Het is niet duidelijk wat de invloed is van de veranderende bevolking in Nederland op de economie. Naarmate er meer inwoners komen, stijgt de vraag naar voedsel, water en grondstoffen. De hoeveelheid land dat nodig is om de Nederlandse burgers en overheid te voeden wordt op dit moment geschat op ruim drie keer het landoppervlak van Nederland. 80% van het benodigde land ligt in het buitenland. Dat blijkt uit het "Rapport van de staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050".

Europees gemiddelde
In 2018 bedroeg het wereldwijd gemiddelde ongeveer 0,65 hectare land per persoon. Het Europees gemiddelde ligt op ongeveer 0,9 hectare land per persoon. Er zijn geen zekere cijfers over de gevolgen van demografische ontwikkeling op de vraag naar voedsel en de productie daarvan. Het huidige Nederlandse beleid en de huidige consumptiepatronen in Nederland zorgen samen met de grotere bevolkingsomvang voor een grotere vraag naar voedsel.


Het aantal hectare landbouw is de laatste decennia ongeveer gelijk gebleven, blijkt uit de grafiek.

Consumptiepatronen
Volgens de Food and Agricultural Organization of the United Nations (FAO) zorgen naast de bevolkingsomvang vooral ook economische welvaart, de verdeling daarvan, handel, beleid, voedselvoorkeuren en klimaatverandering voor voedsel(on)zekerheid. Zo hebben wereldwijd jongeren andere consumptiepatronen dan ouderen. Het is niet duidelijk wat de invloed is van de groeiende bevolking op de teelt van gewassen in het eigen land. In Nederland wordt veel voedsel geteeld op een groot gedeelte van het land. Een groot deel hiervan wordt nu geƫxporteerd naar buurlanden.

Zelfvoorzienend
Volgens de onderzoekers hoeft Nederland niet zelfvoorzienend te zijn dankzij de EU. Volgens de WUR is de overvloed aan voedsel en de (gezondheids)effecten zoals obesitas die daarmee samenhangen eerder het probleem. Daarbij zorgt ook de ecologische houdbaarheid voor een probleem. Nederland zou ook de eigen bevolking kunnen voeden. Dat betekent wel minder luxe, en vooral minder vlees. De productie in de landbouw is afgelopen decennia flink gestegen als gevolg van verkaveling, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.

Besparingen
Sinds het jaar 2000 is de CO2-uitstoot in de landbouw afgenomen door minder gebruik van hout en door een vermeerdering van de opbrengst. De stijgende opbrengsten in deze sector zijn gebruikt om de prijzen laag te houden. Ze zijn niet gebruikt om biologische landbouw te stimuleren. Verdergaande technologische ontwikkelingen, robotisering, meer heterogene teelt en preciesietuinbouw leiden tot meer besparing op het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Ook is landbouw op zandgronden beter mogelijk.

Het blijkt uit rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change dat er een sterke relatie is tussen klimaatverandering, landgebruik en voedselzekerheid. Zo zijn wereldwijde voedselsystemen medeverantwoordelijk voor CO2-uitstoot. Door menselijk toedoen is sinds 1961 de grond wereldwijd 1% droger geworden. Ook voor Nederland geldt dat en dit heeft grote gevolgen voor de landbouw en biodiversiteit.

Bron: Rapport Staatcommissie Demografische Ontwikkelingen 2050