Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
kijkje in de nieuwe kas van Koppert Cress

“We wilden de lat weer hoger leggen”

Koppert Cress heeft in Monster nabij haar hoofdlocatie een nieuwe kas gebouwd.

Bart van Meurs is directeur van Division Q, het technische zusterbedrijf van Koppert Cress. Hij vertelt bij Kas als Energiebron hoe deze hypermoderne kas tot stand kwam, welke keuzes zijn gemaakt en welke rol de MEI-subsidie daarin speelt.

De ambitie voor een nieuwe kas was helder: beter, slimmer en duurzamer dan ooit tevoren. "We wilden van deze kas weer de meest innovatieve en duurzame kas maken die we ooit hebben gebouwd. Letterlijk: de beste kas", zegt Bart. "Dat betekent dat je innovaties moet toepassen, soms als een van de eersten." Die ambitie past bij Koppert Cress en Division Q. "Wij zijn in de positie om te innoveren. Dat heeft te maken met onze schaal, ons gewas, maar vooral met onze mindset. We willen het verschil maken. Tegelijkertijd moet het geen dure hobby worden. Het moet uiteindelijk ook economisch kloppen."

Koppert Cress teelt aromatische kiemplantjes voor de horeca. Producten waarbij kwaliteit, uniformiteit en continuïteit cruciaal zijn. Dat vraagt om een zeer stabiele en nauwkeurig aangestuurde teelt, waarin techniek en teelt hand in hand gaan. Division Q is het innovatie- en techniekbedrijf van Koppert Cress, opgericht om complexe verduurzamings- en innovatievraagstukken structureel aan te pakken, zowel voor de eigen teelt als daarbuiten.

© Kas als Energiebron

MEI-subsidie als katalysator, niet als doel
De subsidie Marktintroductie energie-innovatie (MEI) speelde een belangrijke rol bij de realisatie van de nieuwe kas, maar nooit als uitgangspunt. "Subsidie is geen doel. Het is een middel", benadrukt Bart. "We zijn geen kas gaan bouwen omdat er subsidie was. We kunnen onze nek verder uitsteken, omdat die regeling er is." De kracht van de MEI zit volgens hem in het mogelijk maken van de eerste grote stap. "Die eerste hectare is vaak de grootste drempel. De MEI geeft net dat duwtje om innovaties niet alleen te testen, maar ook op schaal toe te passen."

Het aanvraagproces vraagt volgens hem om scherpte. "Je maakt eerst je ideale ontwerp. Wat wil je technisch? Wat wil je teeltkundig? Wat is economisch haalbaar? Daarna leg je die puzzel over de criteria van de regeling. Dat is soms echt passen en meten."

Eén kas, meerdere innovaties
De nieuwe kas van circa 1,2 hectare is geen optelsom van losse technieken, maar een geïntegreerd systeem. Onderdeel van het concept zijn onder andere geysir low-emissivity glas, dat de warmtevraag structureel verlaagt; een airflow-vloer (Erfgoedvloer Airflow) die verwarming en ontvochtiging combineert; gebruik maken van laagwaardige warmte, passend bij geothermie; maximale isolatie, onder meer via geïsoleerde gevels en CO₂-afvang uit buitenlucht, via Direct Air Capture-technologie van Skytree (nog te realiseren).

"Veel van deze technieken kenden we al, waren we al aan het testen of valideren. De MEI maakte het mogelijk om ze nu samen te brengen en op grotere schaal toe te passen." Daarbij lag de ambitie van Koppert Cress hoger dan de eisen van de MEI-regeling: van een aardgasverbruik van 41,5 m³ per m² in de huidige situatie naar 0,0 m³ per m² bij volledige implementatie van alle innovaties."

Met de innovatieve technieken in de nieuwe kas, aanvullende verduurzaming in de bestaande kassen én de ingebruikname van geothermieproject Polanen is Koppert Cress sinds 2026 volledig fossielvrij.

De vloer als sleutel
Een van de meest bepalende innovaties is de airflow-vloer. "Die vloer doet eigenlijk alles: verwarmen met laagwaardige warmte, ontvochtigen, luchtbeweging creëren. Zonder slurven, zonder herrie, zonder extra installaties in de kas." Voordat de vloer op grote schaal werd aangelegd, is deze eerst getest. "We hebben 1.000 m² in onze proefkas aangelegd. Gewoon om zeker te weten: werkt dit goed genoeg? Dat was spannend, maar het werkte. Geen seconde spijt van."

CO₂: vloek en zegen
Een van de lastigste onderdelen was CO₂. "We willen minder CO₂ uitstoten, maar we hebben het tegelijkertijd ook hard nodig in de kas." Koppert Cress kiest daarom voor CO₂-afvang uit buitenlucht, samen met Skytree (nog te realiseren). "Dat kost energie. Dus moet je weer kijken: hoe past dit binnen de MEI-criteria? Het dwingt je om integraal te denken."

Innoveren is ook bijsturen
Niet alle technieken uit de aanvraag zijn al gerealiseerd. "Innoveren betekent ook accepteren dat niet alles de eindstreep haalt. Twee technieken uit onze aanvraag zitten nu nog niet in de kas. De ene omdat de resultaten tegenvielen, de andere vanwege vertraging in ontwikkeling." Volgens Bart is dat geen probleem, zolang je in de geest van de regeling blijft. "De relatie met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is daarin heel constructief. Zolang je kunt onderbouwen dat je nog steeds energie bespaart en emissies reduceert, is er ruimte."

Geen blauwdruk voor de toekomst
Is dit dé kas van de toekomst? "Nee", zegt Bart stellig. "Die bestaat niet. Alles hangt af van locatie, teelt, schaal, infrastructuur en omgeving. Wat hier werkt, werkt niet automatisch overal." Wel ziet hij duidelijke onderdelen die breder toepasbaar zijn. "Het low-E glas en het airflow-vloersysteem zijn technieken die naar verwachting relatief snel hun weg vinden in de praktijk, vooral in potplanten en opkweek. CO₂-afvang is complexer en zal meer tijd nodig hebben."

De grootste les: samenwerken aan het onbekende
Terugkijkend is voor Bart één les doorslaggevend. "Samenwerking", zegt hij. "Juist omdat veel van deze innovaties op papier werken, maar in de praktijk nog nauwelijks zijn toegepast. Dan kom je in een fase waarin iedereen vanuit zijn eigen rol en achtergrond kijkt: een bouwer denkt anders dan een installateur, een ontwerper weer anders dan een teler of onderzoeker. Dat vraagt om afstemming, om het gesprek goed te organiseren en om echt samen te zoeken naar wat werkt."

Die samenwerking strekt zich uit over het hele traject. "Met techniekleveranciers, onderzoekers, RVO en collega-ondernemers. Over de volle breedte en gedurende het hele proces. Dat is soms ingewikkeld, maar precies daarin zit ook de kracht. Als je de koppen bij elkaar krijgt, kom je tot een beter eindresultaat."

Bron: Kas als Energiebron

Publicatiedatum:

Gerelateerde artikelen → Zie meer