In 2025 zijn vanuit het project 'Gerichte inzet van bankerplanten voor veerkrachtige teeltsystemen' diverse kasproeven uitgevoerd in gerbera, roos en paprika bij WUR Glastuinbouw én in de praktijk bij telers. Vragen uit de praktijk werden vertaald naar onderzoeksvragen en andersom. Oplossingen uit het onderzoek konden zo direct in de praktijk getest worden: telers en onderzoekers leren op die manier snel van elkaar. Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid deelt een update.
Opkweek paprika
In het voorjaar zijn proeven gestart met het gebruik van bankerplanten tijdens de opkweek van paprika, in samenwerking met Vreugdenhil Young Plants. Macrolophus blijkt zich goed te kunnen vestigen in aubergine 'Pick & Joy', maar dat gold niet voor de Orius. Deze compacte aubergine kan een zinvolle aanvulling zijn op de bestaande systemen met sluipwespen in de opkweek.
Voorkomen leeg-eten bankerplanten door Aphidoletes
Bij WUR is ten eerste getest in hoeverre roofmijten (Amblyseius swirskii) de galmug Aphidoletes aphidimyza kunnen weerhouden van het eten van bladluizen op de bankerplanten die gebruikt worden ter ondersteuning van sluipwespen. Vier bankerplant-bladluiscombinaties werden daarvoor getest. De beste resultaten werden behaald met de combinatie sorghum-kleine graanluis: de roofmijten bedwongen met succes de Aphidoletes-populatie op deze bankerplant. Sorghum is daarom een veelbelovende bankerplant voor de vestiging van sluipwespen in kassen.
Ondersteuning verpopping Aphidoletes
Aphidoletes verpopt in de grond/substraat en heeft vochtige omstandigheden nodig. De meeste poppen gaan nu waarschijnlijk nog verloren als ze op de grond vallen. Om hiervoor een oplossing te vinden, is het potentieel van drie substraten (kokos, vermiculiet en filterzand) getest om de verpopping van Aphidoletes aphidimyza onder bankerplanten te ondersteunen. De beste resultaten zijn behaald met het gebruik van kokossubstraat. Er was geen verschil tussen het zand en het vermiculiet. Deze methode zal nu in de praktijk worden getest in roos.
Lieveheersbeestje P14 getest in gerbera en paprika
Voor paprika en gerbera kan het lieveheersbeestje Propylea quatuordecimpunctata (P14) een goede aanvulling zijn voor de bladluisbestrijding. Uit het eerste WUR-onderzoek met P14 bleek dat alternatieve bladluissoorten (erwtenluis, artemisialuis, kleine graanluis en grote graanluis) zorgen voor een succesvolle ontwikkeling en voortplanting van de P14. Ook een artificieel dieet leidde tot een hogere vruchtbaarheid, hoewel de ontwikkeling daardoor trager verliep.
In een vervolgproef werd het effect van tarwe en pijlpuntklaver met grote graanluis en erwtenluis getest op de vestiging van P14 in een gerberakas. Vijf weken na introductie in de kas werden er maar heel weinig P14-individuen aangetroffen in de bankerplanten of in het gewas. De oorzaak van deze slechte vestiging is nog onbekend. Deze proef wordt op dit moment herhaald in een paprikakas, met sorghum in plaats van pijlpuntklaver.
Financiers
Dit project wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research en Glastuinbouw Nederland. Het wordt gefinancierd en gecoördineerd vanuit het innovatieprogramma Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid van Kennis in je Kas (KijK). Mede mogelijk gemaakt door de Gewascoöperaties Roos, Gerbera en Paprika, Plantum, Koppert Biological Systems, STOWA, het Ministerie van LVVN en het Innovatiefonds Hagelunie. De proef wordt begeleid door telers.
Bron: Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid