U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

App icon
FreshPublishers
Openen in de app
OPENEN

Door satellietbeelden kan oogstopbrengst nauwkeurig worden ingeschat

Voor een goede en constante voedselvoorziening is het voor landen en regio's van groot belang om te weten hoeveel oogst een bepaald gebied zal opbrengen. Promovendus Mobushir Riaz Khan van de faculteit ITC van de Universiteit Twente ontwikkelde een methode om met behulp van satellietbeelden te bepalen welke gewassen ergens geteeld worden. Ook kan de methode met 95% nauwkeurigheid inschatten hoeveel oogst een gebied zal opleveren. Khan promoveert op 23 februari aan de faculteit ITC op zijn onderzoek.

Voor de voedselveiligheid, voor de verdeling van landbouwsubsidies en om optimaal gebruik te kunnen maken van beschikbare landbouwgrond is het voor beleidsmakers van groot belang om in te kunnen schatten welke gewassen in een bepaald gebied groeien en hoeveel ze zullen opbrengen. Voor een groot gebied is het normaliter lastig om dit te bepalen. Mobushir Riaz Khan van de faculteit ITC van de Universiteit Twente ontwikkelde een methode om met behulp van satellietbeelden nauwkeurig in te kunnen schatten welke gewassen ergens groeien en hoeveel er geoogst kan worden. De methode is niet alleen een uitkomst voor de rijkere landen, maar juist ook voor de armere landen aangezien de vereiste satellietbeelden gratis zijn.

Doorontwikkeling

Uit een onderzoek onder professionals die werken met landbouwkaarten blijkt, dat de overgrote meerderheid van hen meerwaarde ziet in de nieuwe methode en geïnteresseerd is om deze te gebruiken. Khan en andere onderzoekers van het ITC zullen de methode verder doorontwikkelen zodat deze nog nauwkeuriger wordt en geschikt is voor meer verschillende typen gewassen en gebieden.

Bron: Universiteit Twente
Publicatiedatum: