Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven

Oproep LTO: duidelijkheid nodig over de nutriënten verontreinigde-gebieden

In september 2022 publiceerde toenmalig minister Schouten van LNV de derogatiebeschikking voor de periode 2022 – 2025. In die brief is onder meer weergegeven dat de mestplaatsingsruimte voor derogatiebedrijven tot en met 2025 wordt afgebouwd, en dat in de derogatiebeschikking een aantal aanvullende voorwaarden zijn opgenomen. In januari van dit jaar stuurde minister Adema van LNV een brief aan de Tweede Kamer waarin hij nader ingaat op de aanwijzing van ‘nutriënten verontreinigde-gebieden’ (NV-gebieden).

In deze brief kondigde de minister aan om op 1 januari 2024 tot een definitieve vaststelling van de NV-gebieden te komen. Dit is een van de aanvullende voorwaarden uit de derogatiebeschikking omdat de Europese Commissie onvoldoende vertrouwen heeft dat Nederland voldoende voortgang maakt in de verbetering van de waterkwaliteit. Inmiddels is het alweer eind oktober 2023 en willen landbouwers weten waar ze aan toe zijn voor 2024. LTO roept de minister op om deze duidelijkheid nu ook snel te geven.

De Europese Commissie eist per 2024 een definitieve aanwijzing van NV-gebieden door Nederland. Dit werd in 2022 bekend met het verschijnen van de derogatiebeschikking. Deze voorwaarde is gesteld omdat de EC van mening is dat de lidstaat Nederland onvoldoende voortgang maakt bij het verbeteren van de waterkwaliteit, zowel van het grond- als oppervlaktewater. In deze NV-gebieden wordt de derogatie sneller afgebouwd en gelden voor derogatie-deelnemers aanvullende maatregelen (vanggewasverplichting na maïsteelt en voorwaarden voor scheuren van grasland). Bovendien zal de totale stikstofgebruiksnorm gradueel verlaagd worden naar minus 20% per 2025 (ten opzichte van november 2021). Vooral deze laatste eis heeft een enorme impact voor alle teelten.

Een voorlopige aanwijzing van NV-gebieden in 2023, vooruitlopend op de definitieve aanwijzing per 2024, is gedaan op basis van de KRW (Kaderrichtlijn Water)-beoordeling van de oppervlaktewaterkwaliteit en is op een generiek schaalniveau (waterschappen) doorgevoerd. Hierbij is gekeken in welke waterschappen de waterlichamen gemiddeld niet voldoen (tenminste 50% van de waterlichamen in een waterschap heeft status slecht, ontoereikend of matig voor het kwaliteitselement nutriënten). Dit betrof voor 2023 de waterschappen Noord-Hollands Noorderkwartier, Delfland en Brabantse Delta (voor het deel dat nog niet was aangewezen in 2022). In 2022 waren namelijk al de gebieden zand zuid, zand centraal en löss aangewezen, waardoor in 2023 ongeveer 42% van het Nederlands landbouwareaal is aangewezen als verontreinigd NV-gebied.

Afhankelijk van de definitieve beoordelingssystematiek en het schaalniveau dat LNV aanhoudt, zullen aanvullende gebieden aangewezen worden per 2024. Wat onvermijdelijk lijkt, is dat het aangewezen areaal zal toenemen en daarmee een groot deel van Nederland als met nutriënten verontreinigd bestempeld zal worden. De reden hiervoor is dat zowel grond- als oppervlaktewater meegenomen wordt en beoordeeld wordt op de indicatoren stikstof, fosfor en eutrofiëring. Bekend is dat in vrijwel alle gebieden van Nederland wel een van deze indicatoren niet voldoet aan de gestelde doelen.

De verwachte impact van deze aanwijzing van NV-gebieden is enorm. Met name de uiteindelijke korting van 20% op de stikstofgebruiksnorm voor alle teelten zal vergaande consequenties hebben voor de landbouwpraktijk. Meer nog dan de versnelde afbouw van de derogatie en de aanvullende maatregelen voor derogatiedeelnemers, aangezien in 2026 de derogatie helemaal stopt. Bijvoorbeeld voor gewassen met een hoge stikstofgebruiksnorm betekent dit: bij witte kool op klei zal bij een gebruiksnorm van 320 kg/ha de korting 64 kg zijn of bij consumptieaardappelen (hoge norm) op zand Noord van 260 kg/ha is de korting 52 kg. Maar ook bij melkveehouders waarbij de derogatie wordt afgebouwd en uiteindelijk wegvalt (en daarmee plaatsingsruimte voor dierlijke mest) volgt ook nog een korting op de totale stikstofgebruiksruimte die bij grasland (volledig maaien op klei 385 kg is 77 kg korting) nog forser kan zijn.

LTO pleit daarom voor snelle duidelijkheid vanuit LNV wat de sector te wachten staat, dit kan niet weer tot het laatste moment worden uitgesteld. Daarbij roept LTO op om bij de concrete uitwerking van de NV-gebieden rekening te houden met de uitvoerbaarheid hiervan in de praktijk. LNV gaf eerder al aan te streven naar een specifiekere aanwijzing van gebieden, maar wat LTO betreft is het bittere noodzaak om tot een kleiner schaalniveau te komen. Daarbij moet ook worden gekeken naar het nemen van de juiste maatregelen op de juiste plek.

Er dient, bijvoorbeeld, onderscheid in gebieden te worden gemaakt: waar fosfor een probleem is, is een korting op de stikstofgebruiksnorm onterecht en niet effectief. Uiteindelijk zal wat LTO betreft LNV een versnelling moeten aanbrengen om met doelsturing te starten. De totale uitwerking van NV-gebieden is weer een voorbeeld van verstrekkend, generiek middelenbeleid, terwijl er juist gestreefd zou moeten worden naar beleid op doelen met daarin ondernemersvrijheid om zelf gericht maatregelen te nemen.

De Kamerbrief is hier te lezen.

Bron: LTO Nederland

Publicatiedatum: