Landbouwraden China, VS en Brazilië aan het woord

"Zorgvuldigheid op fytosanitair gebied opent grenzen"

Europa is een heel open economie. Veel landen daarbuiten zijn dat juist niet. Markttoegang vergt lange onderhandelingen met uitgebreide risico- analyses en garanties dat er geen ziekten binnenkomen. Pakt een land dat zorgvuldig aan en gedraagt de handel zich vervolgens keurig, dan is markttoegang prima mogelijk, aldus de landbouwraden in China, de Verenigde Staten en Brazilië.

Onderstaande artikel verscheen eerder in BuitensteBinnen, een halfjaarlijkse uitgave van Naktuinbouw. Het nummer vindt u hier.

China
In China geldt een simpel principe: “Fytosanitair zit China in principe op slot. Er is een duidelijk ‘nee-tenzij’ beleid. Een product doorloopt uitgebreide beoordelingsprocedures voordat het wordt toegelaten”, vertelt landbouwraad Henk Stigter vanuit Beijing. Aan de andere kant glippen er toch productstromen langs de officiële weg. “Een goed voorbeeld is de export van appelonderstammen op basis van vergunningen. Deze zijn zonder onderhandelingen afgegeven. Dat hangt samen met het nationale belang om meer fruit te produceren. Dit is in Europa ondenkbaar. Het gaat in potentie om materiaal met een hoog fytosanitair risico”, vertelt hij.


Van linksboven mee met de klok: Marianne Vaes, Bert Rikken, Henk Stigter(l) met Jan-Kees Goet (SG-LNV), en inspecteurs aan het werk.

Het verantwoordelijke Ministerie (General Administration of Customs China) is daar volgens Stigter dan ook niet zo gelukkig mee. “Maar lokale overheden zijn zo machtig. Zij regelen zelf de zaken”, zegt hij. Zo kan het voorkomen dat een Nederlands handelsbedrijf door goede contacten met lokale partijen zelf markttoegang regelt. “Terwijl dat in principe niet de bedoeling is. In China is het altijd ‘government-to-government’: je praat dus op overheidsniveau met elkaar. Vóór de echte onderhandelingen werken we altijd nauw samen met brancheorganisaties, zoals Anthos”, vertelt Stigter. Zo kennen we de wensen van het Nederlandse bedrijfsleven.

Bloembollen
Op dit moment zijn bloembollen in China het grootste land- en tuinbouw exportproduct uit Nederland. De markttoegang is verworven na bijzonder complexe onderhandelingen over ziekten, plagen en aantallen bollen. “Het is een exclusieve toegang voor dit Nederlandse product. Ons land is de top in bloembollen. Dat weten ze hier heel goed”, vertelt de landbouwraad. Daarnaast is de toegang voor zaden goed geregeld. Ook dat heeft te maken met het nationaal belang om de eigen productie omhoog te brengen. Het landbouwteam in Beijing werkt aan nieuwe protocollen voor uitgangsmateriaal van

Prunus, Malus en Pyrus. Daarnaast zijn er onderhandelingen over vaste planten en boomkwekerijproducten en eindproducten, zoals tomaat en appel. Deze vertraagden door de coronacrisis. Het protocol voor vruchtbomen beschrijft bijvoorbeeld alle risico’s nauwkeurig: Q-organismen, Regulated Non Quarantine Pests (RNQP) en kwaliteitsziekten. Verder zijn er altijd bijkomende eisen. “Op grond van het hele plaatje bepaalt men de manier van inspecteren. Bijvoorbeeld eerst door Naktuinbouw en vervolgens door een Chinese inspectiedienst. China wijst daarna kwekers aan die toestemming voor export krijgen”, zegt Stigter. Hij raadt bedrijven aan zich niet af te laten schrikken door de langdurige procedures. “Als je eenmaal groen licht hebt, kun je hier heel goede zaken doen.”

Verenigde Staten
Nederland heeft als grote exporteur van agrarische producten en uitgangsmateriaal een speciale positie voor de Verenigde Staten. Toch overleggen de Amerikanen in toenemende mate met de EU over markttoegang en fytosanitaire zaken. Dat doen zij EU-breed en niet met de afzonderlijke lidstaten. “Enerzijds is dat logisch: door de Plantgezondheidsverordening en de Controleverordening zijn de regels binnen de EU gelijk. Anderzijds spelen in EU-verband soms andere belangen bij de onderhandelingen een rol. Dat is voor Nederland soms lastig”, geeft Marianne Vaes aan. Zij is landbouwraad in Washington.

De handel ervaart die besprekingen over markttoegang soms als langdurig. Dat is ook zo, zegt Vaes. “De relaties op technisch niveau zijn heel goed. De Amerikaanse zorgen over insleep van ziekten zijn begrijpelijk. Maar als die zorg weg is door goede analyses en afspraken over de voorwaarden voor markttoegang, duurt het alsnog heel lang voordat de grens werkelijk open gaat.”

Dat is bijvoorbeeld zo op het gebied van appels en peren. “Eigenlijk is er geen reden meer om markttoegang niet toe te staan, maar het besluit valt steeds maar niet”, zegt ze. Het kan ermee te maken hebben dat men de markttoegang gebruikt als uitruilonderwerp bij zaken die over iets heel anders gaan.

Zaai-aardappelen
Er zijn gesprekken over de toegang van teeltmateriaal van Hibiscus, Gerbera en Phalaenopsis. Ook ‘true potato seed’ (zaai-aardappelen) is voor Nederland een belangrijk onderwerp. Omdat aardappel een grote teelt is, willen de Amerikanen maximale garanties tegen insleep van ziekten. “Tegelijkertijd merken we dat de vraag van Amerikaanse bedrijven naar ‘true potato seed’ groot is. Daardoor geven de autoriteiten het dossier een hoge prioriteit. Het gaat dan relatief snel door de procedures voor markttoegang. Het helpt als het importerende bedrijf zijn invloed bij de autoriteiten aanwendt”, zegt Vaes.

Verder is er overleg met het Amerikaanse Ministerie van Landbouw (USDA) over uitwisseling van ‘pre-basismateriaal’ van Fragaria, Prunus en Vaccinium. Dat is gegarandeerd gezond plantmateriaal waar moerplanten uit gekweekt worden. Naktuinbouw speelt hierbij een belangrijke rol om de Amerikanen te overtuigen. Kwaliteit-plus systemen laten zien wat Nederland in zijn mars heeft. Ze kunnen speciaal toegespitst worden op de Amerikaanse eisen. Op zich geniet Nederland veel vertrouwen in de VS. Onder meer dankzij het bloembollen-programma, waar ook de export van vaste planten aan gekoppeld is. Zowel de exportkeuring als de Amerikaanse importinspectie vinden in Nederland plaats. De inspecteurs kijken naar kwaliteit en naar ziektevrijheid.

Maar als spil in de agrarische handel heeft Nederland niet alleen te maken met ziekten en plagen uit eigen land, maar ook uit andere landen. Een voorbeeld is de Asian longhorned beetle (Oost-Aziatische boktor, Anoplophora chinensis). Naar aanleiding van een uitbraak in Nederland stelde de VS een verbod in op boomkwekerijmateriaal van meer dan 10 mm. Een andere is Tuta absoluta, die met groene trostomaten kan binnenkomen. “De handel moet daar rekening mee houden”, waarschuwt Vaes. “De grens gaat dicht bij vondsten van de meest gevreesde insecten. En dan beginnen alle onderhandelingen opnieuw.” Ze benadrukt dat de landbouwraden in elk land altijd nauw samenwerken met het Nederlandse Ministerie van LNV en de NVWA. Zij hebben de uiteindelijke verantwoordelijkheid.

Brazilië
Landbouwraad Bert Rikken komt veel vooroordelen tegen over Brazilië. “In het zuiden van het land ontwikkelde de landbouw zich. Precisieteelt met een hoge opbrengst. Daar kunnen Nederlandse bedrijven nog wat van opsteken. Er is een strenge milieuwetgeving. Men is kritisch op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en er is veel belangstelling voor biologische landbouw”, vertelt hij.

Brazilië dat ruim twee keer zo groot is als de EU, is heel interessant voor de Nederlandse agrobusiness. “Ware het niet dat het zo enorm protectionistisch is. Maar voor teeltmateriaal in de sierteelt (stek, zaad, bollen) is het land afhankelijk van import uit Nederland. Dat gaat redelijk goed. Veel Nederlandse bedrijven wachten tot het land werkelijk open gaat”, zegt hij.

De beschermende opstelling maakt dat elke nieuwe marktintroductie een heel lang bureaucratisch proces vergt. “Alle lopende dossiers zouden honderd jaar kosten. Maar wij hebben als ambassade mogelijkheden om een nieuw product bovenop de stapel te krijgen. Bedrijven kunnen daarbij veel meer onze hulp inroepen. We moeten dan wel de zekerheid hebben dat er export plaatsvindt.”

Rikken heeft een plantenziektekundige achtergrond, onder andere bij de NVWA. Zijn inhoudelijke kennis werkt goed bij zowel de risicoanalyses bij nieuwe producten (pest risk analysis) als bij incidenten. “De inspecteurs in de havens opereren onder twee bazen: het deelstaat Ministerie en het federale Ministerie. Soms houden ze een lading onterecht tegen. Wij kunnen dat oplossen door de overheid te wijzen op de fytosanitaire afspraken op nationaal niveau.”

Bureaucratie
Hij benadrukt dat er van willekeur weinig sprake is. De regelgeving is juist vrij duidelijk: “Alle import is verboden, tenzij men het na een gedegen analyse toestaat. Die toestemming vergt voor elk apart product een risicoanalyse, waarbij men alle ziekten en plagen meeneemt. Dat duurt lang; maar er komt langzaam verandering in. Men wil de bureaucratie verminderen. Als er eenmaal toestemming is, is het systeem hier erg handig. Je typt een gewas in en de uitkomst is duidelijk: het mag wel, of het mag niet.”

Veel simpeler dan de Europese wetgeving, verzuchten zijn Braziliaanse collega’s regelmatig. “Zij geven wel eens aan: bij Braziliaanse export richting Europa willen we ons graag aan de Europese regels houden, maar we snappen het af en toe gewoonweg niet. Dat komt omdat elk Europees land ze anders implementeert. Dat doen de deelstaten hier niet.”

Tijdens de coronacrisis zijn er internationale afspraken gemaakt om de belemmeringen voor de handel in voedsel en agrarische producten te verlagen. “We zien dat het effect heeft. Opeens is er vooruitgang op dossiers die al jaren lopen. Ze lijken soepeler te worden. Dat is ook interessant voor de sierteelt. Het vraagt wel zorgvuldigheid bij de handel. Er waren weleens problemen met de bollenmijt in teelt-materiaal van lelies. Dat zet de zaken weer op achterstand.”

bron: BuitensteBinnen, 14, juni 2020


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven