Middelen getest op bladluisbestrijding openluchtteelt kropsla

Sinds het wegvallen van zaadcoatings in verschillende teelten, waaronder kropsla, is het niet altijd evident om bladluizen onder controle te houden. Daarom werd in de zomer van 2021 een proef aangelegd om verschillende middelen te evalueren op hun werking tegen bladluizen bij openluchtteelten, zo deelt het Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt (PCG) uit Kruishoutem.

Naast veldbespuitingen werd ook een product toegediend door middel van een plantbakbehandeling. Deze methode biedt de mogelijkheid reeds bij de plant bescherming te bieden, waarbij de toepassing uniform kan gebeuren zonder veel verlies aan efficiëntie door drift of weer.

De proef werd geplant op 20 augustus, daags voordien gebeurde de plantbakbehandeling. Rond half september werden bladluizen in het veld waargenomen waarna de eerste veldbespuiting werd uitgevoerd. 12 dagen later werd een tweede behandeling uitgevoerd. Kort voor deze behandeling en 12 dagen erna werden tellingen uitgevoerd van het aantal bladluizen.

Hoogste efficiëntie bij middelen met (beperkt) systemische werking
In de onderstaande figuur zijn het aantal bladluizen per krop weergegeven op de beoordelingsmomenten. Het is duidelijk dat alle behandelingen een goed effect hadden gedurende de proef. Er kon dan ook een significante reductie bekomen worden. Op het einde van de teelt was het aantal bladluizen per krop echter nog steeds hoog in bepaalde objecten. Decis EC en het proefmiddel 21/006 (tevens van de pyrethroïdenfamilie) toonden een mindere werking, hoewel er nog steeds een reductie van 70 à 85% was. De andere behandelingen die (beperkte) systemische eigenschappen hebben, leverden het sterkste resultaat. De lichte stijging die zichtbaar is bij Pirimor, Closer en proefmiddel 09/008 is te verklaren door de eenmalige toepassing, waarbij het proefmiddel op de plantbak werd toegediend.

Weinig effect op natuurlijke vijanden
Bij de laatste beoordeling werd ook een telling uitgevoerd van het aantal geparasiteerde bladluizen om mogelijke neveneffecten op de natuurlijke vijanden te evalueren. Maar daar werden geen verschillen gevonden. De meeste geparasiteerde bladluizen werden op de onbehandelde planten gevonden, niet onlogisch aangezien daar ook de meeste bladluizen te vinden waren.

De proef werd uitgevoerd met steun van Veiling REO en gefinancierd door de Europese Unie in het kader van GMO.

Bron: PCG


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven