In Zuid-Afrika, in de regio Stellenbosch, is het Stellenbosch Horti Demo Centre uitgegroeid tot een belangrijk platform voor de ontwikkeling van bedekte teelten. Het centrum werd in 2022 opgericht als samenwerkingsverband tussen de Universiteit Stellenbosch en Nederlandse partners, met Delphy als projectleider. De oorspronkelijke doelstelling was om de commerciële haalbaarheid van glastuinbouw onder lokale omstandigheden inzichtelijk te maken.
Volgens dr. Estelle Kempen van de Universiteit Stellenbosch lag de nadruk in de eerste twee jaar vooral op praktijkgerichte toepassing. "We wilden laten zien dat dit type infrastructuur werkt in ons klimaat en dat het financieel zinvol is," licht zij toe. "Telers zijn vaak terughoudend vanwege de initiële investering. Daarom was het belangrijk om inzicht te geven in opbrengsten, waterbesparing, lagere nutriëntenverliezen en een verminderd gebruik van insecticiden."
De toegepaste proeven in deze fase leverden transparante gegevens op over productie en kosten. Daarmee werden vragen over het rendement beantwoord. Verschillende commerciële telers hebben hun bestaande bedrijven inmiddels gemoderniseerd of nieuwe kasprojecten gestart op basis van de ervaringen van het democentrum.
© Stellenbosch Horti Demo Centre
Van demonstratie naar onderzoek
Na de eerste commerciële toepassingen is het Horti Demo Centre geleidelijk verschoven richting meer gestructureerd wetenschappelijk onderzoek. Tegelijk blijft het centrum fungeren als demonstratielocatie via open dagen en trainingen.
"Vanuit de universiteit was onderzoek altijd al een langetermijndoel," zegt Kempen. "Het verschil is dat we nu een model hebben ontwikkeld waarin statistisch onderbouwd onderzoek mogelijk is, terwijl we tegelijkertijd praktische vragen van telers op korte termijn beantwoorden."
Een van de onderzoeksprojecten betreft een meststoffenproef in samenwerking met Rijk Zwaan, gericht op komkommer. Daarbij worden verschillende bemestingsstrategieën getest bij meerdere rassen om ras-specifieke voedingsbehoeften beter te begrijpen. "Er bestaat niet één standaardrecept voor komkommer," aldus Kempen. "Het doel is om te begrijpen hoe verschillende rassen reageren en daar de bemesting op af te stemmen."
© Stellenbosch Horti Demo Centre
In een parallel onderzoekstraject worden biostimulanten getest in teeltsystemen op water. Hierbij wordt onderzocht of deze middelen onder gecontroleerde omstandigheden aantoonbare meerwaarde hebben. De eerste resultaten van de komkommerproeven laten duidelijke reacties zien op veranderingen in nutriëntenverhoudingen.
"We zien dat een lagere stikstof-kaliumverhouding de levensduur van het gewas verbetert," zegt Kempen. "Dat was te verwachten, maar het is waardevol om dit bevestigd te zien onder lokale omstandigheden."
Bij de biostimulanten in teelt op water zijn de effecten tot nu toe minder eenduidig. "Op dit moment zien we nog geen significante impact, maar de proeven worden herhaald," legt zij uit. "Consistente toepassing over een langere periode geeft vaak duidelijkere antwoorden."
Waterkwaliteit en plantmonitoring vormen een belangrijk onderdeel van de onderzoeksaanpak. Naast standaard laboratoriumanalyses wordt ook gebruikgemaakt van sapanalyse, zowel lokaal als in Nederland. "We vergelijken laboratoriumanalyses met metingen die ter plekke met handapparatuur worden uitgevoerd," aldus Kempen. "Als we goede correlaties kunnen vaststellen, ontstaat er een praktisch hulpmiddel waarmee telers hun nutriëntenstatus vaker kunnen volgen en binnen optimale marges blijven."
Commerciële inbedding
Ondanks de onderzoeksfocus worden de teelten op semi-commerciële basis uitgevoerd, zodat de resultaten economisch relevant blijven. Opbrengsten, sorteerpercentages en productiekosten worden nauwkeurig vastgelegd.
De producten van het Horti Demo Centre worden afgezet via Rennie Farms, dat zorgt voor verpakking en levering aan supermarktketen Woolworths. "Telers willen weten of iets financieel haalbaar is. Door samen te werken met een commerciële verpakker sluiten de cijfers aan bij de praktijk," zegt Kempen.
Technische teams van de Universiteit Stellenbosch en Rennie Farms werken gedurende het seizoen nauw samen en wisselen continu waarnemingen en adviezen uit.
© Stellenbosch Horti Demo Centre
Breder effect en uitbreiding
De invloed van het centrum reikt inmiddels verder dan Stellenbosch. In Grootvlei loopt een verwant project, ondersteund door RVO en energieleverancier Eskom, dat gericht is op de opzet van kassystemen met aandacht voor werkgelegenheid in kwetsbare gemeenschappen.
© Stellenbosch Horti Demo Centre
"De lessen die we hier hebben geleerd, zijn toepasbaar op nieuwe projecten elders," stelt Kempen, "met name op het gebied van systeemontwerp en bedrijfsvoering." Onderwijs en kennisoverdracht blijven kernactiviteiten. Naast studentenonderwijs organiseert het Horti Demo Centre regelmatig open dagen, workshops en korte cursussen. "Ons belangrijkste doel is laten zien hoe je commercieel kunt telen in een kas. Dat gaat over teeltsystemen, irrigatiestrategieën en nutriëntenmanagement."
© Stellenbosch Horti Demo Centre
Samenwerking met Delphy en nieuwe gewassen
Naast haar academische werk is dr. Kempen betrokken bij de opzet van Delphy Zuid-Afrika.
"Ik vervul twee rollen," zegt zij, "maar de samenwerking tussen de universiteit en Delphy blijkt zeer effectief." Deze samenwerking maakt uitbreiding naar nieuwe gewassen mogelijk, waaronder blauwe bessen. Al drie jaar lopen er voedingsproeven in dit gewas. "Een belangrijke conclusie is dat je de bemesting minder kunt verlagen dan we aanvankelijk dachten," aldus Kempen. "Een goed geoptimaliseerd standaardprogramma blijft noodzakelijk."
Een internationale workshop over blauwe bessen, gepland in april, brengt Zuid-Afrikaanse en internationale spelers uit de sector samen. Irrigatie en nutriëntenmanagement staan daarbij centraal.
Voor meer informatie:
Dr. Estelle Kempen
Horti Demo Centre
[email protected]
https://hortidemocentre.co.za/
