Marten Barel stoomt nog steeds lekker door:

“De ontwikkeling die de tuinbouw heeft doorgemaakt, is echt imponerend”

Tholen – Vorig jaar is de serie ‘Andere Tuinbouwtijden’ van start gegaan. Menig ‘oude rot in het vak’ blikte daarin inmiddels al terug op vroegere tijden en bleek vaak, ook na de pensioenleeftijd, nog volop actief te zijn.

Ook Marten Barel is zo’n oudgediende en nadat hij alle verhalen van zijn collega’s las, wist hij dat hij die verhalen van nog verder terug kent. “Ik ben namelijk simpelweg nog ouder en heb Henk Vrijland nog raamlijsten zien timmeren in de schuur bij de tuin van mijn vaders broer.”

Op HortiContact ging Marten in een rustige hoek van de beurshal op zijn praatstoel zitten met het onderstaande verhaal als resultaat.

Foto rechts: Marten op IFTEX 2015

Frambozenjam
Marten werd geboren in 1934 in het Brabantse Ginneken, ‘de aardbeienstreek’, en was zoon van een tuinder. “Mijn vader teelde van alles en nog wat, maar aardbeien en frambozen waren de hoofdproducten. Bestrijdingsmiddelen, die waren er in die tijd nog niet of nauwelijks en de middelen die er waren, die waren heel duur.”

Zodra er geoogst was, kwam Hero, ook toen al de jamproducent met een eigen fabriek, de frambozen bij de vader van Marten ophalen. “Vanwege de kinderkopjes in de straat bij ons ging dat niet zonder trillen. Door al dat gehobbel trilden de wormpjes naar boven en werden er dan afgeschept uit de frambozen. Nadat ik dat gezien had als kind, heb ik jarenlang geen frambozenjam meer gegeten”, grinnikt Marten als hij daaraan terugdenkt.

Raamlijsten timmeren
Het is een klein detail in een lang levensverhaal, maar later zal blijken dat het nog van groot belang is geweest in Marten’s verdere carrière. In zijn tienerjaren werd de vader van Marten weggekocht en daarmee ging het plan van Marten om het bedrijf van zijn vader over te nemen – hij ‘moest en zou tuinder worden’ – niet door. “Ik ben toen bij een broer van mijn vader terechtgekomen. Hij had een tuin aan de Sand-Ambachtsstraat in ‘s-Gravenzande, een oud bloementeeltbedrijf.”

Foto: Marten op HortiContact 2020

We spreken inmiddels eind jaren ’40, begin jaren ’50. Marten ging in Naaldwijk naar de Middelbare Tuinbouwschool, destijds de enige in Nederland. Wanneer hij niet op school was, hielp hij op het bedrijf van de broer van zijn vader. “Sla snijden bijvoorbeeld, ook om centen mee te verdienen.”

In die tijd zag Marten Henk Vrijland, de (latere) kassenbouwer, raamlijsten in de schuur timmeren. “Raamlijsten voor losse eenruiters, platglas dat in die tijd ook op het kasdek ging. Later verouderde dat snel.”

Vroege versie van ‘turnkey’ kassenbouw
Die Henk, die werd later bekend van Voskamp & Vrijland, het kassenbouwbedrijf dat in menig verhaal over het (Westlandse) tuinbouwverleden al voorbijkwam. “Henk was de bouwer in die combinatie, Voskamp de administrateur”, vertelt Marten. “En Boers, die sloot aan om betonnen kasvoeten aan te leggen, terwijl je ook nog De Bruin had, die Brunaketels installeerde en Cor Brinkman, die op zijn fiets langskwam om regenleidingen te installeren.”

Alles bij elkaar deed Voskamp & Vrijland dus ‘turnkey’, kijkt Marten terug. “Samen met Brinkman en ook nog Van der Hoeven staan zij aan de basis van de enorme ontwikkeling die de (Westlandse) tuinbouw vanaf dat moment heeft doorgemaakt. Overigens waren het allemaal speciale gasten, zeker voor mij als Brabander, want er was (en is) nog wel een cultuurverschil.”

Elektronische tijdswaarneming bij het schaatsen
’s Winters, dan hadden de tuinders niet zoveel te doen. Dan werd er in die jaren volop geschaatst, ook door Marten. “In 1956 heb ik de Elfstedentocht geschaatst, meer zonder dan met handschoenen ondanks temperaturen ruim onder nul. Ik vond die koortjes, die de handschoenen vast moesten houden tijdens het schaatsen, maar irritant, dus dacht het wel zonder te kunnen. Dat heb ik geweten, al slaagde ik wel in mijn missie: de tocht uitschaatsen.”

