20% Nederlandse glasgroentetelers heeft meer kosten dan opbrengsten

De rentabiliteit van het gemiddelde glasgroentebedrijf wordt in 2021 geraamd op 113. Dit is 3 punten lager dan in 2020. In de sierteelt is een stijging van de rentabiliteit van telers te zien. 

De afname van de rentabiliteit is het resultaat van een sterkere kostenstijging dan een opbrengstenstijging. Met een geraamde gemiddelde rentabiliteit van 113 ontvangt de gemiddelde ondernemer dus voor iedere 100 euro kosten 113 euro aan opbrengsten. Dit is een marktconforme vergoeding voor de inzet van eigen arbeid en vermogen.

Een rentabiliteit boven de 100 betekent dat de opbrengsten hoger zijn dan de betaalde plus berekende kosten. De gemiddelde rentabiliteit van glasgroentebedrijven bleef in 2021 dus boven de 100. Volgens deze raming wordt 2021 nu het tiende jaar op rij dat de opbrengsten op een glasgroentebedrijf hoger liggen dan de kosten.

Een lagere rentabiliteit dan 100 hoeft niet acuut tot continuïteitsproblemen te leiden. Het is volgens de systematiek van het Bedrijfsinformatienet zo dat zolang de totale opbrengsten hoger zijn dan de betaalde kosten en afschrijvingen, er dus nog winst wordt gemaakt. De continuïteit van een bedrijf is van veel meer factoren afhankelijk. Hiervan is de bedrijfopvolging er ook één van.

De flinke spreiding in het rentabiliteitscijfer binnen de glasgroentesector bleef ook in 2021 onverminderd bestaan. Op 60% van de glasgroentebedrijven kwam de rentabiliteit dit jaar uit tussen de 89 en 126 euro per 100 euro kosten. Onder die 89 euro zitten de 20% minst presterende bedrijven en boven die euro 126 zitten de 20% best presterende bedrijven. Te zien is dat het groene vlak dit jaar vooral lager is aan de onderkant.

Lage rentestand
De afgelopen tien jaar is het aandeel berekende kosten in de totale kosten afgenomen. De afgelopen vier jaar lijkt dit te zijn gestabiliseerd. De daling hield verband met de relatief lage rentestand en daarmee de lagere berekende kosten voor de inzet van eigen vermogen. Als gevolg van de schaalvergroting nam het aandeel eigen arbeid af, en daarmee de berekende kosten voor de inzet van eigen arbeid. Het aandeel berekende kosten is in 2021 nog 6 euro op 100 euro kosten.

Bij de kleine bedrijven was het aandeel berekende kosten hoger dan bij de grote bedrijven; verhoudingsgewijs werd meer eigen arbeid en eigen vermogen ingezet. In 2020 (cijfers 2021 zijn nog niet bekend) waren in vooral de hogere grootteklassen de opbrengsten hoog genoeg om zowel de betaalde als berekende kosten te voldoen. Alleen de bedrijven lager dan 500.000 euro Standaardopbrengsten (SO) genereerden in 2020 minder opbrengsten dan de betaalde kosten (inclusief afschrijvingen) en berekende kosten samen.

Bron: Agrimatie


Publicatiedatum:
© /



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven