Tholen - Bij Koppert Cress zitten ze nooit stil. Rob Baan broedt altijd op iets nieuws. “Ik moet reuring in de tent hebben,” zegt de CEO. En zelfs in coronatijd, toen de horeca – dé klant bij uitstek van deze leverancier van smaken en geuren – op apegapen lag, werden methodes gevonden om actief te blijven én te innoveren. Over die krachttoer gaat dit artikel, dat verder geparfumeerd wordt met een verhaal over vanille-experimenten in de steeds duurzamer klimaatgestuurde kassen van de cressenteler.
"Herrie gemaakt richting chefs"
“Ondertussen gaat het weer als een jekko, maar ook tijdens de lockdowns, toen onze hele afzetmarkt haar deuren noodgedwongen moest sluiten, hebben we veel herrie gemaakt richting de chefs,” vertelt de manager van dit bedrijf dat zich toelegt op de teelt van vers gekiemde plantjes van 100% natuurlijke, aromatische planten en specialties zoals eetbare bloemen en bladeren en andere verrassende producten, waaronder Moai Caviar (zeedruif), Algae Powder en Nederlandse vanille.

Chefs kregen, toen ze werkeloos waren en tijd zat hadden, de Cressperience box toegestuurd. In digitale live-sessies toonden de culinaire adviseurs van Koppert Cress het palet aan gastronomische mogelijkheden van de 40 op smaakgebied unieke producten die de doos rijk was. “Zo samen op afstand koken zorgde best wel voor leuke momenten. Zie het als een soort smaak-tv: je ziet wat er op beeld gebeurt en ondertussen proef je het ook zelf.”
Toch kon het bedrijf op beperkte schaal ook in de kassen cressen en specialties blijven door produceren voor export naar luxe markten in het Midden-Oosten, waar de restaurants wél vol zaten. “In tegenstelling tot mezelf, die niet meer de wereld kon rondreizen op zoek naar nieuwe producten, stond de business alvast niet helemaal stil.”

Koppert Cress is altijd op zoek naar noviteiten, waarvan er gemiddeld 5 à 6 per jaar gelanceerd worden. “Omdat ik er nog een 100-tal in mijn laatje had liggen, konden we in coronatijd volop aandacht schenken aan het ontwikkelen van enkele daarvan, zoals bijvoorbeeld de teelt van vanillepeulen.”
Goede vanille
Ondertussen is bevestigd dat in Nederland goede vanille gemaakt kan worden, en volgens Rob zelfs betere dan in Madagaskar, waar bijna 70% van de natuurlijke vanilleproductie plaatsvindt. Die is overigens maar goed voor 5% van het vanille-aanbod wereldwijd, want 80% is van synthetische oorsprong en de overige 15% is afkomstig van de creatie van natuurlijke vanilline-moleculen in bioreactoren. “Het vanilline-gehalte van ons product is anderhalve keer hoger dan dat van de vanille uit Madagaskar,” stelt Rob trots, die altijd graag met storytelling de marketing rond een nieuw product verzorgt.
“Zie hier in een notendop het verhaal van vanille. Het werd ontdekt door de Azteken en de Maya’s in Mexico, die er met cacao een godendrank van maakten. De Spaanse overheersers vonden het lekker en wilden het ook, maar na een lange tocht over zee kwamen de peulen rot aan op bestemming. Groen plukken, zoals de bananen, werd de oplossing. Ondertussen werd ook gepoogd het op andere plaatsen te telen, maar de vanillebij komt enkel voor in Mexico en geen enkel ander insect is in de vanille-orchidee geïnteresseerd. In de 19de eeuw ontdekte Edmond Albius, een slaaf op Réunion, op twaalfjarige leeftijd een praktisch procedé om de bloem te bestuiven. Madagaskar bleek de plek op aarde te zijn waar die orchidee het best gedijt en de peulen worden er nog altijd groen geplukt, waarna ze een droogproces ondergaan om rotting te voorkomen,” vertelt Rob.
Meer dan 22 smaken
“Maar toen dacht ik: zit een vanillepeul in de natuur echt te wachten tot iemand die groen plukt? Nee toch! Die peul verspreidt namelijk als ze rijp is zo’n intense geur dat ze heel aantrekkelijk wordt om opgegeten te worden door meerdere diersoorten, die vervolgens de zaadjes weer uitscheiden bij de ontlasting. En zo is de voortplanting van de plant verzekerd. Bij een rijpe peul komen immers 22 meer smaken vrij, onder meer een volle umamismaak. Leuk om weten is ook dat het rijpe product bij toevoeging aan melk de drank niet geel, maar roze kleurt. Echte vanillevla is dus niet geel, maar roze! Voor topchefs is dit een geweldige truc om veel meer smaak aan een gerecht te geven.”

En toch brengt Koppert Cress ook Planifolia Green Vanilla op de markt om professionals zelf te laten experimenteren met ‘curen’ (drogen en behandelen). “Maar ook omdat je er ijs van kan maken,” lacht Rob. “Een bekende chef-kok uit Amsterdam stak op een bepaald moment een van die groene peulen die ik hem gaf gewoon in zijn mond en er bleken smaaktoetsen vrij te komen die best bruikbaar waren. Hij maakte er ijs van en zo zijn we dus bezig met het creëren van een markt die helemaal anders is dan de vanillemarkt van Madagaskar. Dat is zo leuk aan ons beroep.”
Storytelling
Ondanks het feit dat dergelijke projecten een nieuwe schwung geven aan de sector en voor mooie verhalen zorgen – wie even een kijkje neemt op de website van Koppert Cress zal er aan de hand van de ruim 60 verhalen over producten en toepassingen, maar ook over teeltmethoden en duurzaamheidsinitiatieven gauw zien dat storytelling het stokpaardje is van Rob –, is de vanilleteelt toch maar goed voor een miniem deel van de omzet van de cressenteler. “En dat zal ook zo blijven,” zegt de CEO, “maar het is ongelooflijk leuk en uiteindelijk draait het ook goed.”
Ook de andere activiteiten van het bedrijf draaien na de coronatijd weer op volle toeren. “Italië, dat als eerste land dichtging, was tevens het eerste dat na de lockdowns de draad terug opnam. En voor ons ging het ineens heel hard. Met onze cressen hebben we gelukkig een geweldig product, want we kunnen in twee weken in productie zijn. En vanaf maart 2021 kwam er zelfs een tsunami op ons af. Vorige zomer moesten we werken met wachtlijsten voor de restaurants, zo groot was de vraag. Nu is die wat genormaliseerd, maar we zitten nog steeds op 40% meer productie ten opzichte van 2019. Er is dus groei gerealiseerd.”
15 miljoen geïnvesteerd
En groei betekent dat de klimaatsturing in de kassen hard moet werken, wat veel energie zou vreten en kostelijk zou zijn, mocht het bedrijf vanaf 2008 niet zwaar hebben ingezet op duurzaamheid. “Ondertussen hebben we wel zo’n € 15 miljoen geïnvesteerd in duurzame belichting en warmte- en kouderegeling van de kassen. Ook al is ons areaal in de loop der jaren verviervoudigd, het gasverbruik is met bijna 70% per m2 verminderd,” zegt Rob. “We hebben dan ook nul last gehad van de energiecrisis en het kan nog beter, want door de trage regelgeving van de overheid hebben we de kassen nog steeds niet kunnen aansluiten op aardwarmte.”
Net zoals Koppert Cress voor de zaadproductie Sango Seeds heeft opgericht als dochterbedrijf, heeft het voor onderzoek en ontwikkeling van duurzaamheidstoepassingen Division Q in het leven geroepen. Voor de warmte- en kouderegeling in de kassen focust deze afdeling zich op meerdere methodes. “We halen warmte uit de sloot die hier naast ons bedrijf ligt en die slaan we op onder de grond, dat is sowieso gemakkelijk. In de winter doen we net het omgekeerde: we slaan de koude op om het in de zomer dan te gebruiken om de kassen af te koelen.”
WKO
In de warmte-koudeopslag (WKO) op 170 meter onder de grond was er voorheen een wettelijke regel die warmteopslag tot maximaal 25°C toestond. Aangezien het argument van de overheid van mogelijke vervuiling van het oppervlaktewater niet erg overtuigend klonk, kon Rob een tiental jaar geleden verkrijgen dat water met een temperatuur tot 40°C de grond in mocht. “Dat was een enorme overwinning voor ons, want 25°C is laagwaardige warmte die je nog met een warmtepomp moet opwerken, maar met 40°C kan ik mijn kas direct op temperatuur brengen in de winter via de vloerverwarming. Laten we nu kijken of we die limiet nog kunnen optillen tot 60°C of 80°C.”
Om op duurzame wijze meer warmte in de bronnen op te slaan, wordt ook restwarmte uit de koelcellen aan de installatie toegevoegd. En het koude water uit de WKO die in de zomer met zo’n 5 tot 10°C uit de grond wordt gehaald om de kas af te koelen, wordt nadat het in de kas zelf een temperatuur van 18 tot 25°C bereikt door tyleenslangen op het dak gestuurd, waardoor het retourwater verder verwarmd wordt vooraleer het weer in de grond wordt opgeslagen.
Alle warmte- en koudebronnen in het bedrijf zijn met elkaar verbonden in een totaalsysteem voor een optimaal rendement. “We hebben steeds minder energie en fossiele brandstoffen nodig voor de klimaatsturing en tegen 2025 wil ik, als ook het gebruik van aardwarmte mogelijk wordt, CO2-neutraal zijn. Daarnaast zijn we aan het bekijken wat de mogelijkheden zijn voor de productie en gebruik en/of verkoop van waterstof op ons bedrijf, want terwijl de productie ervan tot nu toe onrendabel is, genereert het proces ook een afvalproduct dat in de tuinbouw zeer welkom is: warm water van 70°C. En dat zou het voor ons opeens wel rendabel kunnen maken.”
Nauwelijks kunnen profiteren van NOW
Mede door de keuze voor duurzame energiehuishouding is Koppert Cress een kostenefficiënt bedrijf en heeft het de voorbije coronajaren kunnen overleven. Maar niet zonder broekscheuren, vertelt Rob. “We hebben € 40 miljoen omzetverlies geleden. Iedereen die aan ons leverde kreeg steun van de overheid, iedereen die van ons afnam ook. Maar ondanks het feit dat het bedrijf 100% foodservice georiënteerd is, hebben wij nauwelijks kunnen profiteren van de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Ik heb mensen op Landbouw moeten uitleggen wat foodservice is, want ze wisten het niet. En toch weigerden ze de steun uit te breiden voor onze onderneming. Uiteindelijk heb ik 50 mensen moeten ontslaan. Dat is heel jammer.”
Ondertussen is Koppert Cress weer duidelijk op het goede spoor en heeft het zelfs een wachtlijst van mensen die er willen werken. “We zijn ook een enorme verjongingsslag aan het doorvoeren. Jongeren zijn niet alleen goedkoper, maar zorgen ook voor heel wat leven in de brouwerij. Ik heb gekke ideeën nodig, en daar helpen zij mij bij. Ik moet voorkomen dat Koppert Cress een lean and mean productiemachine wordt. Een bedrijf moet zeker en vast geld verdienen, maar het moet ook een ziel hebben, want het is de ziel die een onderneming overeind houdt,” weet Rob.
Dit artikel verscheen eerder in editie 7/8 (zomer), 42e jaargang van Primeur. Zie hiervoor www.agfprimeur.nl.
Voor meer informatie:
Koppert Cress
De Poel 1
2681 MB Monster
Tel: +31174242819
[email protected]
https://www.koppertcress.com