Spanje is een van de grootste producenten van sla in Europa. Door gunstige klimaatomstandigheden is de teelt in de vollegrond er vrijwel jaarrond mogelijk. Bodemdegradatie en problemen met de waterkwaliteit kunnen echter druk uitoefenen op slatelers.

Telers in Noord-Amerika, vooral in Californië, zijn zich daar zeer bewust van, met alle problemen die de Salinas Valley, het centrum van de slateeelt in de VS, teisteren. Om hetzelfde oogstniveau te behouden, brachten velen de teelt in een kas en namen ze de toevlucht tot hydrocultuur. Dat is niet alleen gunstig gebleken vanuit teeltoogpunt, maar ook vanuit marktoogpunt. Hydrocultuur is niet alleen kostenefficiënter, met het toegenomen bewustzijn van de consument over de oorsprong van groenten en fruit zouden de milieuvoordelen van hydrocultuur ook op de markt voor meer geld in het laatje kunnen zorgen.

Hetzelfde argument kan echter niet worden aangevoerd voor Spanje. Toch is ook daar hydrocultuur voor slateelt aanwezig. Wat is er dan aan de hand?

Spanje is sterk afhankelijk van kassen en hydrocultuur, maar sla lijkt niet het belangrijkste gewas te zijn. "Wel weten we dat Spanje een kasareaal heeft van zo'n 75.000 hectare en dat het percentage groentegewassen erg hoog is. De topproducten zijn tomaten, paprika's en komkommers. Sla daarentegen kan prima in de open lucht worden geteeld. Daarom kiezen veel telers ervoor om de initiële investering in een kas te vermijden, ook al kost het hen uiteindelijk meer aan irrigatiewater en weersproblemen", zegt Javier Huete Lázaro, Business Development bij J. Huete Greenhouses.

"Telers behalen nog steeds belangrijke opbrengsten door sla in de vollegrond te telen, dus velen van hen denken dat hydrocultuur en een kas of tunnel niet nodig zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat hydrocultuur en kassen kunnen helpen de klimaatverandering en bodemdegradatie het hoofd te bieden. Ten eerste omdat kassen in de buurt van steden een kleinere ecologische voetafdruk hebben. Ten tweede is er minder irrigatie nodig omdat hydrocultuur geen grond gebruikt. Dit alles doet ons denken dat in de toekomst kassen en hydroponics (voor de teelt van sla, tomaten of fruit, enzovoort) kan worden verhoogd in Spanje en andere delen van de wereld waar zich hoge temperaturen, droogte en klimaatproblemen voordoen. Toch hebben we natuurlijk geen glazen bol! Het is dus heel moeilijk om dat te zeggen."

Hydrocultuur niet als meerwaarde gezien
"Ik denk dat het een kwestie is van consumentenbewustzijn", zegt Donald Gartland van NGS, een bedrijf gespecialiseerd in hydrocultuursystemen in Spanje. "Consumenten in Noord-Europa zijn zich steeds meer bewust van de seizoensgebondenheid van producten en de manier waarop deze worden geteeld. Iedereen wil horen dat de groente die ze consumeren een zeer lage CO2-voetafdruk heeft en lokaal wordt geteeld met eerlijke arbeidspraktijken. Maar dat is niet altijd het geval voor de Spaanse consument."

Spaanse consumenten zijn zich niet zo bewust van het verhaal achter een product als hun Noord-Europese tegenhangers. "In tegenstelling tot bijvoorbeeld Californië zie je in Spanje geen 'hydrocultuur' op het traceerbaarheidslabel van een product staan. Dat komt omdat het op dit moment niet echt als een toegevoegde waarde wordt beschouwd", legt Donald uit.

Maar zelfs als er maar heel weinig sla het hydrocultuurlabel heeft, betekent dit dan dat er in Spanje helemaal geen slateelt op hydrocultuur plaatsvindt? "Dat is niet waar", merkt Donald op. NGS heeft inderdaad aan een aantal hydrocultuurprojecten voor sla gewerkt, waarvan de meest opvallende de teelt van ijsbergsla. "Dit systeem is zelfs in de open lucht geïnstalleerd, dus het is niet het gebruikelijke hydrocultuurproject in een kas."

De klimaatomstandigheden in Spanje zijn inderdaad behoorlijk gunstig voor het telen van sla in de open lucht, dus een kasstructuur zou niet veel zin hebben. Desondanks kwalificeren zelfs deze telers hun sla niet als hydrocultuurproduct in het schap. "Nogmaals, het is een kwestie van consumentenbewustzijn. Zolang er geen druk is, bijvoorbeeld van overheidsniveau, die de milieuvoordelen van hydrocultuur benadrukt, zullen consumenten nauwelijks het belang van een dergelijke teeltmethode beseffen."

Met andere woorden: in Spanje is er geen onderscheid tussen een markt voor sla uit de vollegrond en sla op hydrocultuur.

Vertical farms
En dan zijn er nog de vertical farms. Veel van deze farms zijn over de hele wereld ontstaan, en Spanje is daar uiteraard geen uitzondering op. Kunnen vertical farms, gezien het gebrek aan consumentenbewustzijn en de prevalentie van teelt in de vollegrond, een belangrijke rol spelen in de markt van de toekomst? De mensen van IsiFarmer, een platform dat vertical farmers met consumenten verbindt, zijn van mening dat de vertical farmsector zich in Spanje nog in de kinderschoenen bevindt.

"Het is een fase waarin veel telers het grote voordeel van deze operaties nog steeds niet inzien. Hun redenering is op dit moment gebaseerd op kosten- en winstgevendheidsperspectieven. In Spanje is er nog steeds veel land, en al is er steeds minder water, er is nog genoeg om het te redden. Tot de volgende grote watertekortcrisis komt natuurlijk… En die komt er ongetwijfeld aan. In die zin voelen veel consumenten niet direct de behoefte aan vertical farming. De markt is nog niet volwassen. Telers die in Spanje op grote schaal produceren, omarmen dit concept niet helemaal. Er zijn slechts enkele kleine voorbeelden, kleine R&D-projecten", zegt Marcos Enriques, oprichter van Isifarmer.

Outside the box denken met zachtfruit
Daarom heeft de vertical farm AloAlto besloten niet te concurreren met de vollegrondsslatelers, maar zich juist op een heel ander marktsegment te richten: aardbei. "Het is moeilijk voor bladgroenten. Je concurreert met de buitenteelt waar de productie tegen een fractie van de kosten van een vertical farm kan. En je brengt jezelf in een lastige positie als je geen product levert dat heel anders of ronduit onbekend is. Daarom telen we een uniek Japans aardbeienras dat nog nooit eerder in Europa is geteeld", zegt Alejandro Casacuberta, medeoprichter van AloAlto. "Uiteindelijk waardeert de klant prijs en kwaliteit. Tenzij een product veel beter is dan al de andere, zullen ze er niet voor gaan."

Sinds de coronapandemie zijn de prijzen inderdaad gestegen, vooral voor sla, zegt Donald van NGS. "Ook telers hebben de toename van de bedrijfskosten gevoeld. Slatelers bezitten meestal enorme percelen, en als ze problemen hebben op teeltgebied, laten ze het desbetreffende perceel gewoon links liggen. Op dit moment heeft de regionale overheid van Murcia de teelt van sla rond Mar Menor, een kleine lagune in het zuidoosten van Spanje, beperkt. Er kwamen te veel nitraten in het water en vervuilden het. Ze bieden nu subsidies aan elke teler die op hydrocultuur in open lucht wil telen."

Dat zou sommige telers er zeker toe kunnen aanzetten om voor hydrocultuur te kiezen. Antonio García, exportmanager van Hydroponic Systems, gelooft inderdaad dat veel telers vroeg of laat zullen overstappen op hydrocultuur. "Er zijn nog steeds veel telers die op traditionele wijze sla in vollegrond telen en die in de toekomst zullen overstappen op hydrocultuur."

Dit artikel verscheen afgelopen jaar in de internationale editie van Primeur voor Fruit Attraction.