Foto rechts: Marten in 2016. "Naast mijn werk is golfen mijn hobby, maar daar heb ik helaas te weinig tijd voor."

Marten bleef in het schaatsen, ontwikkelde zelfs nog de elektronische tijdswaarneming die vandaag de dag zorgt voor een accurate tijdswaarneming, ook in beeld op tv. “Dat deed ik samen met een vriend die bij Philips in het laboratorium werkte.”

Ook was hij starter op internationale schaatstoernooien en zelfs bij ‘Ter land ter zee en in de lucht’, het bekende tv-programma waarin deelnemers halsbrekende toeren uithaalden om zo snel mogelijk bij de bel te komen.

Leermeester
Maar we dwalen af. In diezelfde jaren vijftig zette Marten ook de eerste stappen in het vak dat hij tegenwoordig nog steeds uitoefent: grondontsmetting. “Ik ben begonnen bij Geert Persoon. Hij had een grondontsmettingsbedrijf. Van hem heb ik het vak geleerd en ik had mij geen betere leermeester kunnen wensen.”

Na een aantal jaar meelopen kreeg Marten – “ja, echt krijgen, helemaal gratis” – het rayon Limburg/Oost-Brabant van Geert. “Dat was een mooi gebaar. Wij zijn toen blijven samenwerken, bijvoorbeeld om drukte in onze regio’s, hij in het Westland, en ik in het Brabantse en Limburgse, op te vangen en bij te springen waar nodig.”

Abrupt verbod
Tot 1982 werd het overgrote deel van alle grond in de tuinbouw ontsmet met methylbromide. “Dat was in die jaren heel gangbaar.” De elektronische tijdswaarneming komt hier ook om de hoek kijken. “De dosering van methylbromide moest heel nauwkeurig gebeuren, net als de tijdswaarneming. De fles met het methylbromide hing aan een computer en daarbij was het zaak dat er vooral nooit te weinig gedoseerd werd. In de praktijk ging dat echter dikwijls fout.”

In 1982 was Nederland het eerste land dat het gebruik van methylbromide verbood. “Uit het niets eigenlijk, heel abrupt. Het was tussen kerst en oudjaar dat het werd besloten, ik zat toen in Noorwegen, voor het schaatsen, en mijn vrouw belde. Het was heel abrupt en vroeg om aanpassing van de manier van grondontsmetting.”

Groeimedium stomen
Een eerste alternatief dat ontstond was groei medium stomen, oftewel steenwol stomen. “In die jaren deed een teler één jaar met steenwol en daarna ging het weg. Door steenwol te gaan stomen, konden telers er tot wel drie jaar mee doen. Leuk om te weten is dat op één jaar oud substraat gestoomd het gewas zelfs beter groeide, omdat er in dat substraat vaak een restantje meststoffen achterbleef waarvan de plant profiteerde.”

In die jaren, na het verbod in 1982, stoomde Marten drie hectare steenwolsubstaat per dag. “Dat ging vreselijk snel en zeker tussen november en februari was ik er 6 dagen per week bij wijze van spreken 24 uur per dag mee bezig. De pallets met substraat gingen de stoomcel in, waar ik met stoom van 180 graden Celsius alles ziektevrij kreeg. Op dat systeem had ik ook patent. Later heb ik er nog heel wat installaties van verkocht.”

Zuigen
De ontwikkelen in steenwolsubstraat stonden ondertussen ook niet stil. Het substraat werd steeds lichter waardoor op termijn stomen niet meer mogelijk was. “Het substraat werd zo licht gemaakt dat het na stomen in elkaar klapte waardoor de hele waterhuishouding verstoord raakte.”

Tijd voor een nieuwe innovatie. Aangezet door ophef in Duitsland, waar men ontdekte dat er te veel broom in sla zat, dacht Marten ‘slim te zijn’. “Ik ging proberen methylbromide via drainage uit de grond te zuigen. In eerste instantie werd het daarmee echter alleen maar erger”, lacht Marten bij de gedachte aan die eerste poging.

Systeem gaat internationaal
Maar Marten gaf niet op. “Ik ontdekte namelijk dat er flinke grondstromingen waren en kwam toen op het idee om stoom de grond in te zuigen. Op die manier konden we toen opeens tot 60 centimeter diep stomen met hetzelfde energieverbruik al waar met zeilen maar tot 30 centimeter diep gestoomd werd. Op die laatste manier gingen bovendien lang niet alle bodemziektes dood.”

