Wat is wolluis en hoe bestrijdt je het?

Wolluis is een wijdverspreide plaag die vooral sierplanten, druiven en citrusvruchten aantast. Soms veroorzaakt het ook problemen in groenten en zachtfruit onder glas. Specialist IPM- & bestuiving David Abeijon van Biobest legt hieronder uit op welke tekenen en symptomen telers moeten letten bij het controleren van gewassen. Hij weet precies waarom de plaag chemisch zo lastig te bestrijden is bespreekt de biologische oplossingen die de producent van biologische gewasbeschermingsmiddelen aanbiedt. 

Wolluizen boren samen met de schildluizen tot de familie Coccoidea. Ze zijn ook onderdeel van de familie van de Pseudococcidae, met als belangrijkste plaagsoorten de geslachten Pseudococcus en Planococcus.

Wolluizen kunnen virussen overbrengen, waaronder GLRaV (‘Grapevine Leafroll-associated Virus’) dat wereldwijd een steeds groter probleem wordt in wijnproducerende gebieden.

Wolluizen zijn weinig mobiel. Daarom hangen uitbraken van plagen grotendeels af van klimatologische omstandigheden.

Tekenen & symptomen
Het schadebeeld is divers. Wolluizen bedekken de stengels, blad- en bloemknopen met witte, pluizige was. Ze hebben, net als bladluizen, doordringende monddelen waarmee ze sap uit de plant zuigen. Het teveel aan suiker scheiden ze af als honingdauw. Daardoor worden de bladeren, stengels en vruchten kleverig. Het oppervlak kleurt vervolgens vaak zwart vanwege roetdauw. Deze schimmel groeit namelijk graag op honingdauw en heeft een negatieve invloed op de fotosynthese van de plant. Honingdauw trekt ook mieren aan. Deze insecten beschermen de wolluizen tegen natuurlijke vijanden en belemmeren daarmee soms ook de werking van biologische bestrijdingsmiddelen.

Het moge duidelijk zijn: wolluizen verminderen de esthetische waarde van de plant en tasten bij een ernstige aantasting de gezondheid en groei aan. Verwelking ligt dan op de loer.

Monitoring
Controleer tijdens het scouten vooral de verbindingen op de plant, zoals bladoksels en vruchtkelken. Dit zijn comfortabele schuilplaatsen voor wolluiskolonies.  

Wijnstokken, citrusvruchten en andere gewassen in de open lucht vragen om bijzondere aandacht.  De plaag kan zich namelijk onder de schors of zelfs in de wortels verbergen. In het voorjaar steekt het dan de kop weer op. Over het algemeen verspreiden de luizen zich eerst over de  boom of struik voordat ze nieuw jong blad of pas gevormde vruchten aandoen. Echter, in sommige gewassen, zoals bosbessen, kan de plaag zich al in de ongeopende knoppen bevinden.

Daarom is het ook zo moeilijk om wolluis te bestrijden met chemicaliën, bespuitingen raken zelden elke kolonie. Daarnaast worden de plaagdieren beschermt door hun eigen ‘wollaagje’. Nuttige organismen daarentegen laten zich niet zo makkelijk tegenhouden. Zij gaan actief op zoek naar de plaag en prederen deze.  

Gastheerbereik
Wolluizen hebben een breed gastheerbereik. Ze koloniseren zowel sierplanten als gewassen in de volle grond, waaronder citrusvruchten, druiven, frambozen, blauwe bessen, bananen, granaatappels en pistachenoten, enz. Soms kunnen ook in kassen geteelde groenten – zoals paprika's, tomaten en aubergines – worden aangetast.

Hoe ziet het eruit?
Allereerst is het belangrijk op te merken dat vrouwelijke en mannelijke wolluizen er totaal verschillend uitzien.

Vrouwtjes zijn ovaalvormig en worden bedekt met een witte wasachtige laag, waardoor het lijkt alsof ze bedekt zijn met een wit poeder. Sommige soorten kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van de patronen die door de witte laag worden gevormd.

Mannetjes daarentegen lijken op kleine vliegjes met een enkel paar witte/doorschijnende vleugels en een roodachtig/rozig gekleurd lichaam. Ze zijn vrij klein in vergelijking met de vrouwtjes. Aangezien ze geen monddelen hebben, voeden de mannetjes zich niet met planten en kunnen ze uiterst moeilijk in het gewas worden waargenomen.


Mannelijke citruswolluis, Planococcus citri 


Pseudococcus viburni 

Levenscyclus
Wolluizeneieren ontwikkelen zich in wasachtige massa's, follikels genaamd. Vrouwtjes doorlopen drie nimfenstadia, met sterk gelijkende morfologie, voordat ze volwassen worden.

De mannetjes volgen een andere weg; tijdens de eerste twee nimfenstadia zijn ze identiek aan de vrouwtjes, maar in het derde stadium verpoppen ze zich, waarna ze uitgroeien tot een vliegend volwassen insect – vergelijkbaar met een vlieg.

Oplossingen
Om weloverwogen IPM-beslissingen te kunnen nemen, is het belangrijk om de juiste monitoringinstrumenten te gebruiken, stelt Biobest dat het volgende advies geeft. Het is raadzaam om gele vangplaten, of Delta Trap-vallen, te gebruiken om de volwassen mannetjes te monitoren – de enige levenscyclusfase die kan vliegen. Als de soort van tevoren gekend is, kan het best gebruik gemaakt worden van lokferomonen in vallen en op kaarten.

Biobest heeft een gamma nuttige insecten om wolluisuitbraken te helpen bestrijden:

  • Het lieveheersbeestje Cryptolaemus-System (Cryptolaemus montrouzieri) wordt wel ‘de wolluisvernietiger’ genoemd en is vrij specifiek voor de bestrijding van Pseudococcidae.
  • De larven van de groene gaasvlieg Chrysopa-System (Chrysoperla carnea).
  • Het is raadzaam het gebruik van bovenstaande predatoren te combineren met Anagyrus-System (Anagyrus vladimiri). Deze sluipwesp heeft een groot zoekvermogen en parasiteert zowel de 2e als 3e nimfenstadia als de volwassen vrouwtjes.

Voor meer informatie: 
Biobest Group
www.biobestgroup.com
info@biobestgroup.com

 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven