De tomatenroestmijt (Aculops lycopersici) kan voor grote problemen zorgen in de tomatenteelt. De mijt voedt zich met oppervlaktecellen van de bladeren en stengels van planten. Als er niets wordt gedaan om het onder controle te houden, krijgen de tomatenplant en de vruchten een roestige kleur en worden ze onverkoopbaar. De Business Unit Glastuinbouw en Bloembollen van Wageningen University & Research onderzoekt de effectiviteit van twee biologische bestrijders (Pronematus ubiquitus en Transeius montdorensis) in combinatie met plantenveredeling om deze plaag te bestrijden.

De tomatenroestmijt (Aculops lycopersici ofwel de tomato russet mite) levert in veel landen teeltproblemen op. Er zijn chemische behandelingen tegen deze plaag beschikbaar, maar deze zijn schadelijk voor het milieu en hebben negatieve effecten op natuurlijke vijanden van plagen. Een alternatief voor chemische behandelingen is biologische bestrijding met roofmijten. Een uitdaging voor de biologische bestrijding is echter de aanwezigheid van trichomen op tomatenbladeren en stengels. Deze kleine haartjes produceren plakkerige exudaten waaraan veel insecten en mijten vast komen te zitten en sterven. De roestmijt kan met zijn kleine formaat wél onder de trichomen blijven.

WUR onderzoekt twee mogelijkheden: kleine roofmijten die ook onder de trichomen kunnen blijven, en het veredelen van tomatenrassen met minder plakkerige trichomen. Met deze nieuwe tomatenrassen kunnen ook grotere roofmijten overleven en de roestmijt onder controle krijgen. WUR test daarbij 2 roofmijten van verschillende groottes (Transeius montdorensis en Pronematus ubiquitus) en 2 tomatenrassen: één commercieel ras met plakkerige trichomen en één wildmutant ras met minder plakkerige trichomen. De resultaten zullen in 2024 bekend zijn.

Bron: WUR