Dat zag ook de Nederlandse overheid en er kwam subsidie. “In chrysant bijvoorbeeld gebruikte op termijn negentig procent van alle telers ons systeem. Later werd dat systeem, met octrooi erop, door collega’s overgenomen. Nu nog wordt het systeem internationaal veel geïnstalleerd”, laat Marten trots weten.

‘Wat kost het?’
Marten is eigenlijk nooit echt gestopt, al zit zijn zoon Cas inmiddels ook in het bedrijf. “Ik draai nog steeds mee en installeer ook nog steeds installaties, vorig jaar nog in Ethiopië voor Florensis.”

Een opsomming van alle continenten en bijbehorende landen waar Marten installaties heeft geïnstalleerd volgt. “Azië met de Filipijnen en Japan, Australië, Afrika met Kenia, Oeganda en Zuid-Afrika, de Verenigde Staten en binnenkort gaat er eentje naar Ecuador. Eigenlijk alleen in Nederland weinig, want hier vraagt men eerst wat iets kost en niet hoe iets werkt is mijn ervaring.”

Ontwikkelingslanden
Dat Marten zoveel landen zag, kwam ook omdat hij ontwikkelingslanden – “mijn gebied was Afrika en Midden- en Zuid-Amerika – hielp met het uitfaseren van methylbromide. “Dat heb ik tien jaar gedaan toen ik daarvoor gevraagd werd door de Verenigde Naties na het Montrealprotocol.”

Later volgde ook nog een rol als technisch adviseur van de VN in een commissie die besluiten nam over middelentoelating. “Toch wel een heel belangrijke functie, waarin flink onderling werd gediscussieerd, zeker over aanvragen vanuit de Verenigde Staten, waar ze het niet altijd even nauw namen met de afgesproken regels in de VN.” 

Plantensauna
Marten heeft, zo moge duidelijk zijn niet stilgezeten in zijn leven en dat doet hij nog steeds niet naar het blijkt. Dit voorjaar komt er in samenwerking met enkele andere internationale partijen een nieuw systeem op de markt, een plantensauna die ervoor moet gaan zorgen dat aardbeienplanten en zo mogelijk ook andere gewassen op een milieuvriendelijke manier behandeld kunnen worden voor het uitplanten. “Dit gebeurt uiteraard weer met stoom”, glimlacht Marten. “Zo helpt het bijvoorbeeld tegen spintmijten en fusarium en meerder schimmels.”

Bijdrage geleverd
Marten is er trots op en geef hem eens ongelijk. Op HortiContact geniet hij met volle teugen van zijn rondje langs oude bekenden en van het vertellen over zijn nieuwe innovatie. “Innoveren doe je op ervaring. Ik vind het nog steeds gewoon heel leuk om te doen. Waar de Westlandse mannen flink hebben bijgedragen aan de tuinbouwontwikkeling in Nederland en wereldwijd, heb ook ik, al zeg ik het zelf, best wel een stukje bijgedragen dacht ik zo.”

Dit was deel 12 in de serie 'Andere Tuinbouwtijden'.  Een serie waarin diverse 'oude rotten in het vak' terugblikken en vooruitkijken. En waarin wij onderzoeken wat hun werk heeft betekend voor de tuinbouwsector van nu. Tips voor de serie zijn van harte welkom en kunnen gemaild worden naar: info@groentennieuws.nl  

Deel 1: Piet Bom - Fiberglass kassen de opvolger van aluminium?
Deel 2: Henry van der Lans - We sliepen in hetzelfde hotelletje...
Deel 3: Rob Grootscholten - 42 jaar kassenbouw in een notendop
Deel 4: Peter Stuyt - Als Hollandse Amerikaan combineer ik..
Deel 5: Leo Alsemgeest - Stap voor stap een stapje terug
Deel 6: Harry Dullemans - Je moet nooit zeggen dat je er niet bent...
Deel 7: Kees de Groot - We moeten iets anders maken dan een...
Deel 8: Leo Alleblas - De drang naar avontuur zit in ons bloed
Deel 9: Carel Zwinkels - Een tuinder moet zich blijven ontwikkelen ...
Deel 10: Willem van Dorssen - Willem, pas je op met je lakschoen ... 
Deel 11: Cees en Leo van der Lans - "Als je alles zelf wilt doen ...

Voor meer informatie:
Marten Barel BV
www.marten-barel-consultancy.com 

Marten Barel
Marten.barel@iae.nl  
+31(0)654988666


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven