Waarom coöperaties goed zijn voor de economie

Begin 2021 telde België bijna 20.000 coöperatieve vennootschappen, wat gelijk is aan ongeveer 1 procent van alle actieve ondernemingen. Deze ondernemingsvorm kom je vooral in de landbouw tegen. Boeren verenigen zich bijvoorbeeld om machines of voeders aan te kopen. Of ze slaan de handen in elkaar met hun afnemers, de consumenten. Die laatsten investeren mee in het landbouwbedrijf en verzekeren zich zo van verse groenten en fruit. Ook in de energiesector, en dan vooral in de hernieuwbare energie, zijn er meer en meer spelers die zich op deze manier organiseren.

''Bijzonder aan coöperatieve vennootschappen is dat ze volledig rond samenwerking en gelijkheid zijn opgebouwd'', vertelt prof. dr. Frédéric Dufays van de Cera-Boerenbond Leerstoel Coöperatief Ondernemen. ''Wie zich bij een coöperatie aansluit, investeert mee en krijgt beslissingsrecht. Hoeveel geld hij/zij in het laatje brengt, is daarbij van geen tel. Eén lidmaatschap betekent één stem. Het uitgangspunt van een coöperatie is ook niet winst maken, maar een oplossing bieden voor een maatschappelijk probleem of een gemeenschappelijke nood.''

Coöperatieve ondernemingen houden goed stand in de coronacrisis, zo blijkt uit verscheidene studies. Hoe verklaar je dat?
''Dat is een rechtstreeks gevolg van de collectieve aanpak en de hoge ledenbetrokkenheid. Omdat de leden van een coöperatie ook klant, leverancier of werknemer zijn, voelen ze zich meer verantwoordelijk. Als het moeilijk gaat, grijpen ze sneller in en zijn ze meer gedreven om naar oplossingen zoeken. Dat zal in een meer conventionele organisatie niet zo gauw gebeuren. Bij de financiële crisis van 2008 bijvoorbeeld besloten de werknemers van een aantal werknemerscoöperaties collectief om tijdelijk minder te verdienen, om op die manier de moeilijke periode te overbruggen zonder banen te schrappen. Daarnaast is er de sterke focus op de lange termijn. Het doel is niet om elk jaar een zo hoog mogelijk dividend op te strijken, maar wel om de noden van de leden op lange termijn zo goed mogelijk te vervullen. Verder zagen we in de coronacrisis ook solidariteit tussen coöperaties. Coöperaties waar het beter ging, zoals voedselcoöperaties, hielpen andere om door de crisis te gaan.''

Focussen op samenwerking en op de lange termijn horen we ook in de pleidooien voor meer duurzaam ondernemerschap. Verwacht je dat meer ondernemers in de toekomst voor een coöperatieve vennootschap zullen kiezen?
''Het is in elk geval een ondernemingsvorm die goed bij deze sterk veranderende tijden past. Of er effectief meer voor zal gekozen worden, is moeilijk in te schatten. Wat we nu zien, is dat de ideeën en modellen die in coöperaties getest worden, daarna in meer conventionele ondernemingen opduiken. In de praktijk functioneren coöperaties dus vaak als proeftuinen voor sociale innovatie. Persoonlijk hoop ik op termijn wel een stijging van het aantal coöperaties in ons land te zien. Het is een manier om meer democratie in de economie te brengen.''

Wat bedoel je daarmee?
''In een coöperatie verloopt de besluitvorming op een zeer democratische manier. Dat is anders dan hetgeen we in ons economisch systeem gewoon zijn. Doorgaans is de regel: hoe meer geld je investeert, hoe meer macht je hebt. In een coöperatie bestaat dit niet, want iedereen is gelijk en krijgt één stem, ongeacht de kapitaalinbreng. Beslissingen vloeien voort uit debat en 'collective intelligence'. Het is nooit één persoon die aan het roer staat en de koers bepaalt. Er wordt gezocht naar consensus en oplossingen die door alle leden gedragen zijn. Onderzoek leert trouwens dat wie in dergelijke organisaties meedraait, ook daarbuiten meer geneigd is democratisch gedrag te vertonen. Ook maatschappelijk hebben we er dus voordeel bij als meer ondernemingen zich op deze manier organiseren.''   

Je hoopt op een stijging van het aantal coöperaties, maar in de praktijk zien we een daling. Van 23.518 in 2011 naar 19.941 in 2020, lezen we in The Belgian Cooperative Monitor 2021. Hoe komt dat?
''Die daling is het gevolg van een wijziging in de wetgeving voor vennootschappen. In het verleden opereerden nogal wat ondernemingen onder het statuut van een coöperatieve vennootschap terwijl ze in de praktijk helemaal niet aan de waarden en de principes van deze ondernemingsvorm beantwoordden. Sinds de nieuwe code in mei 2019 is er voor de ondernemingen geen incentive meer om onder de vorm van een coöperatieve te werken, waardoor die ‘valse’ coöperatieve vennootschappen eruit gaan.''

Wat zijn de uitdagingen van een coöperatie?
''De principes van een coöperatie zijn dan wel eenvoudig, ze naar de praktijk brengen is dat allerminst. In het begin is het meestal makkelijk om leden te betrekken en te engageren, maar na verloop van tijd kan het enthousiasme temperen. Het vraagt dus wel wat inspanningen om aan de kar te blijven trekken, de behoeften van de leden te monitoren en de besluitvorming democratisch te organiseren. Ook kapitaalinbreng is een uitdaging. Banken lenen niet graag geld aan coöperaties uit, enerzijds omdat ze het model niet goed kennen en anderzijds omdat er zoveel aandeelhouders zijn. Wie moeten ze aanspreken als het fout gaat?''

Vanuit de Leerstoel Coöperatief Ondernemen, die prof. Luc Sels en jij samen met Cera en Boerenbond opstartten, ontstond het Postgraduaat in het Coöperatief Ondernemen en Management. Wat is het doel van deze opleiding?
''We richten ons op beleidsverantwoordelijken binnen coöperaties die al een basiskennis over coöperaties hebben en deze kennis willen uitbreiden en theoretisch verankeren. We merkten in de gesprekken met bestuursleden en managers van coöperaties een grote behoefte om afstand te nemen en nieuwe wegen te verkennen. In dit postgraduaat reiken we de tools aan opdat ze zich verder zouden kunnen ontwikkelen. We maken eveneens ruimte om te netwerken met collega’s uit andere sectoren, zodat goede ideeën en praktijken verspreid raken.''

Op 18 januari start de tweede editie van het postgraduaat. Wat is er veranderd tegenover vorige keer?
''We hebben vooral aan de vorm van de opleiding gesleuteld. Het is een blended opleiding geworden, waarbij we klassikale/fysieke lesmomenten met zelfstandig online leren combineren. Op die manier kunnen deelnemers meer op eigen tempo studeren en moeten ze zich minder verplaatsen. Ook nieuw is dat je per module kunt inschrijven. Je kunt bijvoorbeeld dit jaar alleen het stukje over bestuur volgen en volgend jaar de rest doen. Dat laatste moet ook niet per se. Wie het volledige postgraduaat doorloopt, maakt aan het einde een proefschrift over de uitdagingen die hij/zij binnen de coöperatie ervaart en bespreekt deze aan de hand van de inhoud die tijdens de lessen ter sprake kwam. Bedoeling is om zo tot een reeks aanbevelingen te komen, waarmee hij/zij in de praktijk aan de slag kan.''

Je hebt een doctoraat over coöperaties geschreven. Vanwaar je interesse in het thema?
''Mijn vader is een serieel sociaal ondernemer. Ik ben met deze ideeën opgegroeid en heb de voordelen ervan van nabij kunnen zien. Ik ben naar de universiteit gegaan om de concepten van coöperatief ondernemen te onderzoeken en beter te begrijpen. Mijn onderzoek vandaag gaat over de legitimiteit van het coöperatief model en de vraag hoe je de democratische besluitvorming en ledenbetrokkenheid binnen coöperaties kunt aanzwengelen. Via het postgraduaat hoop ik dat die inzichten hun weg naar de praktijk vinden.''

Voor meer informatie of inschrijven:
www.feb.kuleuven.be 

Bron: www.puc.kuleuven.be 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven