Leo Alleblas:

"De drang naar avontuur zit in ons bloed"

Tholen – Dat de Hollandse kassenbouwers echte avonturiers zijn, weet Leo Alleblas te bevestigen. Hij draait al jaren mee in de sector en heeft heel wat afgereisd. “De huidige generatie weet niet wat ze horen als je de verhalen van vroeger vertelt. We deden alles met de hand.”

Leo was veertien jaar toen hij als timmerman van de LTS kwam. “Bij een bouwbedrijf kon ik 47 gulden per week verdienen. Mijn vader, die een klein kassensloopbedrijfje had, bood me het dubbele.” De jaren ’70 waren goede jaren voor de kassenslopers. De kassen ontwikkelden zich in een rap tempo. Vooral de groententelers in het Westland schakelden en masse over naar hogere kassen met bredere ruiten. Meer licht leverde tenslotte meer kilo’s op. Hun oude opstanden vonden gretig aftrek in andere delen van het land en zelfs over de grens.

Tweedehands kassen
“Een van onze eerste projecten was voor de firma Nouws, een boomkweker in Zundert. Daar plaatsten we een mooie kas die we eerder van tomatenkweker Keijzer in Maasland hadden gekocht. Dat licht was voor Nouws minder belangrijk dan voor Keijzer. Voor de boomkweker was het een ideale kas voor een redelijke prijs. 6.000 m2 was de kas, voor die tijd een flink oppervlak. Hoewel de boomkweker al die meters niet direct nodig had, kocht hij wel de hele kas. We mochten ieder jaar terugkomen om er 1.500 meter bij te bouwen.”

Het bedrijf van pa Alleblas groeide gestaag en ging op den duur ook over de grens leveren. “Een van onze eerste projecten in het buitenland was bij bloemenkweker Schweemers in het Duitse Straelen. Duitsland had strenge regels met betrekking tot kassen en de kas die wij leverden voldeed daar, voorzien van nieuwe spanten en een stel nieuwe poten, prima aan.”

Bouwen in IJsland
In dienst van zijn vader, en ook in de jaren daarna, toen Leo samen met zijn broer Aad onder de naam Alleblas en Zonen B.V. kassen sloopte en bouwde, reisde hij veel naar het buitenland. Een van de reizen die hij zich nog goed herinnert is IJsland, eind jaren ’80. “We bouwden middenin de zomer een kas voor de teelt van rozen – destijds was dat voor de IJslanders best een lucratieve business."

"Het was een heel bizarre ervaring. Terwijl je de ene dag nog in korte broek en T-shirt aan het werk was, draaide de wind naar het oosten en werd het de volgende dag ineens vijftien graden kouder. Echt een land van uitersten.” De kas moest voorbereid zijn op extreme weersomstandigheden. “We moesten het glas versmallen tot zestig centimeter. Anders zou het onder een pak sneeuw doorbuigen en breken.”

Beton storten in Spanje
Heel anders zijn de omstandigheden in Spanje in een bloedhete zomer in het begin van de jaren ’90. Nabij sinaasappelstad Valencia bouwt Leo met zijn collega's een kas voor een Hollandse bonsaikweker. ’s Avonds werd de stad onveilig gemaakt, overdag moest er hard worden gewerkt. “We bouwden een schuur met een betonvloer. Die betonvloer droogde met ruim 40 ⁰C sneller dan je bij kon houden. We hadden moeten vragen om betonvertrager, maar met de taalbarrière kwam dat niet helemaal goed over. Daardoor moest de bovenlaag er af gefreesd worden en moest de vloer opnieuw worden geëgaliseerd."

"We hebben er wel van geleerd. Toen we later in Frankrijk een project deden, bestelde mijn broer, die nogal goed Frans sprak, beton met vooral veel vertrager erin.” Lachend: “Dat hebben we geweten. De beton die we op vrijdag hadden gestort, was maandag nog niet droog.”

Alles met de hand
Leo vertelt dat een bouwplaats er in vroeger jaren heel anders uit zag. “Het kassenbouwen was veel handwerk. Je legde gewoon het staal op je schouder en dan moest je de hele dag lopen. Tegenwoordig heb je de Manitou en allerlei andere machines waardoor tillen er bijna niet meer bij is. Daarmee blijft de huidige generatie gelukkig gespaard voor rugpijn en allerlei andere lichamelijke klachten waar wij mee zitten.”

Charme van de kassenbouw
Via allerlei omzwervingen (Zwirs Kassenbouw, Saarlucon, Hogervorst Tabben) kwam Leo enkele maanden geleden bij Holland Tuinbouw Systemen (HTS) terecht. “Het is toch het avontuur dat blijft trekken. Dat is de charme van de kassenbouw. Je komt in allerlei uithoeken terecht. Laatst was ik in Oostenrijk en dan rijd je door een prachtig panorama. Heel anders is dan Nederland, waar alles zo vlak is als een grindtegel. Daarnaast blijft het ook een uitdaging om projecten binnen te slepen tegenover de concurrentie. Dat, en de drang naar avontuur, zit de Nederlandse kassenbouwers in het bloed.”

Voor meer informatie:
Leo Alleblas
Holland Tuinbouw Systemen
+31 (0) 6 30719413
verkoop@hollandtuinbouwsystemen.nl
www.hollandtuinbouwsystemen.nl

---

Dit is het achtste deel in een serie 'Andere Tuinbouwtijden' waarin diverse 'oude rotten in het vak' terugblikken op vervlogen tijden. En waarin we onderzoeken wat hun werk heeft betekend voor de tuinbouwsector van nu.

Deel 1: Piet Bom - Fiberglass kassen de opvolger van aluminium?
Deel 2: Henry van der Lans - We sliepen in hetzelfde hotelletje...
Deel 3: Rob Grootscholten - 42 jaar kassenbouw in een notendop
Deel 4: Peter Stuyt - Als Hollandse Amerikaan combineer ik..
Deel 5: Leo Alsemgeest - Stap voor stap een stapje terug
Deel 6: Harry Dullemans - Je moet nooit zeggen dat je er niet bent...
Deel 7: Kees de Groot - We moeten iets anders maken dan een...


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven