Cathy van Beek, voorzitter GroentenFruit Huis:

“Be good, tell it and smell it”

Tholen - Wie op een zoekmachine Cathy van Beek intikt, kan niet om de zorg heen. De nieuwe voorzitter van GroentenFruit Huis was als bestuurder meer dan twintig jaar verantwoordelijk voor kwaliteit en veiligheid in de zorg bij diverse ziekenhuizen en vicevoorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit. Als voorzitter van GroentenFruit Huis is ze naar eigen zeggen een beetje uit haar comfortzone gehaald, maar de eerste ervaringen zijn veelbelovend. “Ik heb nooit beseft hoe veelzijdig de groenten- en fruitsector wel niet is", vertelt ze in het septembernummer van vakblad Primeur.

Kun je wat vertellen over je achtergrond?
Ik ben opgegroeid in een groot gezin in Rotterdam. Met tien broers en vijf zussen krijg je het aanpakken van huis uit mee. Die behoefte om dingen in de praktijk te brengen, heb ik denk ik altijd wel gehouden. Niet te lang praten, maar aan de slag! Ik ben zwaar religieus opgevoed in wat we nu de zwartekousenkerk zouden noemen. Hoewel ik daar zelf vanaf mijn 25e afstand van heb genomen, heb ik hierdoor wel het gevoel van rentmeesterschap meegekregen, namelijk dat we de schepping hebben gekregen om daar als rentmeester mee om te gaan en beter moeten achterlaten dan dat we deze gekregen hebben. Mijn vader was leraar, maar had een grote moestuin en maakte zich sterk voor onbespoten groenten. Hij probeerde toen al in de natuur iets te vinden om chemievrij zijn groenten te kunnen telen met wat we nu natuurlijke vijanden zouden noemen. Voor ons als oudste kinderen was fulltime studeren nog niet aan de orde en we hebben allemaal de avondschool/avondstudies gevolgd naast het werk.

Na een opleiding tot verpleegkundige ben ik eerst in het onderwijs terechtgekomen en dat heb ik met hart en ziel gedaan. Vervolgens ben ik gevraagd hoofd opleiding te worden in het Juliana KinderZiekenhuis. Daarna heb ik achtereenvolgens als bestuurder gewerkt in de Sint Maartenskliniek, de NZa en het Radboudumc. Op al deze plekken heb ik onvoorstelbaar veel kunnen leren. Met mijn affiniteit voor wetenschap en duurzame patiëntenzorg heb ik begin 2018 de sprong in het diepe gewaagd en heb ik mijn eigen adviespraktijk Leading Sustainable Health Care opgericht. Al snel kreeg ik de opdracht van het ministerie van VWS om als Kwartiermaker Duurzame Zorg te werken aan bestuurlijk en professioneel draagvlak binnen en rondom de zorg aan de hand van de Green Deal Duurzame Zorg 2.0. Dat heb ik o.a. van 2018 tot en met 2021 gedaan. Ook ben ik in opdracht van de stad Rotterdam kwartiermaker/voorzitter van de Klimaattafel Gezondheid. En toen kwam eind vorig jaar het belletje van een headhunter, die me polste voor het voorzitterschap van GroentenFruit Huis.

Hoe was de kennismaking en wat zijn je eerste ervaringen?
De toenmalige voorzitter, Kees Wantenaar, heeft uitstekend werk verricht door twee bloedgroepen met elkaar te verenigen. Hij vond het na twee termijnen tijd voor een nieuwe voorzitter en toen kwamen ze bij mij uit. Ik kende eerlijk gezegd GroentenFruit Huis helemaal niet, maar was na een eerste kennismaking met het bestuur en de directie meteen enthousiast. Wel heb ik gezegd dat ik eerst een dagje mee wilde kijken bij één van de bedrijven in de keten voordat ik een beslissing nam om verder de procedure in te gaan. Toen de vice-voorzitter Fred van Heyningen me meenam naar Nature’s Pride was ik meteen verkocht. De manier waarop zij met duurzaamheid omgaan door met minder gebruik van water en energie toch grote volumes avocado’s te produceren, maar ook hoe het bedrijf omgaat met het personeel, ook ten tijde van Corona. Daar was ik echt van onder de indruk.

Nog altijd voel ik me nieuw in deze veelkleurige sector en het zal echt nog wel even duren voor ik op de hoogte ben van alle aspecten. En dan is het nu natuurlijk ook wel een hele ‘dynamische’ tijd. De ene crisis is nog niet onder controle en de volgende dient zich al weer aan. Ik heb nooit beseft hoe veelzijdig de groenten- en fruitsector wel niet is. Net als destijds bij de NZa ben ik voor mijn gevoel in een hele nieuwe wereld terechtgekomen. Inmiddels heb ik al heel wat werkbezoeken afgelegd variërend van snijderijen tot uienverwerkers, fruithandelaren en groothandelaren met een totaalassortiment. Keer op keer valt het me weer op dat er zulke harde werkers in de sector zitten, maar ook hoe bescheiden ze zijn. Dat heeft een mooie kant, maar kan ook in je nadeel werken als anderen wel blijven tamboereren en het geeft ook geen erkenning voor de toegevoegde waarde die we als sector leveren. Ik heb staaltjes automatisering gezien waarvan ik niet wist dat het bestond. Dat verhaal moet wel verteld worden, want ik denk niet dat veel Mbo’ers bijvoorbeeld op hun netvlies hebben dat je in deze sector veel met ICT en innovatie kunt. Terwijl er doorgroeimogelijkheden te over zijn voor ondernemende leergierige junioren en senioren. Die voorbeelden van topondernemers zou de sector in mijn optiek wel wat meer voor het voetlicht mogen brengen, ook om jonge mensen in de sector te binden en te boeien. Ik pleit niet voor borstklopperij, maar de houding mag van mij wel wat verschuiven van bescheiden naar meer zichtbaar.

Hoe kun je je achtergrond in de zorg toepassen als bestuurder bij GroentenFruit Huis?
Het mooie vond ik dat de vijf speerpunten die GroentenFruit Huis nog niet zo lang geleden heeft geformuleerd, heel goed aansluiten bij mijn achtergrond. Deze speerpunten – gezondheid, markt & economie, duurzaamheid, sociaal en voedselveiligheid – zijn allemaal enorm verstrengeld met de wereld van de zorg en het onderwijs. Met al die vijf speerpunten heb ik wel enige affiniteit. Gezondheid vormt als het ware de paraplu over deze vijf ambities. Met de unieke producten van onze leden hebben we veel gezondheid te bieden. Niet voor niets luidt onze mission statement dat we een gids zijn naar een gezonde generatie. Dat geeft een positieve vibe, ook richting de ministeries en de politiek in een tijd waarin er van alles aan de hand is. En de noodzaak is evident, gezien een groot deel van de bevolking nog niet aan de aanbevolen hoeveelheden groenten en fruit per dag komt. Terwijl er gewoon achterstandswijken zijn waar mensen zeven jaar eerder doodgaan dan in andere wijken, dat heeft echt alles met voeding en levensstijl te maken.

Gelukkig is de samenleving sinds Corona zich wel meer bewust van een gezonde levensstijl en daarmee bedoel ik zowel eten, bewegen als rusten. Daarmee hebben we ook een mooie ingang in de politiek. De groenten- en fruitcomponenten van voeding kun je zien als medicijn en daar kunnen wij met onze gidsfunctie een essentiële rol in vervullen. Door de invoering van een 0% btw-tarief op groenten en fruit wordt de gezondere keuze een makkelijkere keuze. Dat het kabinet heeft aangegeven te streven naar een btw-verlaging naar 0% op groenten en fruit per 2024 is dan ook een fantastische stap, al zullen we ook enorm alert blijven op de uitvoering en ook op het doorvertalen van autonome prijsstijgingen in onze keten naar de retail en uiteindelijk naar de consument. Fairness is hierbij van groot belang.

Bij de NZa, marktmeester in de zorg, heb ik veel te maken gehad met marktmacht vraagstukken, die ook in onze sector spelen. Ook voedselveiligheid is van het grootste belang. ‘Eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit ten schand’. Daarom is het zo essentieel dat het hele proces veilig en traceerbaar ontworpen en uitgevoerd wordt . Dat geldt ook voor het sociale aspect en daarbij reikt onze sociale waarde tot ver over onze landgrenzen heen. We moeten er alles aan doen om gezonde arbeidsomstandigheden te creëren ten behoeve van onze medewerkers en leveranciers overal ter wereld. De andere kant is dat als er onwaarheden worden verkondigd, we ook geen schroom moeten hebben om dat met feiten (factsheets) te logenstraffen. Daarom is dat wat GFH met data doet zo belangrijk. Ook zetten we ons in voor een gezond verdienmodel; ik ben ervan overtuigd dat de marges uiteindelijk eerlijker verdeeld zullen gaan worden. We hebben elkaar allemaal nodig.

Momenteel lijkt de polarisatie tussen stad en platteland groter dan ooit. Hoe sta je daar als brancheorganisatie in?
Waar we kunnen, proberen we onze invloed aan te wenden. Soms moet je daarbij je tanden laten zien, maar belangrijk is dat je altijd in gesprek blijft om belangen helder te schetsen en vermeende tegenstellingen te overbruggen. Het gaat niet helpen om protestacties te voeren die tegen het publiek of een ketenpartner indruisen of niet wettelijk zijn toegestaan. Als je de publieke opinie niet voor je weet te winnen, ben je veel verder van huis. Een positieve lobby is daarbij enorm belangrijk. De campagne ‘Zorgt u voor elkaar? Zorgen wij voor uw groenten en fruit’ aan het begin van de coronacrisis was daar een mooi voorbeeld van. Het is van groot belang om in een vroeg stadium mee te denken over haalbare, betaalbare en schaalbare oplossingen, zodat je niet voor het blok wordt gezet. En de uitdagingen zijn groot.

Neem nu de nitraatrichtlijn water, die het telen van bepaalde vollegrondsgroenten van onze aangesloten leden vrijwel onmogelijk maakt. Daarbij is een stevige lobby ondersteund met feiten van levensbelang en soms is die meer zichtbaar en soms zal die meer achter de schermen plaatsvinden. En niet altijd levert het resultaat op. Een recent voorbeeld hiervan is de nieuwe wetgeving rond de koudebehandeling van Zuid-Afrikaanse sinaasappelen, waarbij we duidelijk hebben gezien dat de hele regelgeving door politieke druk erdoorheen is gepusht, terwijl de voorgestelde maatregelen niet eens wetenschappelijk en door feiten zijn onderbouwd. De importwaarde van Zuid-Afrikaans citrus in de EU bedraagt 650-700 miljoen euro per jaar en deze regels zullen mogelijk leiden tot halvering van die waarde. Dat zijn verhalen die ik weleens mis als ik ’s morgens het Financieel Dagblad opensla. De marges in onze sector zijn weliswaar laag, maar er wordt wel ongelofelijk veel omgezet. In totaliteit heeft onze sector een waarde van 16 tot 18 miljard euro, daarmee zijn we groter dan DSM en ASML. Onbekend maakt onbemind, de kunst is om daar een goede draai aan te geven en daarbij hebben we alle schakels en dus al onze leden nodig. Wij zullen als branche-organisatie er alles aan doen om onze 320 leden te ondersteunen. Als we geen productie en handel in Nederland meer hebben, wordt het wel heel lastig om de gouden driehoek van productie, onderzoek en kennis in stand te houden. Maar we hebben ze alle drie nodig, dus ‘be good’, maar ook ‘tell it and smell it’.

Dit artikel verscheen eerder in editie 9, 36e jaargang van Primeur. Zie hiervoor www.agfprimeur.nl. 

Voor meer informatie:
GroentenFruit Huis
www.groentenfruithuis.nl 


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven