Kassenbouwers delen straks projectinformatie in één taal in Hortivation Hub

Tholen – Hoe hoog is de kas? Hoeveel goten gaan erin? En hoeveel paden telt de kas? Op al dat soort vragen heeft de kassenbouwer al een antwoord, omdat daar het ontwerp van een project meestal begint. Het hele proces, van de grove lijnen tot de fijne details, legt hij vast.

Voorheen deden alle kassenbouwers dat ieder voor zich, maar alle bedrijven binnen Stichting Hortivation kunnen binnenkort hun ontwerp- en realisatiedata gaan uitwisselen in de Hortivation Hub. Dat gaan zij ook nog eens doen, niet onbelangrijk, in dezelfde ‘taal’, d.w.z. op dezelfde manier volgens de Common Greenhouse Ontology.

Het afgelopen jaar hebben een aantal toeleveranciers hard gewerkt om een gemeenschappelijke terminologie te ontwikkelen waardoor het veel eenvoudiger wordt om onderling te communiceren en data dus veel eenvoudiger te kunnen ontsluiten. TNO heeft zich in dit project beperkt tot de data-infrastructuur en heeft in het verleden wel geleerd dat het zelf geen nieuwe applicaties hiervoor hoeft te ontwikkelen.

Egon Janssen, de glastuinbouwman binnen TNO. “Applicaties die de data verwerken tot nieuwe beslissingsondersteuning ontwikkelen de bedrijven toch het liefst zelf. Verwacht van ons dan ook geen appstore of iets dergelijks. Zie de hub als een soort rotonde om op te communiceren. De hub slaat ook geen data op en je kunt er ook niets kopen.” Met de Hortivation Hub worden wel handleidingen meegeleverd die de aansluiting op de rotonde en het bouwen van applicaties vergemakkelijken.

Waarom dat handig is, legt Egon hieronder verder uit. Ook vertelt hij wat de drie nieuwste usercases zijn waaraan TNO binnen de hub werkt.


Klik hier voor vergroting van de schematische weergave van het Hortivation Hub

Kas Informatie Systeem
Allereerst werkt TNO aan een Kas Informatie Systeem. “Een no-brainer”, volgens Egon. “De toeleveranciers van een bouwproject willen graag op een eenvoudige wijze ontwerp- en performance-data delen om faalkosten te voorkomen. Je hebt alleen massa en sectorkennis nodig om zaken gemeenschappelijk af te spreken. Dat is nu met name dankzij de stichting Hortivation gelukt.”

Egon geeft om de werking uit te leggen als voorbeeld een kassenbouwproject van 10 hectare. “Daar werken, of het nu door één turnkeypartij wordt gedaan of een groep toeleveranciers samen, meerdere bedrijven tegelijk aan. Allemaal met hun eigen expertise. Veel hangt ook samen. Zo komt het voor dat de kas halverwege het proces qua uitvoering verandert. Op dat moment heeft dat invloed op heel veel onderdelen.

Vanuit het KIS krijgen alle betrokken partijen direct toegang tot deze nieuwe informatie en kunnen zij makkelijk checken of bijvoorbeeld de scherm- of de belichtingsinstallatie die zij leveren nog aansluit op de gewijzigde situatie. Anders kan het voorkomen dat eenmaal op locatie blijkt dat iets niet meer past en dat kost uiteraard geld. Dit soort ‘faalkosten’ kun je nog beter voorkomen als de informatie goed gestructureerd is.”

Bijkomend voordeel van het Kas Informatie Systeem is dat de eindgebruiker bij oplevering beschikt over een gestandaardiseerde beschrijving over hoe de kas is opgebouwd. Deze informatie kan weer gebruikt worden om aan te koppelen op (toekomstige) aanbieders van ondersteunende dashboards en autonome teelt.

Greenhouse Technology Booster
TNO werkt ook aan een Greenhouse Technology Booster. Dit systeem stelt toeleveranciers in staat om hun kas, hun product, te verbeteren op basis van technische gebruiksdata. Egon: “Door de data op de juiste manier te interpreteren kan er digitaal geoptimaliseerd worden waardoor uiteindelijke praktijkproeven minder risicovol zijn en het eindproduct sneller op de markt geïntroduceerd kan worden.” En dat klinkt de aangesloten bedrijven bij de stichting Hortivation als muziek in de oren, weet Lindy van der Drift van AVAG/Hortivation.

GAIA
En dan is er ook nog GAIA. Egon noemt het van de drie het meest innovatieve project. “Ons doel is om de autonome systemen die in de glastuinbouw actief zijn met elkaar te verbinden. Nu is het vaak nog de teler die de diverse systemen met elkaar moet verbinden, moet vergelijken of ze elkaar niet in de weg zitten bijvoorbeeld.”’

Omdat deze taak nu nog op de schouders van de teler rust, nemen autonome systemen op basis van onder meer artificiële intelligentie volgens Egon nog geen enorme vlucht. “Pas als autonome onderling met elkaar gaan communiceren en rekening met elkaar gaan en kunnen houden, dan zal het gebruik in de glastuinbouw pas echt gaan toenemen, verwacht ik. Dat dit voor de stichting Hortivation een belangrijk vraagstuk is, spreekt voor zich.”

Overigens blijft de rol van de mens, de operator, cruciaal, ook bij autonome systemen. “De operator moet doelstellingen formuleren en daar gewicht aan geven, zodat systemen weten hoe ze met ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld plotseling arbeidstekort, om moeten gaan. Als het arbeidssysteem een tekort aangeeft, dan heeft het bijvoorbeeld weinig nut als het gewas in de kas maximaal naar productie toe wordt gepusht.”

Voor ontwikkeling van GAIA heeft TNO vier jaar uitgetrokken. Wel verwacht Egon dit jaar tegen Kerst al een eerste prototype te presenteren om aan te kunnen tonen dat het kan. Eén keiharde voorwaarde is er wel: het gebruik van de Hortivation Hub. “Alle partijen en systemen moeten met elkaar kunnen praten.”

Voor meer informatie:
Egon Janssen
TNO
+31 (0)6 53 46 76 64
egon.janssen@tno.nl 
www.tno.nl

Stichting Hortivation
info@hortivation.nl
www.hortivation.nl 


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Twitter Rss

© GroentenNieuws.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven