De kasteelt in Italië staat voor een nieuwe bedreiging. In het tijdschrift van de Europese en Mediterrane Plantenbeschermingsorganisatie (EPPO) is de eerste melding van Thrips parvispinus in Italië officieel bevestigd. Dit insect, afkomstig uit Zuidoost-Azië en Australië, verspreidt zich razendsnel over de hele wereld.
De ontdekking vond plaats in het hart van de Italiaanse kasteelt: het zuidoosten van Sicilië. Die regio is goed voor 32% van het Italiaanse kasareaal en 40% van de Italiaanse teelt van tomaten, paprika's, aubergines, courgettes en komkommers.
Niet verwarren met andere trips
De eerste waarneming dateert van 8 oktober 2025, op een sierteeltbedrijf in Vittoria, op gerberaplanten ingevoerd uit Spanje. In de maanden daarna werden besmette planten gevonden op gardenia en mimosa in de provincie Messina, en op paprika in kassen in de provincie Agrigento.
|
|
|
Een complicerende factor is dat de symptomen sterk lijken op die van de Californische trips (Frankliniella occidentalis), die al wijdverspreid is in Italiaanse kassen. Dat leidde aanvankelijk tot vertragingen in de meldingen.
Hoe herken je Thrips parvispinus? Het volwassen vrouwtje is donkerbruin, met een duidelijk lichtere kop en borststuk en gele poten. Een loep is bij veldinspectie aan te raden.
Brede waardplantenreeks
T. parvispinus heeft een opvallend breed menu: de plaag is aangetroffen op 60 waardplanten uit 24 botanische families. Bij groenten is paprika het voornaamste doelwit, gevolgd door aubergine en komkommer. Bij sier- en potplanten treft het onder meer gerbera, gardenia, chrysant, dahlia en dipladenia (Mandevilla). In Spanje werden ook jonge citrusplanten en onderstammen in boomkwekerijen aangetast. Bij fruitgewassen zijn aardbei, mango en papaja kwetsbaar.
Symptomen en schade
Zowel larven als volwassen dieren zitten vooral in bloemen en op de bladonderkant. De schade kan aanzienlijk zijn: in India en Indonesië liepen oogstverliezen bij paprika op tot 40%.
Jonge bladeren en bloemen verkleuren van geelachtig naar roodbruin. Aangetaste bladeren in de groei vervormen, krullen op en worden gevlekt; oudere bladeren krijgen een zilverachtig uiterlijk. Vruchten zijn misvormd en hebben een ruw, verweerd oppervlak. Een lichtpuntje: de trips wordt vooralsnog niet beschouwd als vector van het tomatenbronsvlekkenvirus (TSWV).
© SIRIAC Srl
Snelle cyclus maakt bestrijding lastig
Bij optimale omstandigheden — rond 25°C, zoals in mediterrane kassen — doorloopt T. parvispinus zijn volledige levenscyclus van ei tot volwassen insect in slechts veertien dagen. In één teeltcyclus kunnen zo meerdere generaties op elkaar gestapeld worden, wat de bestrijding extra bemoeilijkt.
Monitoring en geïntegreerde aanpak
De ervaring in Spanje en andere landen leert dat uitroeien nauwelijks haalbaar is zodra de plaag zich gevestigd heeft. Preventie en geïntegreerde bestrijding zijn daarom de enige realistische aanpak.
Systematische monitoring is een must in risicogebieden. Schud bloemen of scheuten uit boven een wit bord of opvangbak om de insecten snel op te sporen. Gebruik bij vangplaten bij voorkeur witte lijmvallen. Die blijken aanzienlijk effectiever dan de gebruikelijke blauwe of gele vallen voor trips.
Omdat de plaag zich vooral verspreidt via besmet uitgangsmateriaal, is nauwkeurige inspectie van inkomende planten en stekken onmisbaar. Vraag altijd de fytosanitaire certificering op.
Voor biologische bestrijding wordt — mede op basis van ervaringen met F. occidentalis — ingezet op verschillende natuurlijke vijanden. Als generalistische predatoren zijn Orius laevigatus en Chrysoperla carnea geschikt. Bij roofmijten wordt tijdens de bloei Neoseiulus californicus of Amblyseius andersoni ingezet; in koudere en vochtiger perioden zijn Amblyseius cucumeris en Transeius montdorensis de betere keuze.
Puur chemische bestrijding werkt niet. Door de snelle generatiewisseling in kassen ontwikkelt T. parvispinus snel resistentie bij hoge chemische druk. Chemische middelen moeten dus doordacht worden ingezet, bij voorkeur gecombineerd met biologische insecticiden en ingebed in een volwaardig IPM-plan.
Waakzaamheid geboden
De vondst van T. parvispinus in Sicilië is een niet mis te verstane waarschuwing voor de hele Italiaanse AGF-sector. De plaag kan zich gemakkelijk verbergen in jong plantmateriaal en de schade — zeker bij paprika — kan enorm zijn.
Telers, plantvermeerderaars en teeltadviseurs moeten de handen ineenslaan: snelle isolatie van haarden, strenge visuele controles bij aanvoer van uitgangsmateriaal en moderne biologische bestrijdingsprotocollen zijn geen luxe maar noodzaak. Alleen een goed geïnformeerde en weerbare sector kan deze nieuwe exotische plaag het hoofd bieden.
Bron:
Massimino Cocuzza, G., Hmad, E.B. & Novara, R. (2026). First report in Italy of Thrips parvispinus (Karny, 1922) (Thysanoptera, Thripidae), a major threat for Sicilian horticulture and floriculture. EPPO Bulletin

