Fotoreportages

Gezelligheid of zaken: Fruit Logistica hoe dan ook ‘goede beurs’ voor tuinbouw

Tholen – Eenmaal terug uit Berlijn zal menigeen zich de vraag hebben gesteld: wat heb ik gezien op de Fruit Logistica en wat heeft de beurs mij opgeleverd? Het zijn vragen die iedereen voor zichzelf moet beantwoorden, maar waar wij op basis van de beursgeluiden uiteraard elk jaar weer een algemeen beeld uit proberen op te tekenen. Op basis van veelgehoorde kreten onder bezoekers over ‘viele Höllander’ kan geconcludeerd worden dat het flink druk was én niet alleen met Nederlanders. Zeker ook toeleveranciers met internationale ambities merken dat de beurs belangrijk is om in korte tijd met veel (potentiële) klanten om tafel te kunnen gaan. 

Bekijk hier de reportage voor de tuinbouwtoeleveranciers

Bekijk hier de reportage voor de Nederlandse AGF-handelsbedrijven en toeleveranciers

Bekijk hier de reportage voor de Belgische AGF-handelsbedrijven en toeleveranciers


Enst-Jan Monden en Mattijs van Loon voegden zich onlangs bij de Bogaerts Greenhouse Logistics

De beurs begon op woensdagochtend, of eigenlijk nog iets daarvoor, voor diverse techniekbedrijven in ‘Hollandhal’ 3.2 met een valse start. De meegebrachte machines die een prominente plek zouden moeten krijgen in de stand, mochten op het laatste moment van de organisatie de hal niet in. Boze en teleurgestelde gezichten waren het gevolg.


Severina Windmolders, Simon Eyers & Frederic Fernandes van Roam Technology, tonen de Huwa-San producten.

Toch werd het ook zonder machines ‘lekker druk’ in hal 3.2 en ook in de andere hallen met tuinbouwtoeleveranciers, techniekbedrijven en veredelaars waren de geluiden over de aantallen bezoekers positief. Uiteraard gaat het vaak in golven op grote beurzen als deze, maar zodra wij met ons 'fotografenleger' drukke standhouders in bespreking treffen, is dat een goed teken. Onder de bezoekers elk jaar ook weer veel (internationale) telers die een rondje over de beurs doen. Zo brengen elk jaar alle grote Amerikaanse tuinbouwbedrijven een bezoekje aan Berlijn.

Op de foto namens Priva: Paulina Komorowska, Peter Könemann, Chris Reeskamp en Maren Schoormans.

Van veel noviteiten was er op deze beurs vanuit glastuinbouwoogpunt geen sprake. Het meest in het oogspringend was waarschijnlijk de aardbeiplukrobot Rubion die door Octinion, een Belgische R&D-bedrijf, werd gelanceerd voor toepassing in de praktijk. Andere terugkerende onderwerpen zijn LED-belichting, vertical farming én zeker ook in de wandelgangen de alsmaar groeiende cannabisteelt waarin veel bedrijven kansen zien.

Een wist-je-dat-je bij Hortilux: de gemiddelde bezoeker op de beurs loopt op één dag gerust 15 kilometer. Op de foto: Orchan Koelijev, Hans de Vries, Vera Bouklakova, Paul van der Valk en Stefano Hiwat.

Bekijk hier de reportage voor de tuinbouwtoeleveranciers

AGF-terugblik op de beurs uit handelsoogpunt
Twee andere thema's die veel te sprake kwamen, zeker bij de handelsbedrijven: duurzaamheid en Brexit. In vrijwel elke stand kwam duurzaamheid terug merkten onze collega's van de handelsnieuwsbrieven. De reductie van plastics staat hoog op de agenda, maar dat geldt ook voor bijvoorbeeld beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen.

De Brexit vormt het zwaard van Damocles boven de markt. Iedereen weet dat het zwaard op 29 maart valt, maar hoe dat zwaard er uit ziet en hoe groot de schade zal zijn: dat blijft een open vraag. De nasleep van de hete zomer zet de stemming onder de Europese handelaren. De overschotten op bijvoorbeeld de Europese druivenmarkt doet wereldwijd handelaren zich achter de oren krabben.

Opvallend was dat het gelijk de eerste beursdag goed druk was. Waar normaal de donderdag de drukste beursdag was, ontliepen de eerste twee dagen elkaar niet veel. Er werd in de gangpaden geschuifeld. Op de vrijdag, traditioneel de rustigste dag, leek het zelfs wat drukker in de paden dan anders.


Jeroen Prins (Purple Pride), Dylan van Raaij (Paprico/Sweetpoint) en Stef Baetings (Prominent) in de stand van Coöperatie DOOR.

Toch klonken er ook andere geluiden. Een van de Belgische standhouders omschreef de bezoekers en de bezoekersaantallen als ‘kwaliteit voor kwantiteit’. Ook bij standhouders uit andere landen sprak men het gevoel uit dat er minder bezoekers over de beurs liepen.

De Spaanse standhouders typeren de beurs als "rustiger, zelfs rustiger dan vorig jaar." Hoewel er nieuwe Spaanse bedrijven waren, verschuift de focus meer naar de Fruit Attraction in Madrid. Italiaanse standhouders wijzen er juist op dat er meer inkopers van grote retailketens verwelkomd mochten worden.

Gemengde gevoelens in CityCube

Over het algemeen waren de Franse exposanten positief over de beurs. "De contacten met bestaande klanten zijn aangehaald, en vooraf ingeplande afspraken zijn voorspoedig verlopen," laten veel standhouders weten. Volgens sommigen ontbrak het wel aan aanloop van potentiële klanten. 

In de CityCube, thuisbasis voor de Poolse bedrijven, heersten gemengde gevoelens. Enkele exporteurs hadden het gevoel dat ze dit jaar minder bezoekers aan hun stand troffen dan voorgaande jaren, terwijl andere bedrijven juist een ware ‘rush’ zagen de eerste dag.

De Turkse en Marokkaanse bedrijven genoten van een goede beurs, in Hall 1.1 Het allergrootste feest vond plaats bij het bedrijf Alanar, dat een heuse ceremonie hield op dag twee. Dankzij een samenwerking met een bedrijf uit Peru zullen zij het hele jaar door vijgen kunnen leveren, wat gevierd werd met een reusachtige taart.

In Hall 2.1 stonden de Grieken en Egyptenaren, een hal die gedurende de hele beurs flink wat mensen trok. De zaken hier gingen goed, kende flink wat bedrijven die er voor de eerste keer stonden en vooral de Griekse stands deden een stapje extra om door middel van felle kleuren op te vallen.

Cultuur snuiven bij Italiaanse bedrijven

De Italiaanse delegatie pakte uit met een nieuw paviljoen ‘Italian Fruit Village’ in Hall 7.2a. Het paviljoen huisvestte veel bedrijven, waarvan sommigen de nadruk legden op ‘cool agriculture’, terwijl andere juist traditie of regionaliteit hoog in het vaandel hadden staan. De regio Sicilië had een nieuwe lay-out gekozen, waarbij de Vucceria markt in Palermo als inspiratie diende. Regio Puglia koos juist voor Castel del Monte, het 13e -eeuwse kasteel in Andria als inspiratie. Op elke Italiaanse stand was er ruimte om te proeven: van eenvoudig gesneden producten tot gastronomische hoogstandjes waarbij de kleur van het product een belangrijke rol speelde van cocktails tot cosmetische toepassingen.

Onder de standhouders konden de nestors van de sector, bedrijven die al meer dan 20 jaar aanwezig zijn, niet ontbreken, maar er waren ook genoeg nieuwe gezichten van jonge ondernemers. Hoewel er keuzes gemaakt moeten worden uit de lange lijst beurzen, staat Berlijn voor de meeste bedrijven buiten kijf. De drie dagen waarin veel bestaande en potentiële klanten ontmoet kunnen worden, kan niet gemist worden. En als kers op de taart ontving het Italiaanse Jingold de Fruit Logistica Innovation Award voor de Oriental Red Kiwifruit.


Paul Van de Mierop en Loes Van der Velden (Den Berk Délice). 

De financiële perikelen bij Geenyard vormden het onderwerp van gesprek onder de Nederlandse en Belgische standhouders. Mocht het misgaan, dan wordt een behoorlijke nasleep verwacht en is de verwachting dat er meer bedrijven gaan omvallen. In de Nederlandse uienhandel geeft de doorstart van Eqraft de nodige emoties. De Nederlandse standhouders in Hall 3.2 zetten flink in op beleving.

Minder plastic, minder gewasbeschermingsmiddelen

De reductie van plastic is een groot item. Was dit tot enkele jaren terug voorbehouden aan de bio-bedrijven, inmiddels zijn mede door druk van de retailklanten heel veel partijen aan de slag met kartonnen, pulp en suikerriet schaaltjes en verpakkingen. Dat was ook terug te zien bij de Duitse standhouders, die dit jaar overduidelijk een gemene deler hadden: duurzaamheid.

Vooral als het gaat om productverpakkingen is dit een grote factor die volgens velen ook in de komende paar jaar van groot belang zal zijn. Vanwege de nieuwe verpakkingswet - die onlangs is ingegaan - is de handel in zekere zin verplicht om zich actief in te zetten tegen milieuvervuiling en het gebruik van plastic zo mogelijk te vermijden.

Het gevolg is een veelvoud aan experimentele en hybride alternatieven voor bestaande verpakkingen die de markt op dit moment overspoelt. Onder meer cellulose, bio-afbreekbaar plastic en verpakkingen met luchtgaten of onderdelen uit ander materiaal ter minimalisering van het kunststofverbruik. 


Guy De Meyer en Geert Vilez van Demargo.

Het gros van de Belgische standhouders was gevestigd in hal 6.2 en het viel op dat er dit jaar veel aandacht voor verpakkingen was. Het plastic moet langzaamaan plaats gaan maken voor een biologisch afbreekbare variant of voor karton.


Tom De Winter, Peter Parms en Lieven Coppieters van Rotom. Het bedrijf gaat de eigen teelt van tomaten uitbreiden met 4,5 hectare.

Ook onder de Franse standhouders speelde duurzaamheid de hoofdrol, al lag de focus daarbij niet zozeer op de verpakkingen. In verschillende stands was er aandacht voor nieuwe pesticidevrije producten (Zéro Résidu de Pesticides) en producten met het Franse kwaliteitslabel 'label Rouge'. Op de Franse markt zijn dergelijke labels van groot belang, omdat ze het consumentenvertrouwen vergroten. 

Voor Spaanse exposanten was biologisch het buzzwoord van de beurs. En dan vooral de groeiende productie daarvan. Daardoor staan de prijzen onder druk en brengen biologische producten hetzelfde of zelfs minder op dan conventionele groenten en fruit. Gevolg is dat veel biologische producten als conventioneel in de markt gezet worden.

Brexit: ‘gekke vertoning’

Verder is de Brexit-deadline aanstaande. Veel bedrijven volgen dit item met belangstelling, doen mee aan de meetings, maar geven ook aan dat ze net als hun collega’s ook maar moeten afwachten wat er echt gaat gebeuren. Niet verwonderlijk dat dit ook het thema was onder de Britse standhouders. Zowel Britse als Ierse importeurs noemen de hele Brexit een ‘gekke vertoning’, maar echte zorgen lijken er niet te zijn. de meeste grote bedrijven vertrouwen er op dat ze de capaciteiten hebben om de veranderingen te managen.

De ‘tricky period’ zijn de eerste vier weken na Brexit, ongeacht of er een deal ligt of niet. Die weken is het Verenigd Koninkrijk nog sterk afhankelijk van de import uit Europa, vooral Spanje. Het zijn de kleine handelaren die de hoogste rekening voorgeschoteld krijgen en opdraaien voor de extra kosten.

Een handelaar zegt een voorraad te willen aanleggen om deze vier weken tot de start van het Britse seizoen te overbruggen. Andere bedrijven kijken naar alternatieve haven om daarmee de wachttijden en vertragingen te beperken. Ierse importeurs overwegen een directe route naar het eiland zonder gebruik te maken van de Britse landbrug.

Ook onder de Spaanse standhouders was de Brexit het onderwerp van gesprek. Het Verenigd Koninkrijk is één van de belangrijkste exportmarkten voor de Spanjaarden. Geen enkele exporteur weet wat de impact zal zijn voor hun bedrijf, maar de meesten vrezen een harde Brexit. 

Nasleep hete zomer

Aan de zijde van de telers en handelaren lijkt de stemming daarentegen iets minder positief. Europa werd het afgelopen jaar immers meermaals opgeschrikt door ernstig noodweer afgewisseld door langdurige droogte en uitzonderlijk hoge temperaturen. Deze weersexcessen hadden vanzelfsprekend een grote invloed op de beschikbare volumes en prijsstelling binnen de handel. Onder andere binnen Duitse de aardappel- en uiensector, evenals de vollegrondsproducten kampte men de voorbije maanden met misoogsten en kwaliteitsproblemen. 

Bekijk hier de reportage voor de Nederlandse AGF-handelsbedrijven en toeleveranciers

Bekijk hier de reportage voor de Belgische AGF-handelsbedrijven en toeleveranciers


Publicatiedatum:
Auteur:
©


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven