4 jaar. 16.000 branduren. 20.000 LED-armaturen. En dan de vraag die elke teler stelt: levert mijn belichting nog wat de installateur beloofde? Bij CombiVliet Noordvliet is het antwoord ondubbelzinnig. Onafhankelijke metingen tonen minder dan 1% lichtdegradatie, over 4 jaar.
"Dat is geen marketingclaim. Dat is bewijs. En precies dit soort bewijs is wat wij bedoelen als we zeggen: licht is pas goed als de oogst het bewijst", zegt Pim van Eijk, Managing Director van Dutch Lighting Innovations. DLI laat zowel Paul Blom van Multi-Meet als Thomas Grebner van ams OSRAM aan het woord en benadrukt dat de resultaten bij CombiVliet Noordvliet geen toeval zijn. "Ze zijn het gevolg van de juiste componenten, de juiste installatie en een partner die blijft totdat de oogst het bewijst."
© DLI
96 hectare tomatenkassen, vier jaar lang gemeten
CombiVliet is een van de grootste tomatenproducenten van Europa. Na de fusie met Agro Care zijn de kassen onderdeel van het Agro Care Growers-consortium, samen goed voor meer dan 500 hectare glastuinbouw.
De locatie Noordvliet omvat 96 hectare hightechkassen. Vier jaar geleden installeerde DLI er 20.000 Apex LED-armaturen. Sindsdien voerde Multi-Meet periodiek onafhankelijke lichtmetingen uit, instelbaar, objectief, zonder belang bij de uitkomst. Het resultaat: na 16.000 branduren vertoonden de armaturen minder dan 1% lichtdegradatie. Een resultaat dat in de markt allesbehalve vanzelfsprekend is, aldus DLI.
© DLI
Paul Blom (Multi-Meet): „Kies voor kwaliteit, want een LED-installatie kies je voor jaren"
Theorie versus praktijk: waar gaat het mis?
Multi-Meet meet licht zoals het er in de kas werkelijk bij staat, niet zoals het op papier zou moeten staan. En die twee lopen vaker uiteen dan telers verwachten.
"Een lichtmeting is een weergave van de praktijk tegenover een theoretische calculatie. Dat komt naar voren in een lichtverdeling die meestal minder is dan berekend. Soms hangen de armaturen zo dicht naast of schuin boven verwarmingsbuizen dat dit de gelijkmatigheid flink omlaag haalt. Ook hangen armaturen niet altijd recht of niet op een vaste afstand van elkaar. Ook dit geeft afwijkingen. Dat is zonde en kan soms voorkomen worden.
Het komt voor dat lichtniveaus gehaald worden vanwege een hoog vermogen van de armatuur. De teler moet er dan rekening mee houden dat er voldoende vermogen beschikbaar is en dat de stroomkosten hoger kunnen zijn dan verwacht."
© DLI
Minder armaturen, hogere intensiteit — en wat dat vraagt van meting
"De efficiëntie van LED neemt nog steeds toe. Dat betekent dat je met hetzelfde aantal armaturen een hogere lichtintensiteit kan behalen. Als de gewenste lichtintensiteit bereikt is en de trend van efficiëntere LED-armaturen doorzet, kun je dus naar minder armaturen toe. Het is wel van belang om de lichtverdeling in de gaten te houden, want de afstand tussen de armaturen wordt dan groter.
De invloed van licht op groei is enorm en de kosten voor elektra eveneens. Hoe belangrijk is het dan om eens in de zoveel tijd het lichtniveau te controleren? Door ook het spectrum te meten, kun je zien of een bepaalde kleur LEDs achteruitgaat."
© DLI
Wat maakt het verschil tussen goed en echt goed?
In de loop van de tijd wordt het verschil tussen hoge en lage kwaliteit LED-armaturen zichtbaar in één ding, aldus DLI: lichtprestatie. Enkele factoren bepalen volgens de leverancier of een armatuur dat niveau haalt na jaren, niet alleen na de installatie. Het gaat om de kwaliteit van de individuele LEDs, de betrouwbaarheid van drivers en elektronische componenten, de armatuuropbouw en koelingscapaciteit en het ontwerp en de levensduur van de lenzen, somt Pim op.
DLI werkt samen met componentfabrikanten die op al deze vier punten geen concessies doen. Een van die partners is ams OSRAM.
© DLI
Thomas Grebner (ams OSRAM): efficiëntie begint bij het ontwerp
"Hoge LED-efficiëntie ontstaat wanneer het grootste deel van de verbruikte elektrische energie wordt omgezet in bruikbare fotonen. Dat vereist nauwkeurige componentontwikkeling, geoptimaliseerde driverinstellingen én een zorgvuldig optisch ontwerp, zodat de uitgezonden fotonen het gewas ook werkelijk bereiken."
Hoe wordt lichtdegradatie bepaald?
"Lichtdegradatie wordt doorgaans getoetst via gestandaardiseerde levensduurtesten zoals LM-80. LEDs worden gedurende langere tijd onder vastgestelde omstandigheden aangestuurd, waarna levensduurmodellering wordt toegepast om het behoud van lichtopbrengst te voorspellen.
De mate van degradatie hangt af van de chiptechnologie, het pakketontwerp, de ingestelde aandrijfstroom, omgevingstemperatuur, luchtvochtigheid en blootstelling aan gassen zoals H₂S. Bij ams OSRAM worden al deze factoren getest, ook onder vochtige omstandigheden, zwavelomgevingen en temperatuurcycli."
Wat is er technologisch mogelijk?
"Vier jaar geleden zetten de M4-LEDs van OSRAM een benchmark op het gebied van hoge efficiëntie en lange operationele levensduur. Sindsdien zijn verdere technologische ontwikkelingen doorgevoerd om de grenzen van lichtefficiëntie verder te verleggen. Bij lage aandrijfstromen zijn wall-plug efficiency (WPE)-waarden tot 90% inmiddels haalbaar met de nieuwste OSCONIQ™ P 3737 LED-oplossingen. Desondanks bestaat er nog potentieel om de WPE onder praktijkomstandigheden verder te verbeteren door voortdurende ontwikkeling van chiparchitecturen en packagetechnologieën".
Met een wereldwijd productienetwerk — waaronder Hyper Red-chipproductie in Duitsland — een sterke focus op onderzoek en ontwikkeling, en een robuuste intellectuele-eigendomsportfolio, is ams OSRAM goed gepositioneerd om de volgende generatie geavanceerde LED-technologieën voor de tuinbouw en daarbuiten te introduceren."
© DLI
Voor meer informatie:
Dutch Lighting Innovations
[email protected]
https://dli.nl/