Bankerplanten bieden kansen voor een sterkere biologische bestrijding van de groene perzikluis in de paprikateelt. Dat blijkt uit deelonderzoek van Koppert in het kader van de PPS 'Gerichte inzet van bankerplanten voor veerkrachtige teeltsystemen'. Liesbeth Nijs geeft namens Glastuinbouw Nederland een update in het kader van Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid.
Vooral nectarbronnen zoals kruidenplanten stimuleren de populatieontwikkeling van het lieveheersbeestje Propylea. Verder blijkt dat de lieveheersbeestjes zich bij daglengtes korter dan 12 uur bijna niet voorplanten. Daarnaast beïnvloedt de positie van bankerplanten de effectiviteit van de bankerplant zelf.
In de paprikateelt vormt de groene perzikluis (Myzus persicae) nog steeds een grote uitdaging, vooral aan het begin en einde van de teelt. In de PPS 'Gerichte inzet van bankerplanten voor veerkrachtige teeltsystemen' werken diverse partijen samen aan onderzoek naar de rol van bankerplanten in een effectievere bestrijdingsstrategie tegen luis in gerbera, roos en paprika. Tijdens zijn afstudeerstage van Hogeschool InHolland voerde Ben Harthoorn voor Koppert bij twee telers een deelonderzoek uit binnen dit project.
© Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid
Verschillende soorten bankerplanten
Bankerplanten kunnen natuurlijke vijanden ondersteunen door voedsel, leefruimte en ei-afzettingsplaatsen te bieden. In het onderzoek zijn verschillende stuifmeelhoudende planten, in kooien getest, in combinatie met graanpollen en graanluizen (Ervibanken). Op de graanpollen werden bladluizen (grote graanluis, Sitobion avenae) uitgezet, die dienen als voedselbron voor natuurlijke vijanden. Dit is belangrijk voor de populatieopbouw van het lieveheersbeestje Propylea, omdat zij de eiwitten uit bladluizen nodig hebben om eieren te kunnen leggen.
Voor de stuifmeelhoudende planten werden kruidachtige gewassen getest, zoals: munt, koriander en Lobularia. Deze planten moeten aan meerdere criteria voldoen; ze moeten compact blijven, geen virussen overbrengen en een lange bloeitijd hebben voor de aanbieding van nectar en stuifmeel. Daarnaast is het nuttig als de planten aantrekkelijk zijn voor de ei-afzet van Propylea. Uit de kooiproeven bleek dat kruidengewassen met bloemen en directe nectarbronnen, zoals honing, de ontwikkeling van lieveheersbeestjes het meest stimuleren.
Licht en lieveheersbeestjes
Naast het soort bankerplanten speelt ook licht een belangrijke rol. Daarom werd in de kooiproeven een deel van de opstelling belicht en een deel niet. De resultaten lieten zien dat daglengte een grote invloed heeft op de populatieontwikkeling van Propylea. Bij korte dagen (korter dan 14 uur) stagneert de ontwikkeling van de populatie. Zonder extra licht neemt de populatiegroei met zo'n 75% af.
Concreet betekent dit dat voor elke veertig lieveheersbeestjes die er bij een lange daglengte ontwikkelen, er ongeveer slechts tien bij een korte daglengte ontwikkelen. Bovendien zorgen daglengtes korter dan 12 uur ervoor dat Propylea zich nauwelijks voortplant.
Hoogtes bankerplanten en parasitering
Tot slot is onderzocht op welke hoogte graanpollen het beste in de kas geplaatst kunnen worden. Dit is belangrijk, omdat aan het begin van de teelt soms een gewasbehandeling wordt uitgevoerd met neemproducten. Wanneer bankerplanten hoger in de kas hangen, worden ze minder snel geraakt tijdens het spuiten. Hierdoor kunnen graanluizen op graanpollen beter overleven en kunnen sluipwespen daardoor makkelijker hun populatie opbouwen.
Een te hoge positie (hoger dan 4 m) van de bankerplant blijkt in het voorjaar nadelig te zijn voor de ontwikkeling van de sluipwespen Aphelinus abdominalis en Aphidius ervi. Bankerplanten die op de uiteindelijke hoogte van de paprikakop hangen, blijken niet goed vindbaar voor sluipwespen, waardoor de parasitering van graanluizen sterk afneemt. Vroeg in het voorjaar zijn bankerplanten ten hoogte van de goot en op 2 meter hoog het meest efficiënt.
Vervolgonderzoek
Vervolgonderzoek in de praktijk is nodig om met de beoogde onderzoeksresultaten het effect op de luisbestrijding te testen. Daarom het advies tijdens het bezoek van de BCO aan paprikatelers om hiermee aan de slag te gaan.
Financiers
Dit project wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research en Glastuinbouw Nederland. Het wordt gefinancierd en gecoördineerd vanuit het innovatieprogramma Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid van Kennis in je Kas (KijK). Mede mogelijk gemaakt door de Gewascoöperaties Roos, Gerbera en Paprika, Plantum, Koppert, STOWA, het ministerie van LVVN en het Innovatiefonds Hagelunie. De proef wordt begeleid door telers.
Bron: Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid