwend genoeg is en dan is het lastiger om financiering te regelen. Nu ik zelfstandig ben, overweeg ik alsnog zo’n project op te zetten. Bijvoorbeeld met hulp van studenten. Zij kunnen helpen, en veel leren, van de uitvoering.”

Maatwerk
Minder grootschalig, maar niet minder belangrijk, is haar plan om biologische toetsen bij telers af te gaan nemen. “Daarbij breng je, gecontroleerd, een schimmel op een blad aan om, ook als er nog geen ziektedruk is, alvast te kijken hoe hoog de planteigen weerbaarheid is. Ook dat levert telers veel kennis op en bovendien levert zo’n geïsoleerde test direct visueel bewijs op uit de praktijk. Want dat is waar ik graag naartoe wil: maatwerk. Net als onafhankelijk advies zie je dat op het gebied van plantenziekten nog weinig.”


Botrytis in cyclaam

Voor meer informatie:
Weerbare Plant
www.weerbareplant.nl 
info@weerbareplant.nl 

Jantineke Hofland
M +31 (0)6 181 34 776


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Twitter Rss

© GroentenNieuws.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven