Ruud van der Vliet analyseert

Private equity is onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse glastuinbouw

Private equity is in het bedrijfsleven, en dus ook in de glastuinbouw, niet weg te denken. Feitelijk is private equity de basisfinanciering van elk bedrijf. Private equity-transacties krijgen de laatste jaren veel aandacht in de media. Er vinden relatief veel transacties plaats. Veel beleggers en investeerders zijn namelijk op zoek naar (meer) rendement. Private equity is mede daarom een veel gebruikt alternatief of aanvulling voor bedrijven op een bancaire financiering. In onderstaand verhaal, eerder verschenen in de maarteditie van vakblad Primeur, geeft Ruud van der Vliet zijn analyse.

Investeringsmaatschappijen worden vervolgens als aandeelhouder actief betrokken bij de langetermijnontwikkeling van het bedrijf. Banken kijken vooral naar historische cijfers en of het bedrijf aan voorwaarden en convenants van de financiering voldoen. Vaak dus achteraf en reactief. Private equity wordt om die reden ook wel ‘slim’ geld genoemd en een bancaire financiering ‘dom’ geld.

De toegenomen interesse van private equity voor glastuinbouw is heel logisch, gelet op de verwachte groei van het areaal hightech kassen als gevolg van de groeiende behoefte aan duurzaam jaarrond geproduceerde verse groente en fruit. Noodzakelijke schaalvergroting en internationalisering van de glastuinbouw vragen om meer professionalisering en financiële slagkracht. Private equity kan een positieve bijdrage leveren. Succes van de samenwerking tussen bedrijf en investeringsmaatschappij valt of staat echter met een gedeelde visie, juiste structurering en capabele mensen.

Toegenomen interesse van private equity
De redenen voor de toegenomen interesse in private equity voor de Nederlandse glastuinbouw zijn evident. De productie van vers voedsel kan het meest duurzaam in hightech kassen. De vraag naar jaarrond, lokaal en duurzaam geproduceerde verse groenten en fruit van stabiele hoge kwaliteit, neemt wereldwijd snel toe. De kennis, ervaring en techniek van (teelt in) hightech kassen zijn om diverse redenen van oudsher geconcentreerd in Nederland.

Wereldwijd wordt een forse groei verwacht van het areaal hightech kassen. Diverse banken en onderzoeksinstituten verwachten dat wereldwijd het areaal aan hightech kassen groeit van grofweg de huidige 50.000 ha naar ruim 100.000 ha in 2030. Het grootste deel van de areaalgroei zal bestemd zijn voor productie van groenten en fruit en een minderheid voor sierteelt. De verwachte nieuwbouw van hightech kassen overstijgt ruimschoots de huidige bouwcapaciteit van de bekende kassenbouwers. Dit vraagt om schaalvergroting en professionalisering van kassenbouwers en hun toeleveranciers. We zien dat ook gebeuren.

Productie in hightech kassen blijkt in de meeste klimaatzones de meest duurzame manier om verse groente en fruit te telen. Dit werd onlangs nog eens bevestigd in een WUR-onderzoek in opdracht van Grodan. En ook nog eens duurzamer dan biologisch. Hightech kassen kunnen dan ook een interessant onderdeel vormen van de oplossing voor het wereldwijde voedselvraagstuk. Dat zien investeerders en retailers ook. Belangrijke uitdaging is echter de vaak lage marge voor de teler/producent van verse groenten en fruit. De macht ligt, vooral bij vers voedsel, aan het begin van de keten (bij de zaadbedrijven en veredelaars) en aan het eind (bij de supermarkten). Iedereen daartussen zit in de verdrukking. Alleen goede telers/producenten met de juiste hightech kassen, met de juiste opbrengst per m2, die jaarrond kunnen leveren, de retailer kunnen ontzorgen en een goed en duurzaam product hebben, maken echt goed rendement. Dat vraagt in de praktijk om schaalvergroting, meer automatisering, robotisering, digitalisering en vooral professionalisering. De ketens worden snel korter en tussenliggende schakels, die weinig waarde toevoegen, worden weggesneden. Waar tot voor kort de teler/producent zelf de opdrachtgever van de kassenbouwer was, worden dat steeds meer investeerders en retailers die grootschalige projecten opzetten.

