Stapsgewijs naar 20 jaar hogedraadteelt in komkommer en nu stapje voor stapje door

Tholen - Is het écht alweer twintig jaar terug dat de komkommer aan de hogedraad het licht zag? Jazeker, al werden de eerste stappen voor nieuwe rassen voor de nieuwe manier van telen natuurlijk buiten alle spotlights in laboratoria en testcentra van Nunhems, tegenwoordig BASF Vegetable Seeds, gezet.

De introductie in de kas volgde in Nederland in 2008 en niet lang daarna lagen de komkommers in het schap. Reden genoeg voor het veredelingsbedrijf om de hogedraadkomkommer, die inmiddels wereldwijd wordt geteeld, in het zonnetje te zetten. Of onder belichting, om één van de vele ontwikkelingen in het hogedraadsegment te noemen waarin ook los van de manier van telen volop aan nieuwe ontwikkelingen wordt gewerkt.

Voor de buitenstaander is de komkommer van nu nog nagenoeg dezelfde als die van twintig jaar of zelfs nog langer terug. Anne Jancic, bij BASF verantwoordelijk voor Global Marketing & Business Development High Tech, weet wel beter. “Er is nog heel veel te halen, juist in komkommer, een groente die in vergelijking met bijvoorbeeld tomaat of eigenlijk om het even welke groente dan ook nog best ‘saai’ is als je in het schap kijkt.”


Anne Jancic ziet juist in komkommer nog ‘duizenden’ mogelijkheden om iets revolutionairs te doen.

De vrucht is groen, knapperig, fris, zo weten ook consumenten als het hen gevraagd direct te benoemen, maar zij wijzen er net zo goed ook op dat er al die jaren voor hen weinig is veranderd aan de allemansvriend. Door de niet-dominante smaak is komkommer de groente bij uitstek om even mee te graaien, maar die brede toepasbaarheid wordt nog maar weinig benut, ziet Anne tot haar grote spijt. “Komkommer is echt in veel meer gerechten dan enkel een salade te gebruiken, maar de consument moet dat wel weten. Aan ons een schone taak om het de consument te laten weten, samen overigens met de teler, de retail en de foodservice. Samen moeten we het doen.”

Houdbaarheid
Samen is ook de komkommer aan de hogedraad vanaf 2008 stapje voor stapje geïntroduceerd. Nederlandse telers hadden de primeur. “En nog steeds lopen telers in Nederland, en België inmiddels ook, voorop als het over deze nieuwe, efficiëntere manier van telen gaat. Als geen ander gaat het hier in de kassen om fine tuning en er zoveel mogelijk uit halen. Telers in heel veel andere landen komen wel steeds dichterbij. Van Finland en Zweden tot Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland, telers worden steeds beter in het telen van hogedraadkomkommers.

De hogedraadrassen vanuit het Limburgse Nunhem, waar BASF eind 2018 nog een gloednieuw veredelingscentrum specifiek voor komkommer opende, kregen met de jaren steeds meer voet aan de grond bij de komkommerteler maar uiteraard niet zomaar. Een hogere productie en een betere vruchtkwaliteit trokken telers over de streep en daar kon zelfs het nadeel van, zeker in de beginjaren, een hogere arbeidsbehoefte, niets aan veranderen.

Inmiddels weten telers steeds beter hoe ze de rassen voor de hogedraad moeten telen ziet Anne, waardoor ook dat nadeel niet opweegt tegen de voordelen. “Ook houdbaarheid kan een voordeel zijn, want de vrucht kan in de hogedraadteelt een kortere uitgroeiduur hebben vergeleken met de traditionele teelt. Dat zorgt voor een aantal extra dagen om de komkommers naar de consument te krijgen.”

Dat weten de supermarkten vaak ook, maar de consument weet dat niet. “De voordelen van hogedraadteelt, zoals de betere kwaliteit, worden eigenlijk niet gecommuniceerd aan de consument. De komkommers, zowel uit de traditionele teelt als vanuit de hogedraadteelt, belanden, los van de sortering waarop wel wordt gesorteerd, gewoon naast elkaar in het handelskanaal en uiteindelijk in het schap. Nu is dat ook nog wel logisch, omdat het eindproduct uit beide manieren van telen vrijwel hetzelfde is, maar dat wordt anders als de hogedraadkomkommer meer onderscheidend wordt. En daar werken wij inmiddels volop aan.”


Een typische hogedraadteelt in de komkommerkas.

Geleidelijk
De teelt aan de hogedraad is voor die ontwikkeling van de komkommer de basis. “Telers kunnen hun teelt beter sturen en beter plannen. Ook kunnen zij in de toekomst gaan sturen op bijvoorbeeld smaak. Ook nu zie je al dat enkele vooruitstrevende telers op dat gebied stappen zetten, net als met het ophangen van belichting om richting jaarrond teelt te gaan. Bovendien zie je ook dat er stappen gezet worden op het gebied van de marketing van het product door de teler zelf door er een merk omheen te bouwen en ook het verhaal te vertellen.”

Dat alles gaat met kleine stappen, stapjes eigenlijk nu nog, net zoals ook de hogedraadteelt zelf werd geïntroduceerd. “Je zou nu, om maar eens iets geks te noemen, zeker een komkommer met aardbeismaak kunnen introduceren. Dat werkt echter niet als je het in één keer doet. De consument gaat niet zomaar om, maar wel als het geleidelijk gaat en als nieuwe producten en concepten duidelijk een toegevoegde waarde voor hun hebben.”

Onderscheidend worden
Om de hogedraadkomkommer echt onderscheidend in het schap aan te kunnen bieden, is enkel de betere kwaliteit niet genoeg”, meent Anne. “Heel plat gezegd blijft het nog steeds een groene vrucht die grotendeels uit water bestaat. Mijn collega’s uit andere productgroepen zoals komkommer of sla zeggen ook weleens gekscherend waarom ik juist komkommer zo leuk vind. Ik antwoord dan altijd dat er juist in komkommer nog duizenden mogelijkheden zijn om iets onderscheidends, iets revolutionairs te doen, juist omdat het tot nu toe zo’n op het oog jarenlang onveranderd product is.”

De ‘komkommer met aardbeismaak’ zal dan misschien niet morgen ‘opeens’ in het schap liggen, dat neemt niet weg dat er continu doorontwikkeld wordt. “Onze rol in eerste instantie is daarin het sleutelen aan stukjes genetica. Op die manier hebben we bijvoorbeeld met de jaren het nadeel van de meerarbeid flink kunnen terugdringen. Zo werd in de afgelopen jaren veel focus gelegd op het veredelen van rassen met hoge opbrengst en virusresistentie.

Maar er zit veel meer variatie in komkommer: als we bijvoorbeeld naar ‘oude’ genetica kijken, zien we komkommers in hele andere vormen, kleuren, textuur en smaak dan de lange komkommer die wij hier kennen. Uiteraard is het vervolgens ook aan de teler om het ras daarna op de juiste manier te telen én aan de markt, aan de afzetkant, om ook écht te willen veranderen en de consument mee te krijgen.” 


Belichting is aan een gestage opmars bezig in de komkommerteelt en daarvoor worden ook weer speciale rassen ontwikkeld.

40-ers
Anne spreekt graag van een driehoek met daarin de veredelaar, de teler en de retail als grootste afzetpartij. De teler wordt in het innovatieproces als eerste meegenomen vanwege het voor de hand liggende feit dat zijn of haar kas met het nieuwe ras vol komt te staan, maar ook de retailer wordt tegenwoordig steeds vroeger in het proces van het ontwikkelen van een nieuw ras meegenomen.

“Sinds twee jaar zitten wij samen met partners uit de hele keten in een komkommerdenktank. Daarin denken wij na over hoe de komkommer er over tien jaar uit ziet. Tegen die tijd moet het mogelijk zijn om samen met alle partijen dusdanig veel toegevoegde waarde aan een hogedraadkomkommer mee te geven dat de consument het ook echt zelf kan zien en er dus mogelijk dan ook, net als inmiddels in bijvoorbeeld tomaat heel duidelijk te zien is, meer voor wil betalen.”

In dat hele proces is het voor het veredelingsbedrijf ook belangrijk om verder te kijken dan de eigen landsgrenzen. “Voor telers in Nederland en België en voor de Duitse retail ook is een 40-er belangrijk. Die vakterm, die het vruchtgewicht van gemiddeld 400 gram aanduidt, valt vaak onder telers als het over een mooie, kwalitatief hoogstaande komkommer gaat.

In Rusland is dat bijvoorbeeld alweer heel anders. Ook daar heb je hogedraadteelt, maar zijn de komkommers aanzienlijk minder lang en daarmee ook minder zwaar. En in Canada zijn de komkommers dan weer gemiddeld twee à drie centimeter langer dan hier bij ons.

Wij moeten zorgen dat wij voor al die specifieke teeltomstandigheden de juiste rassen blijven ontwikkelen en hebben daarbij enerzijds te maken met het ‘inbouwen’ van resistentie tegen virussen en ziektes en tegelijkertijd dus eisen over hoe het eindproduct, hoe de komkommer van de plant afkomt onder lokale, land- of regiospecifieke omstandigheden.”

Feestjaar
Dit jaar, dit feestjaar voor de hogedraadteelt bij BASF Vegetable Seeds, zal het hele jaar door het heden en verleden van de hogedraadteelt de revue passeren. Door middel van interviews, online filmpjes en evenementen (zodra het met de coronaperikelen weer mogelijk is) zullen de ontwikkelingen en successen uit de afgelopen twintig jaar worden uitgelicht.

“Enerzijds om de mensen die aan het succes hebben bijgedragen te bedanken”, vertelt Anne. “En anderzijds om te laten zien hoe we het met z’n allen hebben gedaan en om informatie met elkaar te delen. Niet alleen over de manier van telen, in om het even welk land, maar juist ook over onderwerpen zoals consumententrends. Een van onze uitdagingen de komende jaren is namelijk om de consument te leren dat er zoveel meer te doen is met verse groenten, waaronder ook de komkommer. Wij kunnen, samen met de teler en vooral ook de retailer, inspiratie geven over wat er allemaal kan met komkommer.”

De focus ligt ook steeds meer op consumententrends naast veredelen van nieuwe rassen.

Dit artikel verscheen eerder in editie 4, 34e jaargang van Primeur. Zie hiervoor www.agfprimeur.nl.

Voor meer informatie:  
Anne Jancic
BASF Vegetable Seeds
anne.jancic@vegetableseeds.basf.com
www.nunhems.nl 


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven