De tuinbouwsector in Ghana en Ivoorkust professionaliseren om de kwaliteit en veiligheid van groenten en fruit te verbeteren. Dat was het doel van Hortifresh West-Africa, een programma van de Nederlandse overheid onder regie van het Wageningen Centre for Development Innovation (WCDI) van Wageningen University & Research. Conclusie: waar de sector in Ghana duidelijk een transformatie doormaakt, is de ontwikkeling in Ivoorkust meer een kwestie van de lange adem.

De Nederlandse overheid ondersteunt al sinds 2012 de tuinbouwsector in Ghana. In 2013 startte het GhanaVeg-programma, gericht op de ontwikkeling van nieuwe manieren van zakendoen, met de focus op de high-end lokale markt en de export. Zo’n dertig sectorprojecten werden ondersteund, met behoorlijk veel succes. Tegelijkertijd kwamen issues aan het licht die verdere ontwikkeling van de sector in de weg staan. Die variëren van problemen rond voedselveiligheid tot beperkte mogelijkheden om financiering aan te trekken. Doel van het programma HortiFresh West-Africa, een vervolg op GhanaVeg, was om met deze issues aan de slag te gaan. De blik verbreedde zich van alleen groente naar groente en fruit. Behalve op Ghana richtte het project zich daarnaast op de fruitsector in Ivoorkust, in het bijzonder de mangoteelt.

Regionale clusters
Sheila Assibey-Yeboah was in Ghana verantwoordelijk voor de dagelijkse projectleiding. Volgens haar is veel energie gestoken in sector transformatie: “De tuinbouwsector is altijd erg gefragmenteerd geweest, wat een rem heeft gezet op professionalisering en commercialisering. Daarbij komt dat er minimale ondersteuning vanuit de overheid is geweest. Om de samenhang, inclusie en zichtbaarheid van de sector te vergroten, zijn we met regionale clusters van partijen in de waardeketen van specifieke gewassen om de tafel gaan zitten. Samen hebben we in kaart gebracht met welke issues zij worstelden. We hebben bewust gekozen voor een bottom-up aanpak om de groepen zelf de regie in handen te geven. En ze zijn echt goed op weg: er is veel betrokkenheid, dankzij toevoeging van de Village Savings and Loan Association aan de keten hebben boeren en andere ketenpartijen betere toegang tot financiering. Er zijn nu ook verschillende demonstratielocaties waar boeren elkaar nieuwe teelttechnieken leren om de kwaliteit en veiligheid van hun producten te verbeteren. En de boeren en andere lokale partijen hebben zelf groente- en fruitbeurzen georganiseerd om de opgebouwde banden met inputleveranciers in stand te houden.”

Publiek en privaat nader tot elkaar
Ook op het gebied van beleid is er voortgang geboekt. Zo hebben diverse rondetafelgesprekken ertoe geleid dat stakeholders zelf een taskforce voor Food Safety hebben opgericht. Een ander voorbeeld is de oprichting van de Horticultural Development Authority (HDA), een publiek-private samenwerking die op het punt staat van start te gaan. “Daarmee krijgt de tuinbouwsector in Ghana een stem in allerlei beleidsissues die van invloed zijn op de ontwikkeling van de sector”, aldus Assibey-Yeboah. De dialoog met stakeholders is volgens haar enorm belangrijk geweest om de publieke en private sector nader tot elkaar te brengen.

De lokale markt is belangrijker geworden
Ze stelt met genoegen vast dat de lokale markt steeds belangrijker wordt voor de Ghanese tuinbouw: “Mede door COVID-19 hebben consumenten in Ghana meer aandacht gekregen voor het belang van gezond eten. Dat heeft de tuinbouwsector goed gedaan. Wat ook goed is geweest, is dat we vanuit HortiFresh zijn gaan samenwerken met high-end supermarkten zoals Shoprite, een Zuid-Afrikaanse supermarktketen met vestigingen in Ghana. Dit heeft ertoe geleid dat er tegenwoordig volop Ghanese groenten in hun schappen liggen, waar die vroeger allemaal werden geïmporteerd. Dit heeft ook andere supermarktketens getriggerd om hetzelfde te doen: ook in vestigingen van Melcom, Koala en Max Markt kun je nu Ghanese groenten kopen.”

Ivoorkust: zaadje geplant
Ook Irene Koomen, projectleider vanuit Wageningen Centre for Development Innovation, constateert dat de Ghanese tuinbouw veel zichtbaarder is geworden. “Mijn ervaring is dat een kortlopend project vaak niet voldoende is om blijvende verandering teweeg te brengen. In Ghana hebben we het geluk dat we daar al sinds 2012 werken. In Ivoorkust hebben we zeker een zaadje geplant, vooral om de kleinere mangotelers te stimuleren tot innovatie, maar het zal meer tijd vergen voordat we daar de vruchten van kunnen plukken.”

Aid to trade: meer begrip, nog geen deals
Koomen ziet graag dat Ghanese groente- en fruittelers beter hun weg vinden naar de Europese markt. “In dit project hebben we nadrukkelijk ook de aid to trade-agenda van de Nederlandse overheid betrokken. Het punt is dat Europese importeurs een continue stroom aan producten met een stabiele kwaliteit verwachten. Om die gewenste kwantiteit, kwaliteit en tijdigheid te kunnen bieden, zijn investeringen in de Ghanese tuinbouw nodig. Vier handelsmissies van de Netherlands Africa Business Council resulteerden weliswaar in meer onderling begrip, maar nog niet in zakelijke deals.”

Competitiever geworden
Toch is Assibey-Yeboah optimistisch: “De tuinbouwsector in Ghana is veel competitiever geworden en bovendien veel beter georganiseerd. De HDA als schakel tussen overheid en bedrijfsleven staat echt voor de sector. Kijk je naar het high-end aanbod, dan is de kwaliteit ervan al enorm verbeterd. Er wordt volop geïnvesteerd in capaciteitsontwikkeling om de sector verder te professionaliseren. Ik heb goede hoop dat een volgende handelsmissie wel tot concrete deals gaat leiden. Tegelijkertijd zijn er veel zorgen over de omstandigheden die dit mogelijk moeten maken. De nasleep van COVID-19 en wereldwijde economische uitdagingen als de oorlog in Oekraïne, de alsmaar stijgende wisselkoersen en hoge energiekosten beïnvloeden de tuinbouwsector negatief. Daardoor zijn het zware tijden voor partijen in de keten.”

Gebrek aan data
Ze ziet ook nog belangrijke uitdagingen voor de sector in haar land. Zo is het moeilijk om betrouwbare en consistente data te vinden: “Gegevens over hoe groot het areaal voor mango’s of tomaten in Ghana is, zijn nauwelijks beschikbaar. We weten ook niet hoeveel geïmporteerde producten hun weg vinden naar de informele markt. Het gebrek aan data zit verdere professionalisering in de weg. Ik zie geleidelijke verbetering, maar het gaat langzaam.”

Toch overheerst de trots: “De tuinbouw in mijn land is tegenwoordig zichtbaar en heeft een stem aan de beleidstafel. We zien veel innovatie bij opkomende bedrijven van jonge professionals. En bedrijven zien ook het maatschappelijke belang in om meer jonge vrouwen aan zich te verbinden. Door dit soort ontwikkelingen ben ik positief gestemd over de toekomst van de tuinbouw in Ghana.”

Bron: WUR