meetlat voor vergelijken milieu-impact middelen in de maak

“We moeten bij gewasbescherming af van de kilogrammendiscussie”

Tholen – Waar telers, teeltadviseurs en producenten van (groene) gewasbeschermingsmiddelen hun uiterste best doen om het telen steeds groener te maken, worden zij nog steeds afgerekend op de kilo’s gewasbescherming die zij gebruiken, ook als die middelen veel groener zijn dan oudere alternatieven.

Dat steekt en dus deed Helma Verberkt, Beleidsspecialist en Programmamanager Plantgezondheid bij Glastuinbouw Nederland, vorige week bij de presentatie van Oroganic, zo’n ‘groen’ gewasbeschermingsmiddel, een oproep: “Kijk naar milieu-impact en niet – alleen – naar kilo’s.”

Wijzen naar kilo’s
Om dat laatste beter mogelijk te maken werken diverse partijen (Wageningen University & Research, Stichting Natuur en Milieu en het Centrum voor Landbouw en Milieu aan de ontwikkelaarskant en maatschappelijke organisaties, overheden, afzetpartijen en MPS) samen met de productiesectoren aan een meetlat met de naam Milieu-Indicator Gewasbescherming (MIG).

Biologische bestrijders per gewas, CBS-cijfers juli 2018

Op die manier moet het straks mogelijk zijn om snel en eenvoudig inzichtelijk te maken welke stappen er in de diverse teelten al zijn gezet, verwacht Helma. “Nu zag je bijvoorbeeld het aantal kilo’s gewasbescherming dat is gebruikt, in de CBS-cijfers gelijk blijven of soms toenemen, maar dat zegt eigenlijk niet zoveel over hoe groen er is geteeld. De enorme winst op het vlak van milieu-impact is in dit soort cijfers niet terug te zien. Alleen in de publieke opinie dringt dat niet door en wordt al snel en makkelijk naar die toename in kilo’s gewezen.”

tekst gaat verder na tabellen
Middelengebruik 2004-2016 (kg w.s./ha) op basis van cijfers WUR en CLM. De cijfers t/m 2020 volgen nog later dit jaar.


Milieubelasting 2004-2016, eveneens op basis van cijfers WUR en CLM. Hierbij valt de gigantische daling in milieubelasting op in vrijwel alle teelten en speciaal komkommer en roos.

Green Deal
Ook in de plannen voor de Green Deal met als streven een halvering van het middelengebruik neigt er te veel te worden gekeken naar kilo’s. Vanuit Glastuinbouw Nederland werd daarom een filmpje opgenomen waarin teler Wouter van den Bosch en voorzitter Sjaak van der Tak namens de brancheorganisatie uitleggen dat middelen nodig blijven, indien mogelijk steeds vaker groene middelen.

Druk op aantal werkzame stoffen
Ook de druk vanuit waterschappen, NGO’s, de retail en de maatschappij op het middelengebruik is groot, ziet Helma. “Naast de kilo’s ligt hier ook veel nadruk op inperken van het aantal werkzame stoffen. Dat is alleen precies wat je níet moet willen, want op die manier wordt de sector ‘gedwongen’ breedwerkende middelen te gebruiken, terwijl iedereen nu juist zo goed op weg is om specifieke middelen te ontwikkelen, met een lage milieu-impact, die in één totaalpakket, inclusief diverse maatregelen als monitoring en biologische bestrijders, met elkaar samenwerken.

Daarnaast wordt het water in de kassen steeds meer hergebruikt en gezuiverd alvorens het wordt geloosd. Op deze wijze wordt de milieu-impact verder verlaagd en is de milieu-impact per eenheid product tomaat, bloem of plant in de Nederlandse glastuinbouw heel laag.”

Kas als Ecosysteem
Het doet Helma goed om te zien dat er door producenten van gewasbeschermingsmiddelen continu wordt geïnnoveerd. “Zaak is daarbij wel dat stoffen niet te veel individueel worden gepositioneerd, maar als onderdeel van een totaalpakket. Daar werken wij in de glastuinbouw namelijk naartoe onder de noemer ‘Kas als Ecosysteem’. Overigens blijft daarbij ook een belangrijke rol weggelegd voor innovatieve veredeling, hightech en hygiëne in de kas, want ook dat helpt om minder middelen te hoeven gebruiken.”

Natuurlijke oorsprong
Zo’n innovatie in het middelenpakket is Oroganic, geïntroduceerd door Oro Agri. Het is een gewasbeschermingsmiddel op basis van sinaasappelolie. De eerste grote en kleinere toelatingen zijn inmiddels binnen, zodat tomaten-, komkommer-, paprika- en snijbloementelers het middel al toe kunnen passen in de plaagbestrijding. “Mooi is bij dit middel dat de werkzame stof een overduidelijk natuurlijke oorsprong heeft.”

Laag-risicoproducten sneller vrijgeven
Oroganic staat te boek als ‘laag-risicoproduct’ van natuurlijke oorsprong en zo zijn er steeds meer middelen die onder de noemer ‘groene chemie’ geschaard kunnen worden. Toch is de toelatingsprocedure precies hetzelfde als bij reguliere chemie: lang en kostbaar.

“Ik ben voorstander van het snel vrijgeven van middelen zodra is aangetoond dat het een laag-risicoproduct is”, geeft Helma aan. “Iedere zichzelf en zijn producten respecterende producent bouwt na verloop van tijd alsnog een enorm papierdossier op tijdens het testen. Daarom kan toelating volgens mij soms sneller en korter. Dat helpt de sector vergroenen.”


Helma Verberkt (Glastuinbouw Nederland), uiterst links tijdens de presentatie van Oroganic geflankeerd door Carol Pullen (Oro Agri), Ike Vlielander (Dümmen Orange) en Martien Melissant (Oro Agri). 

Milieu-impact vergelijken
Omdat Oroganic een contactmiddel is, bestaat wel het risico dat de teler van dit groene middel meer moet gebruiken bij bestrijding van bijvoorbeeld spint of wittevlieg, voorziet Helma. En daar komt dan weer de hele kilogrammendiscussie om de hoek kijken. “Als nu veel telers overstappen op dit soort middelen en de kilo’s oplopen, zou het fijn zijn als wij eenvoudig de milieu-impact in vergelijking met oude middelen met een hogere milieu-impact kunnen aantonen in de MIG.”

Voor meer informatie:
Glastuinbouw Nederland
Helma Verberkt
hverberkt@glastuinbouwnederland.nl 


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven