Niet armatuur, maar teelt en oplossing centraal in belichtingsproject Schenkeveld

Tholen – Lachend geeft Richard Schenkeveld op de vrijdag voor Sinterklaas een chocolademunt aan Arno Wartewig van Orance. “De eindafrekening”, verklaart de tomatenteler van het gelijknamige grote teeltbedrijf grinnikend. Op de locatie aan de Veenakkerweg in Den Hoorn werd dit najaar een compleet vernieuwde hybride belichtingsinstallatie in gebruik genomen. Het belichtingsadvies en -engineeringsbureau begeleidde het project, waarin enkele hele bewuste keuzes zijn gemaakt. Eén daarvan: niet het armatuur, maar de teelt en de oplossing stonden in de ruim twintig uur aan voorbereidingsgesprekken centraal.

In 2013 begon tomatenteler Schenkeveld aan de Veenakkerweg voor het eerst met belichting, HPS-belichting in één van beide blokken van 6 hectare. Na jaren trouwe dienst was de installatie op de locatie aan groot onderhoud toe. Voor de telers, naast Richard ook directielid Joost Barendse, verantwoordelijk voor de teelt op de locatie, het moment om keuzes te maken. Of alle kappen en bollen vervangen óf overschakelen naar hybride belichting.


Richard Schenkeveld en Joost Barendse aan tafel. In het belichtingsproject ging ruim twintig uur aan voorbereidingsgesprekken samen met Orance zitten

Andere koek
Het werd dat laatste. Niet door één-op-één, zoals misschien voor de hand ligt, 2 van de 4 1000 watt HPS-armaturen per tralie in te wisselen voor LED, maar door de installatie aan te passen naar een om-en-om LED en HPS dambordpatroon met 5 armaturen per tralie. “Voordat wij investeren, denken we eerst tien keer na”, is Richard duidelijk. “We willen voorlopen op het gebied van tuinbouwtechniek, maar kiezen niet zómaar voor iets. Ook deze keer niet.”

Orance werd in de hand genomen. “Wij kenden Arno al vanuit de tijd van de installatie van de belichting op deze locatie in 2013. Maar dat is niet alles. Ik koop veel technieken zelf in en kan aardig meekomen als het over bijvoorbeeld water- of verwarmingstechniek gaat. Belichting is echter wel andere koek. Dat is ingewikkelder, complexer.”


Hybride belichting op de Veenakkerweg bij Schenkeveld

Architect
Gevraagd naar wat de belangrijkste aandachtspunten waren bij de keuze voor belichting in 2013 herinnert hij zich printplaatuitval en spanningsverlies, de hoeveelheid armaturen op een paneel en de dikte van kabels. Technische zaken. Tegenwoordig domineren zulke zaken vanzelfsprekend nog steeds, maar omdat het aantal aanbieders met de opmars van LED-belichting geëxplodeerd is, is het er allemaal niet makkelijker op geworden. “Je kunt overal armaturen krijgen, maar de verschillen zijn groot”, zegt Arno zonder overdrijven. “Telers zien hierdoor door de bomen het bos echter niet meer.”

Hij kan het weten, want alleen al dit jaar zat Orance bij zo’n vijfentwintig belichtingsprojecten om tafel als adviseur/architect. “Ja, architect, want de werkzaamheden van Orance hebben daar veel weg van”, knikt Richard. “Al zoek ik eigenlijk nog naar een passendere omschrijving, want als je het mij vraagt biedt Orance ook een soort makelaarsdiensten. Zo heeft Arno voor ons alle contacten met leveranciers onderhouden en de contractbesprekingen gedaan.”


Arno Wartewig, René van der Sar en Orchan Koelijev van Orance

Vijf armaturen
In de huidige belichtingsmarkt gaat het veel over micromol-watt-verhoudingen, ziet Arno. “Volgens ons is het echter nog belangrijker om naar de optimale verhouding tussen een eenheid energie en de eenheid eindproduct die je hiermee kunt behalen te kijken. En uiteindelijk natuurlijk het rendement per vierkante meter.”

Bij Schenkeveld resulteerde speciale aandacht voor die rekensom erin dat er niet vier, maar vijf armaturen per tralie zijn opgehangen. In eerste instantie werd de bestaande installatie als uitgangspunt genomen. Joost: “Met wat wij aan micromollen nodig hebben, hebben we gekeken naar de installatie. Die bleek goed, ook bij deels overstappen op LED.” Toch werd uiteindelijk de installatie aangepast? “Klopt, toen bleek dat we naar vijf armaturen wilden gaan, moest de bekabeling aangepast worden.”

Richard en Arno knikken. “René (van der Sar, hij rekende de hele installatie technisch door) kwam met het idee om met een kleine aanpassing aan de bekabeling toch vijf armaturen op te hangen”, stipt Arno de belangrijke bijdrage van zijn compagnon aan. “René kijkt bij ons vaak naar het technische gedeelte van installaties, het hele energieplaatje in combinatie met bestaande infrastructuur. Hij is op dit gebied echt de expert.”

Een soort ‘tussenbelichting’
De bestaande installatie werd, zoals gezegd, als uitgangspunt genomen, maar misschien in eerste instantie nog wel belangrijk was de kas. Die is aan de Veenakkerweg ‘vrij laag’, geeft Joost aan. “Daar moet je rekening mee houden als je gaat belichting. De afstand van de top van het gewas tot de onderkant van je armaturen is maar 1,30 meter. Als je dan zowel een goede lichtverdeling in de kop van je gewas wilt als voldoende licht dieper in je gewas, moet je goed gaan kijken en rekenen.” Voor de telers is, op basis van ervaringen met de belichte teelt met HPS in de kas, genoeg licht dieper in het gewas van nog groter belang dan de lichtverdeling in de kop. “Hiermee realiseer je betere producties.”

Tussenbelichting is een optie om meer licht dieper in het gewas te krijgen. Toch kozen de telers hier heel resoluut niet voor. Arno: “Tussenbelichting is een relatief duur micromolletje. Daarnaast bestaat er zoiets als de wet van de verminderde meeropbrengst. Volgens deze theorie gaat de efficiëntie afbuigen boven de 300/350 micromol. Uiteraard afhankelijk van heel wat andere factoren, maar op dit ogenblik kan men tot 300 micromol relatief efficiënt belichten boven het gewas. Hier realiseren we 250 micromol, dus tussenbelichting is nooit echt een optie geweest.” Richard vult aan: “Dankzij ontwikkelingen op het gebied van HPS-reflectoren komt het licht al steeds beter en dieper in het gewas en bovendien zou je kunnen zeggen dat wij, door de keuze voor vijf armaturen, nu met een armatuur boven elk pad alsnog een soort ‘tussenbelichting’ hebben gecreëerd.”

Gekozen is voor een dambordpatroon, met een veredeling van HPS en LED

Afschakelen
In week 38 werd met belichten gestart en in week 40 kwamen daar de LED-armaturen bij. “Installateur BG Installaties heeft eerst in onze oude teelt de installatie aangepast en vervolgens zijn de LED-armaturen erbij gehangen”, verklaart Richard. Sindsdien zijn de telers begonnen met ervaring opdoen. Joost: “Daarbij maak ik niet direct gebruik van extra sensoren, maar wel hebben we een PAR-opleveringsmeting laten doen door Signify, het bedrijf dat uiteindelijk de armaturen heeft geleverd. Zelf voeren we ook zulke metingen uit.”

Al snel bleek de waarde van de nieuwe installatie. “Tot half november heb ik telkens met HPS afgeschakeld, maar dat bleek toch te veel warmteschommelingen te geven. Juist die warmte, of eigenlijk de vrees aan een tekort daaraan, was voor ons een belangrijk punt in de keuze voor HPS dan wel LED en de verhouding. Door wat warmtegebrek kregen we een te vegetatief gewas. Bovendien telen we een ras dat gevoelig is voor scheuren, dus een stabiel klimaat is erg belangrijk. De laatste weken schakelen we de LED-armaturen af- en aan. Dat gaat snel, heeft nauwelijks effect op het klimaat in de kas en zeker nu in de energiecrisis helpt die flexibiliteit die we hebben enorm.”


De oude situatie op de locatie Veenakkerweg, nog zonder LED

Flexibiliteit
Het hele proces heeft telers Richard en Joost weer het nodige geleerd, maar wie denkt dat er daarmee een mooi draaiboek ligt om bij nieuwe projecten te herhalen, heeft het mis. Arno: “Elke kas, elke situatie is weer anders. Ik denk zelfs dat er momenteel veel installaties zijn waarbij, onbewust, compromissen gemaakt worden en er dus meer uit belichting gehaald kan worden dan telers nu doen. Door als uitgangspunt te nemen dat elke eenheid energie een optimale hoeveelheid eenheid product moet opleveren is al veel winst te behalen. En dan heb ik het nog niet eens over de ontwikkelingen in de techniek en de waarde van flexibiliteit. Het is heel goed mogelijk dat de energiemarkt onrustig blijft, waarbij flexibiliteit in infrastructuur, energiemogelijkheden en techniek nog bepalender gaan worden in het rendement per vierkante meter.”

Bij Schenkeveld is daar zo goed mogelijk rekening mee gehouden. Onbalans en noodvermogen zijn onderwerpen waar uitvoerig over is gesproken. Op dit ogenblik kan de belichting in vier stappen worden geschakeld en de telers kunnen de installatie per paneel op en afschakelen. Richard: “Daarvoor moesten we de installatie en panelen aanpassen. Het geeft ons echter veel flexibiliteit terug en die hebben we, zo is ook in dit project weer gebleken, volop nodig.”

Voor meer informatie: 
Arno Wartewig
Orance
arno@orance.nl  
www.orance.nl  


Joost Barendse en Richard Schenkeveld 
Schenkeveld
info@schenkeveld.co
www.schenkeveld.co 


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven