Wittevlieg toont zich serieuze plaag voor telers

De twee meest voorkomende soorten wittevlieg in de tuinbouw zijn de kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) en de tabakswittevlieg (Bemisia tabaci). Met zijn zuigende en prikkende monddelen lijkt deze plaag op de bladluis. Beide zijn verwant aan de orde der Hemiptera.

"In gematigde streken kan de kaswittevlieg zowel gewassen in de volle grond als in kassen aantasten," zegt Biobest IPM & Pollination Specialist Sam Gui. “Ondertussen vormt Bemisia een ernstige bedreiging voor gewassen onder kunstlicht. Bemisia is zeer resistent tegen insecticiden en kan ook schadelijke plantenvirussen overbrengen, zoals het tomatengeelkrulbladvirus TYLCV, en fysiologische aandoeningen veroorzaken, zoals TIR in tomaten.”


Sam Gui, IPM & Pollination Specialist bij Biobest

Schadebeelden
"Volwassen witte vliegen vestigen zich meestal aan de onderkant van de bladeren en voornamelijk aan de top van de plant," legt Sam uit. "Tijdens het scouten is het een goed idee om op plantendelen of potten te tikken, omdat de volwassen exemplaren de neiging hebben om op te vliegen en zichtbaar te worden. In sommige gewassen - zoals aubergine - zijn de adulten echter minder geneigd om hun vleugels uit te slaan en kunnen ze het beste worden gescout door de bladeren om te draaien."

Wittevlieglarven hebben veel eiwitten nodig om te groeien en consumeren daarom grote hoeveelheden plantensap. Dit kan gevolgen hebben voor de fysiologie van de plant, met groeivertraging tot gevolg.

"De sapvoedende larven en volwassenen scheiden een kleverige suspensie uit. Dat noemen we honingdauw," zegt Sam. "Dit is vaak zichtbaar op de vruchten en bladeren als een glanzende neerslag. Het kan plakkerig aanvoelen."

De aanwezigheid van honingdauw is een andere belangrijke indicator dat er witte vlieg in het gewas zit.

Honingdauw wordt vaak gekoloniseerd door schimmel. Dan wordt honingdauw zwart, de zogenaamde roetdauw. Dit brengt het vermogen van de plant tot fotosynthese in gevaar. In sierteeltgewassen kan de honingdauw ook de esthetische waarde van de planten verminderen.

Bij het scouten is het belangrijk alert te blijven op symptomen van virusoverdracht.


Tomatenplant geïnfecteerd door TYLCV

Op welke gewassen richt de witte vlieg schade aan?
Uitbraken van de witte vlieg kunnen zich in de meeste kasteelten voordoen, van sierplanten tot groenten. Bestrijding is een belangrijk onderdeel geworden van IPM-programma's voor onder meer snijgerbera's, poinsettia’s, potrozen, tomaten en aubergines.

Hoe ziet de witte vlieg eruit?
Voor een succesvolle bestrijding is het belangrijk onderscheid te maken tussen deze twee wijdverspreide en belangrijke wittevliegsoorten. Om dit te doen, adviseert Biobest telers de adulten het beste bekijken onder een loep of op een vangplaat.

Voor snelle veldwaarnemingen raadt Sam aan het volgende te controleren:

  • In rust raken de vleugels van de volwassen Bemisia elkaar niet. Van bovenaf gezien is meer van het achterlijf te zien.
  • Volwassen Trialeurodes vaporariorum zijn witter dan Bemisia, die wat geler zijn.

Volwassen Bemisia tabaci                                           

Volwassen Trialeurodes vaporariorum

Levenscyclus
De eitjes van de witte vlieg zijn zeer klein, namelijk tot 0,2 mm en ovaal van vorm. Wanneer de eitjes gelegd worden zijn deze in het begin bleek. Binnen 2 tot 3 dagen worden de eitjes donkerder tot ze uitkomen.

De eitjes groeien uit tot larven. Deze larven zijn onbeweeglijk en groeien door vervelling van de huid.

De poppen zijn het derde stadium van de cyclus. Deze zijn ongeveer 0,7 mm groot. De poppen van de kaswittevlieg en Bemisia verschillen als volgt:

  • de poppen van de kaswittevlieg zijn rond, wit, doorzichtig en hebben een opstaande rand die bedekt is met wasachtige haren
  • de poppen van de Bemisia zijn geel, doorzichtig, onregelmatig gevormd en plat zonder haren.

Het volgende stadium is de volwassen witte vlieg. Deze is 1 tot 2 mm lang.

Welke oplossingen zijn er om wittevlieg te bestrijden?
“Zorgvuldige monitoring van planten en vangplaten - om de eerste verschijning van de plaag te observeren - is de hoeksteen voor het nemen van goede IPM-beslissingen", zegt Sam.

“Biobest heeft een reeks IPM-tools in zijn portfolio waarmee telers deze twee wittevliegsoorten met succes onder controle kunnen krijgen. IPM-programma’s verschillen en zijn afhankelijk van de soort plaag, maar ook van factoren zoals populatieniveau en het gewas. Ons team van technische adviseurs staat klaar om jou te helpen."

  • Encarsia-System: de sluipwesp Encarsia formosa parasiteert larven van de witte vlieg.
  • Macrolophus-System: de roofwants Macrolophus caliginosus voedt zich met alle stadia van de witte vlieg.
  • Nesidiocoris-System: voor Zuid-Europese gewassen is de roofwants Nesidiocoris tenuis beschikbaar. Deze voedt zich ook met alle stadia van de witte vlieg.
  • Preferal®: de entomopathogene schimmels Isaria fumosoroseus parasiteert alle stadia van de witte vlieg.
  • Swirskii-System & Swirskii-Breeding-System: de roofmijt Amblyseius swirskii voedt zich met eitjes van de witte vlieg, maar ook met andere plagen.
  • Delphastus-System: de roofkever Delphastus catalinae voedt zich met alle stadia van de witte vlieg.
  • Gele Bug-Scan® vangplaten en Bug-Scan® vangrollen: monitoring kan ook helpen om de witte vlieg in het gewas te verminderen.

Voor meer informatie:
Biobest Group
www.biobestgroup.com
info@biobestgroup.com


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Twitter Rss

© GroentenNieuws.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven