Op Claros Farm in Turkije is een zogenoemd 'aromatisch barrièresysteem' ontwikkeld en getest als onderdeel van geïntegreerde gewasbescherming (IPM) in de tuinbouw. Tuinbouwingenieurs Birgül Albayrak en Samet Albayrak planten medicinale en aromatische planten langs de randen van de productieteelt en combineren dat met gerichte toepassingen van etherische oliën in de kasomgeving. Het doel is om plaagdruk te verlagen en tegelijkertijd de economische duurzaamheid van het bedrijf te versterken.
© Claros Farm
Verstoring van het oriëntatiemechanisme van plagen
Insecten en mijten gebruiken vluchtige organische stoffen (VOS) om waardplanten te lokaliseren. Het aromatische barrièresysteem grijpt in op dit oriëntatiemechanisme. In plaats van directe bestrijding richt de methode zich op het aanpassen van de geurcomponent in het kasklimaat.
"Het doel is niet om de plaag te doden," aldus Birgül Albayrak. "We willen het vermogen verstoren om signalen van waardplanten te interpreteren. Wanneer het chemische communicatienetwerk wordt verstoord, wordt het teeltareaal onaantrekkelijk en feitelijk ongeschikt voor vestiging."
© Claros Farm
Voor de randbeplanting zijn onder meer geselecteerd: Melissa officinalis, Salvia officinalis, Ocimum basilicum, Mentha-soorten en Rosmarinus officinalis.
"Citroenmelisse, rijk aan citral en citronellal, heeft een sterk afwerend effect tegen wittevlieg en bladluis. Salie maskeert geuren en verstoort zo de herkenning van waardplanten," licht zij toe. "Basilicum, met eugenol en linalool, is vooral effectief bij hoge tripsdruk. Mentholrijke muntsoorten beperken de vestiging van spint aanzienlijk, terwijl rozemarijn zorgt voor een langdurige emissie van vluchtige stoffen en een stabiele afwerende werking, met name in zones met veel luchtcirculatie," vult Samet Albayrak aan.
"Wij hebben bewust gekozen voor soorten met een continue afgifte van vluchtige stoffen," zegt hij. "Een constante emissie is cruciaal om een stabiele aromatische dichtheid in de kas te behouden."
© Claros Farm
Toepassing onder goten: resultaten uit vergelijkende proeven
Een belangrijk onderdeel van de proeven op Claros Farm was de strategische plaatsing van aromatische planten onder de teeltgoten en langs de kasranden.
"In zones onder de goten waar aromatische planten waren aangebracht, hebben we geen spintpopulaties vastgesteld," aldus Birgül Albayrak. "In controlegebieden zonder deze beplanting ontwikkelden zich juist hoge populaties. Het contrast was duidelijk."
Volgens de onderzoekers wijst deze vergelijking erop dat de onderdrukking van plagen geen toeval was. De hoge concentratie vluchtige stoffen, waarmee plagen in aanraking kwamen vóórdat zij het gewas bereikten, voorkwam vestiging. Substraten zoals kokos en het microklimaat onder de goten fungeerden bovendien als reservoir, waarin aromatische componenten werden vastgehouden en geleidelijk werden vrijgegeven.
"De ruimte onder de goot functioneerde als een biologisch filter," aldus Samet Albayrak. "Plagen werden onderschept voordat ze zich in het gewas konden vestigen."
© Claros Farm
Etherische oliën als omgevingscomponent
Naast de passieve werking van randbeplanting worden etherische oliën ingezet als actieve component in de kasomgeving. De toepassing richt zich op constructiedelen en niet-gewaszones, en niet op het gewas zelf. Daarmee blijft de productkwaliteit behouden, vooral bij gevoelige teelten zoals aardbei.
"Het principe is klimaat- en omgevingssturing, geen bladtoepassing," benadrukt Birgül Albayrak. "Zo voorkomen we ongewenste smaakoverdracht en behouden we de afwerende werking."
Belangrijke middelen zijn onder meer olie van Azadirachta indica, die in praktijktests een stabiel en langdurig regulerend effect liet zien. Olie van Origanum, rijk aan carvacrol en thymol, zorgde voor een snelle reductie van trips- en spintdruk. Rozemarijnolie beïnvloedde het zenuwstelsel van plagen en beperkte hun beweging en eetgedrag, terwijl muntolie effect had op ademhaling en gedrag, waardoor vestiging werd geremd. Ook knoflook- en uienextracten zijn getest als aanvullende omgevingsbehandeling.
"Neemolie bleek de meest stabiele component in seizoensmatige toepassingen," zegt Samet Albayrak. "Die zorgt voor continuïteit, terwijl oregano-olie snel kan ingrijpen bij piekdruk."
© Claros Farm
Benutting van niet-productieve kaszones
Het aromatische barrièremodel heeft naast een gewasbeschermende ook een economische component.
"Kasranden, looppaden en zones onder de goten – traditioneel geen directe opbrengstlocaties – worden benut voor de teelt van medicinale en aromatische planten," aldus Samet Albayrak.
"Aan het einde van het seizoen kunnen deze planten vers, gedroogd of verwerkt tot etherische olie worden vermarkt," legt Birgül Albayrak uit. "De investering in plaagbeheersing wordt zo een aanvullende inkomstenbron."
Door verminderd gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen dalen kosten voor middelen, arbeid en toepassingen. Residuvrije productie kan bovendien bijdragen aan een sterkere marktpositie. Diversificatie via de verkoop van etherische oliën of gedroogde kruiden spreidt het economische risico en vergroot de weerbaarheid van het bedrijf.
"Dit systeem vermindert de afhankelijkheid van één hoofdteelt," besluit Samet Albayrak. "Het versterkt zowel de biologische als de financiële duurzaamheid."
Voor meer informatie:![]()
Claros Farm
Birgül Albayrak
[email protected]
Samet Albayrak
[email protected]
www.clarosfarm.com
https://klarostarim.com