Wanneer moet men een zzp’er in dienst nemen en wanneer juist niet? Het wetsvoorstel verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden geeft hier meer duidelijkheid over volgens Sazas. Ook komt er een nieuw uurtarief.

Houvast voor werkgevers
Het wetsvoorstel gaat erover wanneer iemand als medewerker aan het werk is en wanneer als zelfstandige. De overheid wil zo schijnzelfstandigheid tegengaan. Dit is bijvoorbeeld als de klant een zzp’er inhuurt, terwijl dit werk ook door een eigen medewerker gedaan kan worden.

Er is nu een grijs gebied: Wanneer werkt iemand ‘in dienst van’ en wanneer werkt iemand als zzp’er? De wet moet hiervoor houvast gaan geven. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat de Belastingdienst achteraf belasting en premies gaat innen bij de werkgever, terwijl die dacht een zelfstandige in te huren. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 juli 2025 ingaat. De Eerste en Tweede Kamer moeten het voorstel nog wel goedkeuren.

Het wetsvoorstel is onder andere bedoeld om mensen die moeilijk een vaste baan krijgen, te beschermen. Zij kunnen meestal alleen maar als zzp’er aan het werk. Terwijl een vaste baan bij een werkgever bescherming geeft, bijvoorbeeld als de medewerker ziek is. Werkgevers kunnen daarvoor een verzuimverzekering afsluiten.

Twee belangrijke veranderingen uit het wetsvoorstel:
Rechtsvermoeden en uurtarief
Het voorstel is dat medewerkers die een uurtarief van € 32,24 (exclusief btw/ peildatum 1 juli 2023) of lager verdienen, sowieso een vaste baan krijgen en niet als zzp’er mogen werken. Zo worden mensen met een laag loon beschermd. Omdat ze een arbeidsovereenkomst krijgen, bouwen deze medewerkers pensioen op en hebben ze andere voordelen die horen bij een vaste baan. Een zzp‘er die een lager uurtarief dan € 32,24 heeft, kan beroep doen op het rechtsvermoeden, dat wil zeggen: hij kan eisen dat hij een arbeidsovereenkomst krijgt. Als men dit niet wil, dan moet men bewijzen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie
Het moet duidelijk worden voor werkenden, werkgevers en opdrachtgevers, UWV, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie wanneer er als zelfstandige en wanneer als medewerker wordt gewerkt. Niet de papieren afspraken zijn het belangrijkst, maar hoe het er echt aan toe gaat in de praktijk.

Vragen om te weten of iemand in loondienst werkt of niet zijn onder andere:

  • Geeft men instructies over hoe het werk moet worden gedaan?
  • Stuurt men de medewerker aan?
  • Controleert men of de medewerker zijn werk goed doet?
  • Gaat het om werk dat blijvend werk is?
  • Hoort het werk tot de belangrijkste activiteit van het bedrijf?
  • Doet de zelfstandige hetzelfde werk als de andere medewerkers?
  • Moet de zelfstandige zelf betalen voor eventuele schade en heeft hij bijvoorbeeld een eigen logo?
  • Heeft de zelfstandige zijn eigen gereedschap, software of hulpmiddelen?
  • Hoelang duurt de opdracht?
  • Heeft de zelfstandige meerdere opdrachtgevers per jaar?
  • Heeft de zelfstandige bijzondere kennis of werkervaring die niet binnen het bedrijf te vinden is?
  • Is de zelfstandige ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, is hij of zij btw-ondernemer en heeft hij of zij belastingvoordelen als ondernemer?

De wet voorziet een uitgebreid toetsingskader hiervoor.

Soms is het wel duidelijk dat iets een opdracht is voor een zelfstandige ondernemer. Maar er is ook een grijs gebied. Want men is anders gaan werken, er wordt thuisgewerkt, en er zijn nieuwe banen zoals fietskoeriers en bezorgers van sneldiensten. Medewerkers hebben veel meer vrijheid gekregen hoe zij hun werk doen. Dat roept vragen op. Wat als de medewerker heel zelfstandig zijn werk doet, buiten het zicht van de baas of leidinggevende, en zonder enige vorm van controle? Op dit soort vragen wil de overheid straks duidelijkheid geven.

Het wetsvoorstel werd al eerder aangekondigd op 3 april 2023 toen de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief aan de Tweede Kamer stuurde.

Bron: Sazas