De minister heeft slecht zicht op hoeveel schadelijke stoffen de industrie in de Nederlandse wateren loost. Dat blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer, waarover de NOS schrijft.
Europese regels schrijven voor dat Nederland uiterlijk volgend jaar de waterkwaliteit op orde moet hebben. Dat dat lukt, is onwaarschijnlijk, schrijven de onderzoekers. Het gaat om het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Het is de reden waarom recent ook in de glastuinbouw zoveel aandacht voor lozingen is, met steeds strengere controles door onder meer het Hoogheemraadschap van Delfland.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen voor industriële lozingen op rijkswateren en het toezicht op de naleving daarvan. Dit wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat (RWS). De Algemene Rekenkamer constateert na onderzoek echter dat de minister weinig zicht heeft op wat door welke bedrijven wordt geloosd. RWS heeft geen centraal datasysteem waarin de bedrijven, vergunningen, de hoeveelheid stoffen die bedrijven mogen lozen en de feitelijke lozingen worden bijgehouden. Hierdoor is het niet mogelijk een landelijk beeld te krijgen van welke bedrijven wat lozen op de rijkswateren, en of dat onder de vergunningen is toegestaan.