Het Europese programma om productiviteit en duurzaamheid in de landbouw via innovatie te stimuleren, het EIP-AGRI, heeft zijn volledige potentieel niet waargemaakt. Dat concludeert de Europese Rekenkamer. Tussen 2014 en 2022 werd er bijna 1 miljard euro aan Europese en nationale financiering ingezet om innovatieve landbouwpraktijken te bevorderen. Toch leverde het EIP-AGRI vaak geen innovaties op die nuttig en praktisch toepasbaar waren of breed werden ingevoerd.
De auditors van de Europese Rekenkamer adviseren de Europese Commissie om de focus meer te richten op de praktische behoeften van boeren, de projectselectie te verbeteren en de resultaten effectiever te verspreiden. Op die manier kan de hele sector profiteren van innovatie.
Het EIP-AGRI werd in 2012 gelanceerd. Het wordt gefinancierd uit het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en het Europese beleid voor onderzoek en innovatie Horizon. Binnen het GLB voor 2014‑2022 werden met dit instrument meer dan 4.000 innovatieprojecten ondersteund.
De auditors onderzochten 70 projecten in Spanje, Frankrijk, Nederland en Polen. Ze constateerden dat innovatiepotentieel zelden doorslaggevend was bij de projectselectie. Ook was de betrokkenheid van landbouwers doorgaans beperkt en was er onvoldoende aandacht voor hun innovatiebehoeften. Het bleek dat actieve betrokkenheid van boeren bij projecten niet alleen de kans op succes vergrootte, maar ook de kwaliteit van de ontwikkelde innovaties verbeterde.
De auditors merken op dat bijna een derde van de onderzochte projecten nauwelijks of niet te maken had met de landbouw: sommige projecten waren gericht op terreinen als industriële voedselverwerking of retailbranding. In veel gevallen hadden projecten geen praktisch resultaat, speelden zij in op nichebehoeften of kwamen zij vooral particulieren ten goede.
De auditors troffen ook gevallen aan waarin geld werd gebruikt voor investeringen die waarschijnlijk anders ook zouden zijn gedaan, zonder duidelijke voordelen voor de bredere sector. Verder liet de verspreiding van resultaten te wensen over. Slechts bij ongeveer de helft van de projecten werd de opgedane kennis gedeeld, en maar zes van de 18 projecten met bruikbare resultaten leidden tot innovaties die op grote schaal werden toegepast.
De lidstaten stimuleerden zelden veelbelovende innovaties op lokaal niveau en bij landbouwers, terwijl het GLB juist financiering bood voor trainingen, opleidingen en adviesdiensten. Verder stellen de auditors vast dat er geen synergieën werden benut met onderzoeks- en innovatieprogramma's van de Europese Unie, zoals Horizon 2020. Geen van de 70 onderzochte projecten maakte gebruik van deze financiering, hoewel voor de periode 2014‑2020 meer dan 1,5 miljard euro was uitgetrokken voor landbouw- en bosbouwonderzoek.
Bekijk hier het volledige advies
Bron: Europese Rekenkamer