Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
App icon
FreshPublishers
Openen in de app
OPENEN

'Nederlands toelatingsbeleid gewasbeschermingsmiddelen is zorgvuldig en veilig'

De actualiteit over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen op basis van neonicotinoïden is voor Bart Bosveld, directeur van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), reden om nogmaals uiteen te zetten dat het Nederlands toelatingsbeleid zorgvuldig en veilig is. Middelen op basis van neonicotinoïden moeten voldoen aan strenge regels en worden getoetst aan diverse waterkwaliteitsnormen.

Neonicotinoïden is een verzamelnaam voor verschillende door de Europese Commissie beoordeelde en toegelaten werkzame stoffen die toegepast worden als insecticiden. Van de 7 door Europa toegelaten neonicotinoïden blijkt uit laboratoriumstudies dat er 3 gevaarlijk zijn voor honingbijen: clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam.

Veldstudies

Echter voordat een middel op basis van één van deze werkzame stoffen door het Ctgb kan worden toegelaten, moet eerst met veldstudies aangetoond worden dat bij de aangevraagde doseringen geen onacceptabele effecten optreden bij bijen. Hiervoor zijn veldstudies met complete bijenvolken verplicht gesteld omdat deze een beter beeld geven van de werkelijk te verwachten effecten dan laboratoriumstudies met individuele bijen. Wanneer een middel op basis van een neonicotinoïde toegelaten wordt in Nederland is aangetoond dat het gebruik van dát middel niet leidt tot een gevaarlijk hoge blootstelling van bijen.

Vanwege de aard van neonicotinoïden stelt het Ctgb eisen aan het gebruik van deze middelen om een onacceptabel hoge blootstelling van bijen te voorkomen:

* Het is verboden deze middelen tijdens de bloei van het gewas toe te passen.
* Bloeiende onkruiden moeten verwijderd worden zodat geen bijen aangetrokken worden naar de plek waar het middel toegepast wordt.
* Bij toepassing als zaadbehandelingsmiddel wordt geëist dat de hechting aan het zaad dermate goed is dat voorkomen wordt dat het middel tijdens het zaaien vrijkomt in de lucht.
* Er zijn speciale eisen gesteld aan zaaimachines voor maïs, zoals het gebruik van een deflector, zodat het stof tijdens het zaaien naar de grond geblazen wordt en niet in de lucht.

Als deze voorschriften nageleefd worden, treden er geen onacceptabele risico's op. Controle op naleving van de voorschriften in de praktijk gebeurt door de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit die bij overtreding een boete kan uitschrijven.

Oppervlaktewater

Voor de toelating van een gewasbeschermingsmiddel toetst het Ctgb het specifiek aangevraagde gebruik aan twee verschillende normen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater; namelijk de 'slootnorm' uit de EU richtlijn voor gewasbeschermingsmiddelen en de jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm uit de Kaderrichtlijn Water. Voor imidacloprid blijken deze normen op diverse plaatsen in Nederland te worden overschreden. In de regelgeving voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen is vastgelegd dat een toelating ingetrokken kan worden als aangetoond wordt dat deze specifieke toepassing leidt tot de geconstateerde overschrijding van de norm. Als geen relatie gelegd kan worden tussen het gebruik door een specifieke toelating en de normoverschrijding in het oppervlaktewater mist het Ctgb een rechtsgrond om deze toelating aan te passen of in z'n geheel in te trekken.

Nieuwe methode

Momenteel werkt het Ctgb mee aan de ontwikkeling van een methode waarbij beter in kaart gebracht kan worden wat precies de oorzaak is van overschrijdingen van de normen voor het oppervlaktewater. Met deze methode wordt het beter mogelijk een relatie te leggen tussen een bepaalde toelating en het effect hiervan op de oppervlaktewaterkwaliteit. Indien nodig kunnen dan maatregelen genomen worden zoals het stellen van extra eisen aan het gebruik van het middel of het intrekken van de toelating van het middel.

Bezwaren worden getoetst

Het Ctgb toelatingsproces verloopt zorgvuldig. Belanghebbenden kunnen bezwaar aantekenen tegen een besluit van het college; bijvoorbeeld als men van mening is dat meer meetgegevens hadden mee moeten wegen om tot een toelating te komen. Elk bezwaar wordt getoetst door een onafhankelijke commissie van deskundigen. Deze commissie brengt een advies uit aan het Ctgb. Uiteindelijk neemt het Ctgb dan een besluit waartegen beroep bij de rechter open staat.

Bron: Ctgb
Publicatiedatum: