Door bladluishaarden gericht aan te pakken met twee snelwerkende predatoren, Propylea-System en Micromus-System, plukt Spayka, de Armeense producent van kasgroenten, daar de vruchten van.
Het bedrijf, verantwoordelijk voor 70% van de Armeense export van verse groenten en fruit, teelt 117 hectare tomaten, paprika's en aubergines in een hightech kassencomplex nabij Jerevan.
"Voor onze exportmarkten is het belangrijk dat onze producten vrij zijn van chemische residuen", zegt Arevik Atikyan, Greenhouse Project Chief Manager. "Chemische bestrijding is geen langetermijnoplossing en bovendien minder doeltreffend dan vroeger. Daarom zetten we in op effectievere alternatieven om op een duurzame manier groenten te produceren."
© Biobest
Hogere plaagdruk opvangen
In paprika's vormen trips, bladluizen en spint de belangrijkste plaagdruk. Het oorspronkelijke IPM-programma van Spayka richtte zich uitsluitend op tripsbestrijding, met behulp van Swirskii-System en Orius-System. Bladluizen en spint werden ondertussen bestreden met compatibele chemische toepassingen.
"Doordat we minder chemie inzetten, zien we de afgelopen twee à drie jaar een duidelijk hogere plaagdruk", legt Arevik uit. "Om dat op te vangen, is het IPM-programma uitgebreid met bladluis- en spintbestrijding."
Aanvankelijk werd bladluis bestreden met Aphidius-System en Aphidoletes-System. Op basis van sterke resultaten uit Nederland adviseerde Biobest recent om de strategie te versterken met Propylea-System en Micromus-System.
"Met ons continentale klimaat ontwikkelen secundaire bladluispopulaties zich hier bijzonder snel", aldus Arevik. "We hebben nuttige insecten nodig die onmiddellijk aan de slag gaan na introductie. Propylea en Micromus zijn snelle, effectieve en vraatzuchtige generalistische predatoren die zich voeden met alle bladluissoorten."
Versterkt programma
De strategie combineert preventieve introducties van Aphidius-System, de natuurlijke aanwezigheid van Praon, en gerichte inzet van Propylea-System en Micromus-System in opkomende bladluishaarden.
"Zodra de eerste bladluizen in het gewas worden vastgesteld, starten we met wekelijkse leveringen van deze twee predatoren", vertelt Arevik. "Ze worden meteen uitgezet in nieuwe hotspots. Ze zijn duidelijk zichtbaar in het gewas en zorgen voor een snelle werking, waardoor hotspots snel worden opgeruimd. Doordat ze zich ook met pollen voeden, zien we nieuwe generaties Propylea en Micromus die zich door het gewas verspreiden en zo bijdragen aan een duurzame plaagbeheersing."
Hoewel bij pieken in bladluispopulaties soms nog lokale chemische correcties nodig zijn, vermindert het versterkte programma de afhankelijkheid van bespuitingen aanzienlijk. "Bovendien heeft deze aanpak een positief effect op andere nuttigen in het gewas, in het bijzonder op Orius," vult Arevik aan.
Samenwerking is cruciaal
"De ondersteuning van Biobest en lokale partner Agromaster was cruciaal. Door samen te werken konden we voortbouwen op ervaringen uit andere landen, van video's die tonen hoe we de predatoren optimaal uitzetten, tot begeleiding bij het opvolgen van haarden na de introductie van Propylea-System en Micromus-System."
"Alles bij elkaar bieden deze twee predatoren een snelle, flexibele en effectieve oplossing voor de bestrijding van bladluishaarden – ongeacht de soort."
Voor meer informatie:
Biobest Group
[email protected]
www.biobest.com