In de verzamelaanvraag zijn vanaf dit jaar ook een aantal specifieke kaartlagen opgenomen over de aanwezigheid van plaagorganismen. In deze kaartlaag worden de percelen of gebieden in beeld gebracht waar extra maatregelen gelden om bepaalde plaagorganismen te bestrijden of verspreiding ervan te voorkomen. Deze kaartlagen zijn enkel zichtbaar in de verzamelaanvraag en dus enkel raadpleegbaar voor land- en tuinbouwers of personen die een volmacht hebben op een dossier van een land- of tuinbouwer. De plaagorganismen die in kaart gebracht worden zijn knolcyperus, bruinrot, curtobacterium en meloidogyne.
© Boerenbond
Knolcyperus
Deze kaartlaag omvat de percelen die bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij bekend staan als besmet met knolcyperus. Op deze percelen mogen in het kader van de conditionaliteit geen wortel-, bol- of knolgewassen geteeld worden. Ook in IPM gelden diverse maatregelen op deze percelen, waaronder hetzelfde teeltverbod. Deze moeten ook als laatste bewerkt worden. Je moet machines reinigen bij het verlaten van het veld en je moet er bij voorkeur maïs of een zwaar dekkend gewas op telen. Op deze percelen geldt de teeltrotatie voor maïs, waarbij je maximaal 3 op 4 jaar maïs mag telen, niet. Een besmetting met knolcyperus kan je melden via de AgrilensApp. Uitgebreide informatie over knolcyperus vind je in de brochure van het project over geïntegreerde beheersing van knolcyperus.
Bruinrot
Deze kaartlaag toont de gemeenten waar op basis van monitoring is vastgesteld dat de bacterie Ralstonia solanacearum, die bruinrot veroorzaakt, in het oppervlaktewater voorkomt. Deze bacterie kan schade veroorzaken en zich ontwikkelen op planten die behoren tot de nachtschadefamilie. In dit gebied is het verboden om oppervlaktewater te gebruiken voor irrigatie of bespuitingen of andere toepassingen op aardappel, tomaat en andere planten uit de nachtschadefamilie. Voor gebruik in serres van o.a. tomaten van oppervlaktewater uit een vergaarbekken gelden bijkomende specifieke maatregelen. Alle maatregelen betreffende bruinrot kan je vinden in het bericht van het FAVV.
Curtobacterium
Curtobacterium flaccumfaciens pv flaccumfaciens (Cff) is een bacterie die schade veroorzaakt aan planten uit de Fabaceae-familie (peulvruchten, o.a. erwten en bonen). Dit is een quarantaineorganisme dat via besmet bonenzaad in België binnenkwam in 2024. Op percelen waar van het betrokken lot bonenzaad werd uitgezaaid en op de besmette percelen vastgesteld in 2025 gelden een aantal maatregelen. Bij vaststelling in de teelt kan, afhankelijk van het gewasstadium, het verplicht worden om het gewas te vernietigen of kan er geoogst worden met bestemming verwerkende industrie wanneer een aantal maatregelen genomen worden om verspreiding van deze bacterie met oogstresten te voorkomen. Op de betrokken percelen geldt een verbod om gedurende 2 jaar planten uit de Fabaceae-familie te telen. Ook onkruiden uit de betreffende familie moeten bestreden worden. Als er effectief een besmetting werd vastgesteld op een perceel, zal er bij teelt van peulvruchten in een bufferzone van 100 m rond het perceel een controle gebeuren gedurende de 2 jaar volgend op de vaststelling van de besmetting. Meer informatie over deze bacterie en de maatregelen vind je hier.
Meloidogyne
Meloidogyne chitwoodii en Meloidogyne fallax zijn wortelknobbelaaltjes waarvoor maatregelen gelden ter bescherming van de aardappelteelt. Deze aaltjes veroorzaken schade aan aardappelen, maar kunnen overleven en zich vermeerderen op heel veel waardplanten, waardoor uitroeiing moeilijk is. Op besmette percelen gelden maatregelen waarbij in de rotatie met minstens 2 op 3 jaar geen teelt van waardplanten. Op deze percelen geldt ook een verbod voor teelten bestemd voor opplant, waaronder pootgoed. Alle maatregelen en de lijst met waardplanten voor Meloidogyne vind je in de omzendbrief van het FAVV.
Bij Meloidogyne is er niet alleen de vaststelling van besmette en/of verdachte percelen, maar is er ook een bewakingsgebied afgebakend. Dit bewakingsgebied zijn de deelgemeenten waarin de betrokken aaltjes werden vastgesteld. In dit bewakingsgebied zijn er bijkomende maatregelen, zowel voor de teelt van gecertificeerd als van hoevepootgoed. Zowel de besmette percelen als het bewakingsgebied voor Meloidogyne kan je terugvinden in de kaartlaag plaagorganismen in de verzamelaanvraag. In 2027 zal ook een kaartlaag toegevoegd worden met de percelen met Globodera spp. besmetting (aardappelcystenaaltjes).
Bron: Boerenbond