De wereldbevolking groeit exponentieel, wat betekent dat ook de voedselproductie toeneemt. Om tegemoet te komen aan alle vraag, maken telers massaal gebruik van traditionele gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen om meer te kunnen telen en te voorkomen dat plagen de gewassen vernietigen. Dit heeft echter een prijs, want de hoge toxiciteit van deze stoffen doet ook miljoenen soorten verdwijnen.
De meest agressieve gewasbeschermingsmiddelen zijn sinds jaren verboden in EU-landen, maar worden nog steeds gevonden in de stroomgebieden van vele rivieren. Naast de aantasting van plant- en diersoorten veroorzaakt het onjuiste gebruik van deze stoffen volgens de VN jaarlijks de dood van 200.000 mensen, met name in ontwikkelingslanden.
Maar is het gebruik van traditionele bestrijdingsmiddelen werkelijk nodig om de wereld te kunnen voeden? Een wetenschappelijk artikel dat deze maand in het gespecialiseerde tijdschrift Communications Biology werd gepubliceerd stelt van niet en noemt natuurlijke vijanden als alternatief voor beschermingsmiddelen. Het gaat om een biologische controle van plagen, waarvan experts verzekeren dat het de druk op de bodem verlicht en bijdraagt aan het behoud van de natuurlijke omgeving.
Het artikel is geschreven door een groep onderzoekers van de Universiteit van Landbouw en Bosbouw van Fujian (China) en het Centrum voor Internationale Samenwerking in Agronomisch Onderzoek voor Ontwikkeling (CIRAD). Het gaat om entomologen (experts op het gebied van insecten), biologen die gespecialiseerd zijn in het behoud van ecosystemen, agro-ecologen en geografen.
Het doel van de experts is om een einde te maken aan de wijdverbreide overtuiging dat de biologische controle van plagen, vanwege een lagere effectiviteit, een gevaar zou vormen voor zowel de gewassen als de mensheid. Om dit te doen, richtten de onderzoekers zich op een van de grootste vijanden van cassave (Manihot esculenta), een gewas dat op grote schaal geteeld wordt in Amerika, Afrika en Oceanië, vanwege de wortelknol die een hoge voedingswaarde heeft.
De resultaten van de studie zijn met name bedoeld voor telers in Thailand, Vietnam, Cambodja en Laos, die bijna de volledige wereldwijde exportmarkt van cassave beheersen. De resultaten van het onderzoek bieden namelijk een effectieve oplossing voor het beperken van de groei van de cassave wolluis (Phenacoccus manihoti), een insect dat in 2008 grote gebieden met cassaveteelt in Thailand begon te verwoesten.
Telers reageerden door hun akkers te besproeien met schadelijke bestrijdingsmiddelen die een verhoogd risico opleverden voor mens en milieu. Hun reactie was echter gerechtvaardigd aangezien ze 20% van de verwachte winst voor dat seizoen verloren.
Na dit voorval vroegen Thaise autoriteit hulp aan het Internationale Instituut voor Tropische Landbouw in Benín, dat tientallen jaren eerder verschillende Afrikaanse landen geholpen had deze plaag te controleren.
Ze slaagden erin de plaag onder controle te krijgen door het introduceren van de sluipwesp van de Anagyrus lopezi soort. Deze legt zijn eieren op de cassave wolluis. De larven voeden zich met de gastheer, waardoor ze met hem afrekenen.
Vanwege het succes in Afrika werd in 2010 in Thailand dezelfde techniek toegepast. Dankzij deze behandeling werd een groot deel van de in 2008 aangetaste hectares teruggewonnen en werd de ontbossing ook aanzienlijk verminderd. Onlangs gepubliceerde satellietbeelden laten op sommige plaatsen een afname van de ontbossing van 30 tot ruim 90% zien.
Bron: lavanguardia.com