Biologische bestrijders worden op steeds grotere schaal ingezet in de glastuinbouw, deelde het CBS. Zo groeide de oppervlakte waarop roofmijten en rooftripsen werden gebruikt van 69 procent in 2020 naar 84 procent in 2024. Daarnaast worden op twee derde van het glastuinbouwareaal microbiologische middelen, zoals bacteriƫn, tegen plaaginsecten ingezet.
Dat telers op een steeds grotere oppervlakte verschillende soorten biologische bestrijders inzetten, is volgens Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland goed nieuws. "Dankzij voortdurende innovatie is er tegenwoordig voor elk seizoen van het jaar wel een geschikt 'beestje' in te zetten. Dat is vooral van belang in de winter, als veel insecten minder actief zijn." De keuze om verschillende soorten biologische bestrijders te gebruiken, heeft ook te maken met de specifieke eigenschappen van een soort. "Een teler kan soorten kiezen die elkaar aanvullen en versterken. Zo verbetert hij de totale aanpak van zijn biologische bestrijding van plagen en zijn er minder chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig."
Ook Helma Verberkt, directeur Artemis, is positief over de ontwikkeling: "Trots op de glastuinbouwsector die samen met de producenten en adviseurs van biologische bestrijders deze ontwikkeling in gang heeft gezet. Door te zorgen voor een leger aan verschillende biologische bestrijders in de kas worden steeds meer plagen duurzaam bestreden. Het systeem wordt robuuster door innovaties van nieuwe biologische bestrijders. De uitdaging zit om deze kennis ook in te zetten in de open teelten, want ook daar liggen kansen voor duurzame bestrijding met biologie als basis."