Tholen - Als de tomatenkassen hier ’s winters weer tijdelijk leeg staan, belichte teelten en herfstteelten daargelaten, gaat de blik naar het zuiden. In Spanje komt de productie in november vaak pas echt op gang. Dit jaar in veel gevallen iets later dan normaal, door teeltkeuzes in reactie op virus- en klimaatperikelen. Er zijn echter ook Spaanse telers die jaarrond telen.

Looije Águilas is zo’n teler. Het bedrijf bestaat in 2023 25 jaar. In 1998 gingen Jos en Vincent Looije vanuit Nederland naar Spanje om er een winterteelt onder de Spaanse zon op te zetten. Dat deden de tomatentelers naast hun reguliere Nederlandse onbelichte teelt. Het was een stap naar een jaarronde teelt.

Tegenwoordig staat Jacqueline Looije aan het roer. Zij is algemeen directeur van het teeltbedrijf Looije Águilas én van de telerscoöperatie O.P. Looije, die in 2010 is opgericht. De coöperatie telt inmiddels 15 telers, waarvan Looije Águilas er één is. Looije Águilas en O.P. Looije opereren zelfstandig van het bedrijf Looye Kwekers en hebben hun eigen afzet.

Wel blijft er via de familiebanden altijd contact met Nederland, zo gaf zus Annelies vorig jaar in vakblad Primeur nog aan. “Omdat onze zus Jacqueline directeur is van het Spaanse bedrijf, zie je nu dat we wel wat dichter naar elkaar toe kruipen. Ik bel regelmatig met Jacq over teeltzaken, Margriet [de andere zus, red.] doet dat weer met de commercieel verantwoordelijke in Spanje.”

Eind oktober is het 25-jarig jubileum van Looije Águilas gevierd. “Wij hebben er met telers, klanten, medewerkers, leveranciers, gemeente Águilas, autonome regio Murcia, relaties en familie echt goed bij stilgestaan. Goede banden met al deze partijen zijn de sleutel tot het succes van de afgelopen 25 jaar geweest,” zegt Jacqueline. “Bij de stap naar Spanje hebben wij ons aangepast aan de Spaanse omstandigheden, terwijl we Nederlandse teelttechnieken hebben toegepast.”

Tegenwoordig teelt Looije Águilas op twee locaties. De afgelopen jaren kwam er een nieuwe locatie in Águilas bij. Op het perceel zijn nieuwere, hogere kassen gebouwd. “De locaties liggen niet zo gek ver van elkaar vandaan, maar toch is het klimaat er al anders,” zegt Jacqueline gevraagd naar wat haar verbaasde toen ze vier jaar terug naar Spanje kwam. “In Nederland is het besef er vaak niet hoe groot de verschillen in microklimaat tussen Spaanse regio’s kunnen zijn.”


Met de nieuwste kassen wist Looije Águilas al producties in cherrytomaat tot wel 29 kilogram per vierkante meter te realiseren

Warmer najaar
Op dat klimaat dat sterk kan verschillen, wijst ook Jan van der Blom medio oktober. Hij is als Nederlander dit jaar dertig jaar in Spanje actief als entomoloog, de laatste twintig jaar bij de Spaanse producentenorganisatie Coexphal. “Het is weer een apart najaar. We zijn er inmiddels een beetje aan gewend geraakt. Augustus, september en oktober waren behoorlijk warm. Het maakte dat vroege teelten hard gingen.”

Technisch hebben telers weinig mogelijkheden daar iets aan de doen. “Koeling is er niet echt. Krijten kan wel, net als de ramen openzetten. Als het echter heel warm is, kunnen telers betrekkelijk weinig doen. Bovendien is er dan in kassen met krijt weinig licht.” De afgelopen jaren was het in het najaar ook vaak warm. Toen ging het ook hard met vroege teelten. “De planten waren al uitgeblust tegen de tijd dat de prijzen in januari echt goed waren. Daarom zijn dit jaar paprika- en tomatenteelten wat later aangeplant.”

In tomaat komt daarbij ook het Tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV) om de hoek kijken. Niemand praat er graag over, maar uit het veld hoor je wel dat tomatentelers ook vanwege het virus later met hun teelt zijn gestart. Daarmee hopen ze de warme periodes te vermijden en is het idee dat gewassen minder vatbaar zijn. Het resultaat is dat medio oktober het grootste deel van de producties in paprika en tomaat nog los moet komen.

Daar waar al wel volop paprikaproductie is, gaat het om teelten in iets hoger gelegen gebieden, weg van de kust. “Daar zijn de nachttemperaturen lager. Het microklimaat is er anders. Je ziet er veel paprika,” weet Jan. Hij schat dat er zo’n 1.500 hectare iets verder uit de kust in productie is. Met meer teelten verder weg van de kust gaan telen, ziet hij niet gebeuren. “Het moet voor de afzet toch vooral in de periode december-april gebeuren. Als je meer naar hoogte gaat, dan is het daar toch te koud voor goede producties. Het betekent dat telers op zeeniveau maatregelen zullen moeten nemen.”

Komkommer, courgette en aubergine hadden vroeg in het najaar last van de warmte. Veel oogsten kwamen toch weer tegelijk op de markt. Tijdelijk zijn ook noodmaatregelen in Spanje afgekondigd. Klasse II courgettes mochten tijdelijk niet verkocht worden. Ook andere jaren gebeurde dat. “Ook voor aubergine is het dit seizoen even overwogen,” weet Jan.

Het blijft een pijnpunt op de Spaanse markt. Telers in lowtech kassen zijn er vaak flexibel en hebben dus de mogelijkheid om na een goed jaar het jaar erop ook in te stappen in wat toen een succesvolle teelt was. “Er wordt vaak gekeken naar de succesnummers van het afgelopen seizoen. Het resultaat is dat te veel telers op dezelfde momenten inzetten,” merkt Jan. Zijn werkgever, Coexphal, waarschuwde in de tomatenteelt om die reden telers in de aanloop naar dit winterseizoen voor de terugkeer van de belichte tomatenteelt in Noordwest-Europa. Ongeveer de helft van de belichte teelt is weer terug in de Benelux. “In januari was er tussen januari en maart heel weinig tomaat op de markt. Garanties voor die maanden begin 2024 geeft dat echter niet.”


Jan van der Blom ziet positieve ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit tussen de Spaanse kassen

Jaarronde teelt
Waar in Nederland doorgaans bij de échte omschakeling naar import in november de blik naar Spanje gaat, is dat logischerwijs voor Jacqueline Looije niet zo. Als algemeen directeur van teeltbedrijf Looije Águilas en telerscoöperatie O.P. Looije zet ze met haar collega’s in op jaarrond teelt. Met een mix van telers met langere en kortere teelten in verschillende soorten kassen slaagt de coöperatie erin jaarrond tomaten op de markt te brengen, in Spanje en daarbuiten. De focus ligt op cherrytomaten, cherry pruimtomaten en mini-kumato tomaten. Die laatste soort wordt vooral op de Spaanse markt afgezet. “Voor mij is er niet echt sprake van een start van het Spaanse seizoen zoals in Nederland. Wel zie je dat de volumes voor bepaalde klanten in november omhooggaan.”

Afgelopen winterseizoen lag de belichte tomatenteelt in Noordwest-Europa grotendeels op zijn gat. Dat hebben Spaanse telers gemerkt. Er werd hard aan hun product getrokken. De verschuivingen op de Noordwest-Europese markt zijn ook Jacqueline niet ontgaan. “In sommige landen ligt er inmiddels ook in de zomer Spaans product. In Nederland heb ik het nog niet gezien.”

Als reden wijst ze, naast de energiecrisis, op productbeschikbaarheid. “Wij proberen jaarrond een constante kwaliteit te leveren. Dat kan ook vanuit Spanje.” Telerscoöperatie O.P. Looije zag zelf de laatste tijd ook groei op de Spaanse markt. “We zijn meer Spaanse supermarkten gaan beleveren.” Dat doet Looije Águilas met reguliere rassen. “We onderzoeken ToBRFV-resistente rassen.” Binnen coöperatie O.P. Looije hebben telers de stap naar resistente rassen al wel gezet.


Jacqueline, Jos, An en Vincent Looije met naast Vincent zijn vrouw Marie Isabel

Uitdagingen
Virus is een uitdaging, maar hoge arbeidskosten en water zijn dat ook. Al geruime tijd wordt er vanuit het veld in Spanje gewag gemaakt van tomatentelers die weglopen van de teelt van cherrytomaten vanwege hoge arbeidskosten. Jacqueline ziet ook dat de kosten stijgen. “Het is bovendien steeds moeilijker om de juiste mensen te vinden.”

De fijnere tomatensoorten hebben volgens Jan het meeste last gehad van de opgelopen arbeidskosten. “Arbeid is hier goed voor meer dan de helft van de productiekosten. Na 2018 gingen de minimumlonen in twee jaar tijd met 25% omhoog, met als gevolg dat het areaal tomaat is geslonken van 11.000 hectare in 2018 naar zo’n 8.000 hectare in 2022. Ik zie wel enig herstel in tomaat dit jaar, waarschijnlijk doordat het aanbod in Noordwest-Europa in de winter in de laatste twee jaar is achtergebleven.”

Ook de veranderende klimaatomstandigheden nopen tot aanpassingen. Technisch kunnen veel Spaanse telers weinig doen in de gangbare plastic kassen. Water is er genoeg, benadrukt Jan. De situatie in Almería is anders dan in Huelva, waar de overheid de duimschroeven flink heeft aangedraaid nadat belangrijke natuurgebieden waren uitgedroogd. Het water in Almería komt uit andere bronnen. “In Huelva komt het water uit rivieren en stuwmeren. In Almeriá komt het water ondergronds uit de bergen, uit de Sierra Nevada, waar weinig landbouw zit en ook weinig mensen wonen. Dat water komt onze kant op gestroomd. Het gaat langzaam, maar is zeer constant.”

Een uitdaging is verzilting. “Ten oosten van Almería raakte het water al jaren geleden te zout, waardoor er alleen nog tomaat geteeld kon worden. Met een installatie die zoet water uit zeewater maakt is daar nu verbetering in gebracht en kunnen ook daar alle gewassen worden geteeld.”

Ook sommige bronnen aan de andere kant van Almería, rond El Ejido, beginnen langzaam aan te verzilten, maar dit is volgens Jan wel op te lossen. Ook hier wordt al een klein deel van het water geleverd door ontziltingsinstallaties. “Bovendien zijn we hard bezig om het watergebruik te optimaliseren. Belangrijk hierbij is om goed te meten en vooral niet te veel water te geven. Daarmee kan schat ik nog wel een kwart bespaard worden.”

Als productenorganisatie wijst Coexphal telers hierop, net als dat men blijft hameren op bevochtiging in kassen in de warme perioden. “Dat advies geven wij al een hele tijd, maar toch wordt het nog maar in de helft van de kassen gedaan. Het kan met een foggingsysteem, dat heeft onze voorkeur, maar het kan ook simpeler door de paden nat te maken.”

Bevochtiging helpt ook de biologische bestrijding in de kas aan de gang te krijgen, weet Jan vanuit zijn achtergrond als entomoloog. Hij ziet in die biologische bestrijding veel positieve ontwikkelingen. “Als het gaat om duurzaamheid, dan zie ik dat er flinke stappen zijn gemaakt. Vroeger was het een kwestie van beestjes uitzetten en dan de boel de boel laten. Nu wordt veel meer gekeken naar het geheel. Telers zetten in op bankerplanten en investeren ook in groenstroken tussen de kassen. Dat is begonnen bij telers met een biologische of biodynamische certificering, maar nu zie je ook dat conventionele telers het doen. Ondanks dat het een grote plastic zee blijft, zie je dat dankzij groenstroken de plaagdruk lager blijft.”


Spaanse telers zijn met bankerplanten gaan werken

Gevoelige kwestie
Looije Águilas was 25 jaar geleden al vroeg met de introductie van Nederlandse teelttechnieken. Op de nieuwste locatie heeft Looije Águilas nog één perceel vrij om een kas op te bouwen. “We zijn bezig met plannen om verder uit te breiden. Hiervoor kijken we goed naar afzet en naar het inrichten van de organisatie.”

De stap naar een nieuwe Spaanse locatie werd door Looije Águilas gezet toen de eerste locatie vol was. Zou Marokko op termijn niet ook een optie zijn? “Nee, niet direct, maar zeg nooit ‘nooit’.” In Marokko telen ze nog niet jaarrond, maar telers komen er wel steeds meer in de buurt. “We zijn blij met 25 jaar telen in Spanje,” benadrukt Jacqueline, “en hebben onze focus op nog eens 25 succesvolle jaren in Spanje.”

Voor Spanje in zijn algemeenheid geldt dat de focus zeker ook op Marokko ligt, getuige terugkerende protesten over oneerlijke concurrentie bijvoorbeeld. Jan noemt het een ‘gevoelige kwestie’. “Ze hebben er vrijwel dezelfde teeltkalender, maar véél lagere arbeidslonen. Vorig jaar was Marokko in Europa qua afzet van tomaat al meer aanwezig dan Almería. Ik verwacht dat Marokko nog stappen gaat maken, ook in andere teelten zoals paprika.”

Het beste wat de Spaanse sector kan doen is, volgens de Nederlander in Spanje, zorgen dat Almería zelf steeds efficiënter gaat telen en zich concentreert op zijn sterke punten. “Dan vinden ze hier hun weg wel, net als Nederland dat deed toen Spanje bij de Europese Gemeenschap aansloot. Toen dachten veel mensen in Nederland ook dat ze wel op konden doeken met de tuinbouw. Je moet doorgaan met daar waar vraag naar is, accepteren dat andere landen sommige dingen efficiënter of goedkoper kunnen en doen waar je goed in bent.” Precies dat laatste, doen waar je goed in bent, is wat Jacqueline met Looije Águilas en O.P. Looije ook van plan is. “Twaalf maanden per jaar de lekkerste cherrytomaten telen.”


Blik in de kas bij Looije

Voor meer informatie:
Jan van der Blom
Coexphal
jvdblom@coexphal.es
www.coexphal.es


Looije Águilas
www.looije.es