PT-bestuur: criteria plantgezondheidsfonds uitwerken
De uitvoeringsregels leggen onder meer (preventieve) maatregelen vast voor teelt en handel om introductie en verspreiding van zogeheten Q-organismen te voorkomen. Bij de schadelijke organismen gelden Brusselse regels (de Europese Fytorichtlijn) voor bestrijding ervan, waarbij de schade voor individuele ondernemers fors kan oplopen. Het plantgezondheidsfonds kan er in dat geval voor zorgen dat die ondernemers niet failliet gaan. Aan de uitkering zijn echter wel criteria verbonden. Ondernemers die bijvoorbeeld onaanvaardbare risico’s nemen die resulteren in de besmetting met het Q-organisme, komen niet voor een uitkering in aanmerking.
In opdracht van het PT voert het LEI momenteel een onderzoek uit naar de financiële uitwerking van het fonds. In eerste instantie is het gericht op de sector bomen en vaste planten, op verzoek van de nieuwe vakgroep Bomen en Vaste Planten van LTO Nederland en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I). Andere sectoren kunnen aanhaken. Per sector zal een peiling naar het draagvlak worden gehouden, bijvoorbeeld met bijeenkomsten waarin tekst en uitleg wordt gegeven over de exacte invulling van het fonds. Het ministerie van EL&I ziet goede kansen om via dit fonds bij calamiteiten een beroep te doen op EU-fondsen. Het ministerie zet zich ervoor in om dit te regelen via het huidige en het toekomstige EU-landbouwbeleid.
Dit fonds wordt overigens pas gevuld via heffingen, als er een calamiteit heeft plaatsgevonden en gedupeerde ondernemers schadeloos moeten worden gesteld. Dan is precies bekend hoeveel geld nodig is. Vooruitlopend op de bestuursvergadering van het PT gaven 57 ondernemers te kennen hun bedenkingen te hebben bij het fonds. Het PT zal hen individueel per brief van het bestuursbesluit op de hoogste stellen en daarbij melden hoe het vervolgtraject zal verlopen.
Bron: Productschap Tuinbouw, www.tuinbouw.nl