Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
structuur achteraf aanpassen blijkt nauwelijks mogelijk

Uitvinders let op: richt innovaties fiscaal slim in!

Gonst uw bedrijf van de innovatiedrang? Vergeet dan niet om tijdig de juiste fiscale structuur te kiezen voor innovatieve (nieuwe) activiteiten. Uw verbeteringen kunnen namelijk flink fiscaal voordeel opleveren. Mits ze voldoen aan de voorwaarden.

"Wat wij in de praktijk regelmatig tegenkomen, is dat ondernemers te weinig structuur aanbrengen wanneer ze een innovatie traject ingaan", vertelt belastingadviseur Stefan van Vliet van BDO. “Denk aan een directeur die iets super-innovatiefs ontwikkelt, maar hij is in dienstbetrekking bij zijn eigen personal holding. De winst die uit de innovatie voortvloeit, realiseert hij in de dochter-vennootschap. Als hij niet tijdig zijn structuur hierop heeft aangepast, loopt hij aanzienlijke belastingvoordelen mis."


Entreebewijs

De belastingvoordelen waar Van Vliet op doelt zijn tweeledig: de loonkosten van de directeur die aan een innovatie werkt, kunnen voor WBSO-subsidie in aanmerking
komen. Deze subsidie volgens de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk geeft verlaging van de loonbelasting. Belangrijker: de toekenning van deze subsidie is het ‘entreebewijs’ voor toepassing van de Innovatiebox. En die betekent dat de opbrengsten die uit de innovatie voortvloeien, worden belast tegen slechts 5% vennootschapsbelasting in plaats van de reguliere 25%.

Deze belastingbesparing kan echter alleen worden gerealiseerd als wordt voldaan aan de diverse voorwaarden. Een van deze voorwaarden is dat het entreebewijs aan de belastingplichtige die de winsten realiseert, is afgegeven. "Om dan voor de Innovatiebox in aanmerking te komen, zou bijvoorbeeld de vorming
van een fiscale eenheid tussen de holding en de werkmaatschappij een oplossing kunnen zijn”, licht Van Vliet toe. “Daarom hameren wij op de structuur. Want op het moment dat niet aan de voorwaarden is voldaan, kun je de toepassing van de Innovatiebox meestal vergeten. Een eenmaal gemaakte fout in de structuur is nauwelijks te repareren. Daarom is het belangrijk dat wij de ondernemer van begin af aan kunnen adviseren. Als je het meteen goed regelt, heb je daar achteraf profijt van.”

Profiteren

Van Vliet ziet het in de praktijk echter nog vaak mis gaan. “Wat wij ook tegenkomen, is dat een ondernemer in privé iets moois ontwikkelt. Daarna realiseert hij winst met die innovatie en brengt hij zijn IB-onderneming in een BV in. Dit kan door de eenmanszaak aan een nieuw opgerichte BV te ‘verkopen’, de zogeheten ‘ruisende inbreng’ of door de eenmanszaak om te zetten in een BV, de zogeheten ‘geruisloze inbreng’. In de eerste variant kan hij niet meer profiteren van de Innovatiebox. Had hij voor een omzetting gekozen, dan was dat wél mogelijk geweest. In geld uitgedrukt kan dat een enorm verschil uitmaken."

Voor meer informatie:
Stefan van Vliet
stefan.van.vliet@bdo.nl
Publicatiedatum: