De Nederlandse economie is in 2025 met 1,8 procent gegroeid. Die groei kwam volledig voor rekening van een sterke stijging van de arbeidsproductiviteit, terwijl het totaal aantal gewerkte uren met 0,6 procent daalde. Per saldo nam de arbeidsproductiviteit toe met 2,4 procent, de hoogste stijging in twintig jaar, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
De toename markeert een duidelijke omslag ten opzichte van 2023 en 2024, toen de arbeidsproductiviteit juist afnam. Over een langere periode blijft de groei echter relatief beperkt: in de afgelopen tien jaar bedroeg de gemiddelde jaarlijkse stijging 0,3 procent, tegen 0,7 procent en 1,7 procent in de twee decennia daarvoor.
© CBS
Huishoudens belangrijkste groeimotor
De economische groei werd in 2025 vooral gedragen door de consumptie van huishoudens, die, gecorrigeerd voor prijsontwikkelingen, met 1,5 procent toenam. Consumenten gaven meer uit aan zowel diensten, zoals vervoer, communicatie en horeca, als aan goederen, waaronder voedingsmiddelen en kleding.
Het reëel beschikbare inkomen van huishoudens steeg met 2,7 procent. De consumptiegroei bleef daarmee opnieuw achter bij de inkomensontwikkeling. Volgens het CBS spelen factoren als aanhoudende geopolitieke spanningen, relatief hoge inflatie en economische onzekerheid hierbij een rol. Het consumentenvertrouwen is inmiddels al ruim zes jaar negatief, een historisch lange periode.
Brede bijdrage aan groei
Naast de consumptie leverden ook overheidsbestedingen, investeringen en het handelssaldo een positieve bijdrage aan de economische ontwikkeling. De uitvoer van goederen en diensten groeide met 2,4 procent, na een daling in de twee voorgaande jaren. Met name de export van machines, energieproducten en voedingsmiddelen nam toe.
De investeringen in vaste activa stegen met 1,1 procent, terwijl de overheidsconsumptie met 1,9 procent groeide. Daarmee was sprake van een breed gedragen economische expansie.
Sterkere groei dan in Europa
Met een groei van 1,8 procent presteerde Nederland beter dan het gemiddelde in de Europese Unie (1,5 procent). Ook in omliggende landen lag de groei lager. Zo groeide de economie in Duitsland met 0,2 procent, terwijl België en Frankrijk respectievelijk 1,0 en 0,8 procent noteerden.
Internationaal bleef de groei in Europa achter bij die in de Verenigde Staten (2,1 procent) en China (5,0 procent), al werd het verschil met de VS kleiner dan een jaar eerder.
Bron: CBS