Green Deal is minder duurzaam
De Green Deal van de Europese Commissie (EC) blijkt veel minder duurzaam dan gedacht. Dat weten insiders al langer en eerdergenoemd onderzoek van WUR bevestigt dat beeld. Iedereen begrijpt dat er iets moet gebeuren op het gebied van klimaatverandering. Het valt te betwijfelen of de oplossing in de productie van voedsel ligt. In Europa produceren we immers heel duurzaam. Met Nederlandse kennis, technologie en ervaring leveren we een belangrijke bijdrage aan een duurzame voedselvoorziening. De Nederlandse glastuinbouw is daar een uitstekend voorbeeld van. De EC wil het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in 2030 halveren. Volgens Europese plannen moet ook het gebruik van kunstmest worden teruggedrongen. Dat berekenden onderzoekers van WUR in een onderzoek in opdracht van CropLife Europe en CropLife International, waarbij ook andere stakeholders in de voedselketen betrokken waren. In dit onderzoek richtten de onderzoekers zich op de impact van de farm-to-fork-strategie en de biodiversiteitsstrategie, beide onderdeel van de Green Deal.

Belangrijke conclusies uit dit onderzoek zijn dat door de Green Deal veel meer voedsel geïmporteerd moet worden, minder geëxporteerd kan worden, meer land nodig is, de EU minder zelfvoorzienend zal worden en uiteindelijk is deze oplossing per saldo veel minder duurzaam. Los van de recente geopolitieke spanningen en drang van veel EU-landen om juist meer zelfvoorzienend te worden.

Macht in de keten
Schaalvergroting en professionalisering zijn ook aan de productiekant hard nodig. Supermarkten hebben veel macht in de AGF-keten. In de EU zijn namelijk slechts tien inkooporganisaties voor de supermarkten actief. Deze inkooporganisaties hebben veel inkoopkracht en daarmee extreem veel macht, zeker waar het vers voedsel betreft. Al jaren wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke oneerlijke machtsverhoudingen tussen boeren, tuinders en genoemde inkooporganisaties. ‟Beledigend lage prijzen″ waren volgens de mededingingsautoriteiten van de EU echter niet strafbaar, omdat ze in het ‟belang van de consument″ zijn. Volgens de regelgeving was misbruik door inkooporganisaties dan ook geen zaak van het mededingingsrecht. Gelukkig is na lang onderhandelen binnen de EU eindelijk een EU-richtlijn tegen oneerlijke handelspraktijken aangenomen, die dit jaar door de lidstaten zal worden geïmplementeerd. We zien dat bijvoorbeeld Mastronardi in Noord-Amerika een belangrijke speler is met een directe lijn naar de retail. Mastronardi is naast teler, ook verpakker, marketeer, verkoper en distributeur. Mastronardi beheert in Noord-Amerika bijna 2000 ha aan mid- en hightech kassen voor de productie van groenten en zacht fruit. Met dit areaal en deze positie in de keten is Mastronardi niet inwisselbaar door supermarkten. Het helpt dat de VS meer dan 100 nationale en regionale supermarktketens kent. We zien in Europa dat de schaalvergroting in de glastuinbouw snel doorzet. Agro Care, de grootste tomatenkweker in hightech kassen in Europa, heeft de ambitie uitgesproken om met hulp van investeerder NPM Capital van de huidige 261 ha naar 1.000 ha in 2030 toe te groeien. De vraag naar lokaal, duurzaam en jaarrond geproduceerd vers voedsel zal verder toenemen. Veel landen wensen meer zelfvoorzienend te worden, niet in de laatste plaats door de recente geopolitieke spanningen. De positie van de teler/producent in de keten zal verbeterd worden door regelgeving en verdere schaalvergroting en professionalisering van telers/producenten. Jelte van Kammen, CEO van Harvest House, heeft recent aangegeven dat er in Nederland om die reden eigenlijk maar plaats is voor twee telersverenigingen. Het is een kwestie van tijd dat een volgende fusiegolf van telers/producenten gaat ontstaan. Dat geldt vervolgens ook voor de propagators (kwekers van uitgangsmateriaal) en de andere toeleveranciers. Ik verwacht dat de belangstelling van private equity voor grote (in potentie) succesvolle telers/producenten en propagators in hightech kassen verder zal toenemen. Agro Care is de eerste, maar zeker niet de laatste!

Private equity is er altijd geweest
De letterlijke betekenis van private equity is privaat vermogen. Het zijn investeerders die buiten de aandelenbeurs om bedrijven financieren. Feitelijk is private equity de basis van elk bedrijf. Een beursgenoteerd bedrijf kan extra aandelen uitgeven op de beurs als het geld nodig heeft, een niet-beursgenoteerd bedrijf kan dat niet. In Nederland zijn minder dan 100 van afgerond 500.000 mkb-bedrijven (exclusief 1,4 miljoen zzp’ers) beursgenoteerd. Als een niet beursgenoteerd bedrijf geld nodig heeft, heeft men drie opties: een bancaire financiering, private investeerders en/of via een SPAC geld ophalen.

Op 7 maart 2022 stond in het FD dat private equity-deals wereldwijd over 2021 op een recordhoogte waren gekomen. De totale waarde bedroeg maar liefst 1.100 miljard Amerikaanse dollar. Ongeveer het BBP van Nederland in 2020, maar minder dan de helft van de huidige beurswaarde van Apple. Alles blijkt relatief. De reden van deze recordhoogte is vooral de aanhoudend lage rente; beleggers zoeken rendement!

In 2021 is volgens het CBS grofweg 8 miljard euro aan private equity en durfkapitaal in Nederlandse bedrijven geïnvesteerd. Ter relativering: er is ruim 11 miljard euro aan factoring- en leasecontracten afgesloten en ruim 100 miljard euro aan bancaire financieringen aan bedrijven in 2021 in Nederland verstrekt. De impact van Krediet Unies, crowdfunding, MKB Beurs en andere alternatieve financieringsvormen bleef in 2021 beperkt tot minder dan 1 miljard euro.

De meeste bedrijven worden op basis van bovenstaande getallen vaak initieel gefinancierd door private equity (vooral familie en vrienden) en vervolgens vooral met bancaire financiering.

Private equity heeft vele vormen en gedaanten
Private equity-financiering bestaat in verschillende vormen, waaronder de aankoop van aandelen en het verstrekken van risicokapitaal, groeikapitaal en mezzaninekapitaal, voor startende, doorgroeiende en gevestigde bedrijven. Maar ook voor het faciliteren van een MBI en MBO.

In veel gevallen wordt private equity-financiering verstrekt door investeringsmaatschappijen die zijn samengesteld uit groepen investeerders die geld hebben samengevoegd om bepaalde soorten investeringen te doen. Doel is het verstrekken van kapitaal aan startende bedrijven, gevestigde en groeiende bedrijven.

Private investeerders zijn bij de start van een bedrijf vaak familie en vrienden. Meer professionele investeringsmaatschappijen/private equity-bedrijven specialiseren zich. Het te investeren vermogen komt vaak van pensioenfondsen, verzekeraars, banken, vermogende families en/of van particuliere beleggers. De drie Nederlandse grootbanken hebben overigens ook ‘eigen’ investeringsmaatschappijen. Deze maatschappijen investeren dat vermogen in niet-beursgenoteerde bedrijven. Als deze maatschappijen hun participaties na 6-10 jaar met winst weer verkocht hebben, betalen zij de beleggers hun inleg en rendement terug. Verkoop van het aandelenbelang gebeurt door financiële verkoop, strategische verkoop of een beursgang (IPO). Uiteindelijk kijkt de investeringsmaatschappij vooral naar het te realiseren rendement. Dat rendement staat vanzelfsprekend van tevoren niet vast.

Seed Capital is de benaming voor kapitaal waarmee een start-up de eerste bedrijfsactiviteiten financiert. Het is het eerste geld dat in een start-up of jong bedrijf wordt gestoken. Hierbij zijn risico’s en potentiële rendementen zeer hoog. Soms heb je meer rondes van Seed Capital nodig om een volgende fase te bereiken. Een investering in een jong bestaand bedrijf wordt Venture Capital genoemd, oftewel durfkapitaal. Dit is beleggen in een bedrijf met een mooie innovatie of marktpositie met nog steeds veel risico’s, maar ook met potentieel hoge rendementen.

De strategie van het private equity-bedrijf is heel belangrijk voor een succesvolle samenwerking; wordt er bijvoorbeeld tussentijds dividend uitgekeerd, maakt men gebruikt van hefboomfinancieringen, heeft men specifieke (sector)kennis en netwerk, wordt er extra kapitaal ingebracht voor groei of acquisitie, wordt er een bestuurder of commissaris toegevoegd en/of werkt men met hefboomfinancieringen.

Private equity-bedrijven kopen namelijk soms bedrijven met hefboomfinancieringen of wel Leveraged Buy-out (LBO). LBO’s worden gefinancierd door schulden. Deze transacties betekenen vaak dat de activa van de gekochte bedrijven, samen met die van de bedrijven die de aankoop doen, als onderpand zullen worden gebruikt. In de praktijk leidt dat regelmatig tot extreem hoge rentelasten, waardoor het bedrijf financieel ‘uitgekleed’ wordt.

Intussen zien we ook meer aandacht voor SPAC’s. Alleen al in de VS gingen in 2021 ruim 600 SPAC’s naar de beurs. Een SPAC (Special Purpose Acquisition Company) is een vennootschap zonder bedrijfsactiviteiten die naar de beurs gaat om kapitaal op te halen om daarmee vervolgens op relatief korte termijn een (deel van) een niet-beursgenoteerde onderneming te kopen. Omdat SPAC’s van tevoren niet weten welke onderneming ze gaan overnemen en bij de beursgang geen bedrijfsactiviteiten hebben, worden ze ook wel ‛lege beurshulzen’ of ‛blanco cheque bedrijven’ genoemd. Aan de AEX zijn momenteel 17 SPAC’s genoteerd, waarvan 3 een fusiepartner lijken te hebben gevonden. Onder andere het AppHarvest heeft hun beursnotering aan een SPAC te danken.

Verschil tussen slim en dom geld
Bankfinanciering wordt soms als ‛dom’ of ‛reactief’ gezien. De reden is dat een bank via een min of meer gestandaardiseerd risicomodel een financieringsaanvraag beoordeelt met als uitkomst een risicoclassificatie met bijbehorende voorwaarden, zekerheden en tarieven. Als het risico door de bank acceptabel wordt bevonden, wordt de aanvraag toegekend. Hoe risicovoller de bank de financiering inschat, hoe hoger het tarief. Desondanks zijn de rentelasten van een bancaire financiering relatief laag. Vervolgens wordt na verstrekking periodiek informatie uitgewisseld en beoordeeld of het bedrijf aan de convenants en andere voorwaarden voldoet. Dat is bijna altijd achteraf en er wordt niet of nauwelijks waarde of kennis door de bank toegevoegd. Vandaar de termen ‛dom’ of ‛reactief’. Gek genoeg wordt in een situatie, dat een bedrijf niet meer aan de convenants of voorwaarden voldoet, vanuit de bank meer deskundigheid vanuit de activiteiten bijzonder of intensief beheer toegevoegd. Regelmatig wordt zo’n periode achteraf door de leiding van het betreffende bedrijf juist als zeer positief ervaren, omdat in die periode gezamenlijk werd gewerkt aan een oplossing.

Bij private equity wordt in de optimale situatie gesproken van ‛slim’ of ‛proactief’ geld. De investeringsmaatschappij zal namelijk in bijna alle gevallen met de leiding van het bedrijf een meerjarenplan opstellen en op basis daarvan (aanvullend) kapitaal en middelen ter beschikking stellen. Vanuit het meerjarenplan wordt jaarlijks een budget opgesteld wat intensief besproken wordt met de investeringsmaatschappij. Vaak wordt vanuit de investeringsmaatschappij een deskundige bestuurder of commissaris toegevoegd. Een investeringsmaatschappij zal vaak maandelijks klankborden met de leiding van het bedrijf om hen te ondersteunen bij het realiseren van het meerjarenplan, met (sector)kennis, netwerk, ideeën en/of acquisities. De operatie is en blijft in handen van de leiding van het bedrijf.

Door private equity ingebracht kapitaal wordt gerekend tot het eigen vermogen en is risicovol. Het door de investeringsmaatschappij verwachte rendement is dan ook fors hoger dan een bancaire financiering. Door veel pro-actiever met de leiding van het bedrijf op te trekken weet private equity vaak echter veel beter hoe het bedrijf opereert.

Private equity is dan ook een prima alternatief of aanvulling op een bancaire financiering. Het succes van de samenwerking is sterk afhankelijk van de strategie, specifieke (sector)kennis en netwerk van de investeringsmaatschappij, het onderbouwde en gedragen meerjarenplan van de leiding van het bedrijf waarin wordt geparticipeerd en het te verwachten risico en rendement. Investeringsmaatschappijen nemen bijna altijd een meerderheids- of een groot minderheidsbelang in een bedrijf. Zij bedingen vaak ook zeggenschap over bijvoorbeeld de strategie en de financieringsstructuur. Vaak zijn deze maatschappijen gespecialiseerd: bijvoorbeeld in jonge of volwassen bedrijven, internationaal of juist regionaal en/of gericht op specifieke sectoren.

Recente transacties in glastuinbouw
Private equity is in de Nederlandse (glas)tuinbouw niet nieuw. Sommige mensen denken dat, maar de feiten laten een ander beeld zien. De laatste jaren worden transacties echter breder uitgemeten in de media. Hieronder een niet limitatieve opsomming van recente transacties.

Afgelopen maanden deed het aan de Nasdaq genoteerde Canadese Agriforce Growing Systems van zich spreken door eerst de Nederlandse Delphy Groep en vervolgens het Belgische Deroose Plants over te nemen. Agriforce legt zich toe op het ontwikkelen en toepassen van kennis voor duurzame teelttechnieken en zij verwachten met Delphy een versnelling van deze strategie aan te kunnen brengen. Deroose is gespecialiseerd in weefselkweekvermeerdering en deze overname past ook in genoemde strategie.

Als we teruggaan in de tijd zien we dat in 2015 sierteeltveredelaar Dümmen Orange door de Nederlandse investeringsmaatschappij H2 en de familie Dümmen aan het Engelse investeringsfonds BC Partners werd doorverkocht.

Investeringsmaatschappij KKR, dat in 2014 voor $ 200 miljoen een meerderheidsbelang verwierf in het Nederlandse tuinbouwbedrijf Afriflora, ’s werelds grootste rozenbedrijf met 650 ha low- en midtech kassen in Afrika, verkocht in 2018 zijn meerderheidspakket aan Sun European Partners. De familie Barnhoorn, de oprichters van Afriflora, behield een minderheidsbelang in het bloemenconcern.

Pokon Naturado, bekend van haar voeding en potgrond voor planten, werd in 2018 door de Britse branchegenoot Evergreen Garden Care overgenomen, eigendom van investeringsmaatschappij Exponent. Pokon was overigens sinds 2007 eigendom van een andere investeringsmaatschappij, het in Veenendaal gevestigde Synergia Capital Partners. Synergia nam het bedrijf over van bloemenvoedingsbedrijf Chrysal en vervolgens met Pokon en potgrondfabrikant Naturado samengevoegd.

Codema Systems Group, actief als complete toeleverancier van de glastuinbouw, werd in 2018 door oprichter Maarten de Jager aan Nordian Acquisition en de directie verkocht.

In 2018 kocht investeerder Equistone de Boal Group. Boal is een belangrijke toeleverancier van kasdeksystemen voor de meeste kassenbouwers en heeft door de recente overname van Alumat Zeeman haar productengamma fors uitgebreid.

VP Exploitatie, de investeringstak van de familie van Puijenbroek, heeft in 2019 Batenburg Groep, waaronder de in de glastuinbouw bekende bedrijven Hoogendoorn en Let’s Grow, van de beurs gehaald. Deze familie is vooral bekend als oud-eigenaar van de Telegraaf Media Groep.

Daarna volgden in snel tempo participaties in kassenbouwers als Van der Hoeven/Patron door het Belgische Arvesta, in Prins/Stolze door HAL, in Kubo door NPM Capital, in Certhon door het Japanse Denso, Gakon door Netafim en Van Dalsem door Cofra. Atrium Agri vormt een eigen groep met ING en Rabo als financiers voor het invullen van ambitieuze groeiplannen.

Recent maakte ook het Duitse miljarden concern Big Dutchman bekend een minderheidsbelang te hebben genomen in Ammerlaan in Venlo. Feitelijk zijn alle Nederlandse grotere kassenbouwers nu (gedeeltelijk) eigendom van investeringsmaatschappijen.

Opvallend was ook de minderheidsdeelneming van NPM Capital in Agro Care in 2020. Agro Care is de grootste jaarrond producent van tomaten in hightech kassen in Europa met 260 ha teeltoppervlak verspreid over Nederland, Frankrijk, Marokko en Tunesië. Naast de teelt van tomaten is Agro Care via deelnemingen actief in de veredeling, verpakking, marketing en distributie van tomaten.

Het areaal hightech kassenbouw blijft naar verwachting fors groeien en daarmee groeit ook de behoefte aan arbeidskrachten. De hoeveelheid (seizoens)arbeiders neemt echter niet in gelijke mate toe. Automatisering, robotisering en digitalisering verminderen de arbeidsbehoefte en verhogen de kwaliteit in de glastuinbouw. Daarom participeerden het in Food&Agri gespecialiseerde ADM Capital met haar Cibus Fund recent in ISO Group, Rabo Investments in Havatec, Synergia in Viscon en het Duitse miljarden concern Viessmann in Priva. Kleinere investeringsmaatschappijen als Kind Techologies en Victus verwierven recent belangen in relatief kleine logistieke automatiseringsbedrijven in de glastuinbouw.

De acquisitie van Delphy door Agriforce belicht een andere uitdaging; de groeiende belangstelling voor hightech kassenbouw zal niet alleen de vraag naar automatisering en robotisering doen toenemen, maar ook de vraag naar teeltkennis, datagestuurd telen en daarmee de inzet van Artificial Intelligence (AI). Het is dan ook niet zo vreemd dat bij de inmiddels 4e Autonomous Greenhouse Challenge, georganiseerd door WUR en gesponsord door de Chinese gigant Tencent, teams van vooraanstaande internationale universiteiten en multinationals meedoen. We hebben eenvoudigweg te weinig telers die het groeiende areaal hightech kassen wereldwijd kunnen managen.

Investeringsmaatschappijen tonen logischerwijs toenemende interesse in bedrijven die met hulp van AI komen tot datagestuurd telen en daarmee de teler kunnen vervangen of in ieder geval kunnen aanvullen. De verwachting is dat investeerders straks behoefte hebben aan een totaaloplossing, waarbij turnkey de meest duurzame hightech kassencomplexen op willekeurige plekken op aarde worden opgeleverd met productie- en uiteindelijk zelfs rendementsgarantie. Dat kan alleen met vergaande automatisering, robotisering en AI. Dat zal leiden tot verdere schaalvergroting, professionalisering en clustering van toeleveranciers en kassenbouwers. Atrium Agri heeft in dat opzicht al belangrijke eerste stappen gezet.

Private equity is natuurlijk geen garantie voor succes
De waardering van een bedrijf is niet afhankelijk van de financieringsvorm. Dat is in ieder geval de theorie bij het waarderen van bedrijven. Dus bedrijven met louter bancaire financiering doen het in beginsel niet beter of slechter dan bedrijven met private equity. Uiteindelijk valt of staat het vooral met een onderscheidende propositie, een groeiende markt en een goed team.

Uit een inventarisatie van het FD in 2019 bleek dat een reeks Nederlandse bedrijven in handen van private equity onder de maat presteert. Zij verkochten de schuld van deze ondernemingen, zogeheten hefboomleningen (LBO’s), door met fikse kortingen van soms meer dan 50%. De meest spraakmakende voorbeelden zijn V&D en Hema. V&D werd in eerste instantie opgekocht door het eerder in dit artikel genoemde KKR. KKR kreeg V&D in bezit en verkocht vervolgens al het onroerend goed, waarbij de nieuwe vastgoedeigenaren een garantie kregen dat de V&D-filialen voor een hoge huur bleven zitten. KKR had hiermee direct een groot deel van haar ingebrachte kapitaal terugverdiend. KKR verkocht de uitgemergelde winkelformule aan Sun Capital. Hema komt vervolgens in 2007 terecht bij de Britse investeringsmaatschappij Lion Capital. Marcel Boekhoorn kocht het bedrijf via zijn investeringsmaatschappij en de schuld bedroeg toen ongeveer 1 miljard euro. In 2015 bezweek V&D o.a. onder de hoge schuldenlast en te hoge huren.

Vorig jaar kon Hema ternauwernood gered worden door een overname door Mississippi Ventures (van de familie Van Eerd en eigenaar van Jumbo) en investeringsmaatschappij Parcom.

In de glastuinbouw zien we helaas ook soortgelijke voorbeelden. Uit KvK-gegevens blijkt bijvoorbeeld dat Dümmen en Codema al jaren financieel slecht presteren. Ook bij deze bedrijven is sprake van relatief hoge financieringslasten en vervolgens weinig financiële ruimte voor groei en innovatie.

Dümmen kondigde in 2018 nog een beursgang aan, maar die werd op het laatste moment vanwege tegenvallende resultaten afgeblazen. Eigenaar BC Partners heeft nog weinig plezier beleefd aan Dümmen. Dat blijkt uit de meest recente cijfers over 2020; op een omzet van ruim EUR 340 miljoen werd een EBITDA van afgerond minus EUR 10 miljoen gerealiseerd. De rentedragende schuldenlast bedroeg einde boekjaar maar liefst EUR 260 miljoen. Codema ziet de omzet in 2020 bijna halveren tot EUR 44 miljoen en realiseert in dat jaar een EBITDA van minus EUR 1,5 miljoen. De schuldenlast bedroeg eind 2020 afgerond EUR 13 miljoen.

Niet alle investeringen door private equity-bedrijven zijn succesvol. Bij Dümmen en Codema spelen relatief hoge financieringslasten een rol. Indien potentieel goede bedrijven gekoppeld worden aan de juiste investeringsmaatschappijen met de juiste structurering en strategie is de kans op succes het grootst. Het gaat steeds om de juiste (sector) kennis, structurering, visie, netwerk en mensen.

 

Dit artikel verscheen eerder in editie 3, 36e jaargang van Primeur. Zie hiervoor www.agfprimeur.nl. 

Voor meer informatie:
ruud@rvdvliet.nl 


Publicatiedatum:
© /



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven